Joe Lovano voelde zich duidelijk in z'n sas in Middelheim. Twee dagen geleden zagen we hem al rondhangen aan de Antwerpse Bibmobiel die vier dagen in de schaduw van de tent stond (als er al iets rond beleving moet zijn op een festival, laat het dan dit zijn), en gisteren kon hij niet genoeg benadrukken hoe goed het was om terug te zijn. De man had sinds november 2019 geen concert gespeeld en dat viel eraan te merken: met z'n imposante postuur, sound en inspiratie vulde hij tweemaal het podium.
...

Joe Lovano voelde zich duidelijk in z'n sas in Middelheim. Twee dagen geleden zagen we hem al rondhangen aan de Antwerpse Bibmobiel die vier dagen in de schaduw van de tent stond (als er al iets rond beleving moet zijn op een festival, laat het dan dit zijn), en gisteren kon hij niet genoeg benadrukken hoe goed het was om terug te zijn. De man had sinds november 2019 geen concert gespeeld en dat viel eraan te merken: met z'n imposante postuur, sound en inspiratie vulde hij tweemaal het podium. De eerste keer was dat met het Pete Agoras Trio feat. Joe Lovano (***), met conservatoriumstudenten Lars van de Voorde (piano), Jef Manderveld (bas) en Jesse Dockx (drums). Kon zo'n samenwerking tussen jonge talenten en een internationale coach tijdens vorige edities soms wat blijven steken in te veel respect en te weinig bravoure, dan nam de gretige Lovano z'n gewillige troepen deze keer mee op sleeptouw langs een handvol grillige composities waarin het fijn ronddwalen was. De leider pakte uit met korte frasen, afgewisseld met schrille kreetjes, kronkelende notenslierten en toonladderspurtjes. De strijdgenoten leken aanvankelijk vooral aangewezen op achtervolgen, maar bloeiden snel open en voor je 'het wist keek je naar talent dat tot het uiterste gedreven werd. Van de Voorde herinnerde met z'n voicings even aan McCoy Tyner en, misschien door de hoekige composities, aan Monk, maar gooide de invloeden snel van zich af, terwijl ook Manderveld en Dockx volop kansen kregen om in het diepe te springen. Dat leidde tot onvoorspelbare, tuimelende interactie die gaandeweg wel iets gestroomlijnder werden. Our Daily Bread neigde naar gezapige swing, het struikelende Dream On That werd geplukt uit Lovano's recentste plaat met Marilyn Crispell en Carmen Castaldi, en er werd zelfs halt gehouden bij From The Soul, 's mans grote doorbraak én klassieker uit 1992. De tenorsax klonk ijzersterk en autoritair, maar ook de jongelingen maakten een goede beurt. Mooie vooruitzichten voor fervente concertgangers die al uitkijken naar morgen.De sacrale sfeer die vroeger voorbehouden werd aan concerten van Toots werd nu bovengehaald voor Philip Catherine 'Two Pianos' (***). Ook bij de intussen 78-jarige gitarist, zoals steeds centraal vooraan met dat sjaaltje om de nek, wordt er vooral gespeeld op souplesse en ervaring. Echt grote verrassingen moet je daarbij niet verwachten, al was de line-up wel bijzonder. Pianisten Bert van den Brink en Nicola Andrioli zaten rug aan rug, aan de andere kant van de leider had de uit Benin afkomstige drummer/percussionist Angelo Moustapha plaatsgenomen. Ze plaatsen de leider in een luxezetel voor een wat meanderende set waarin een trage versie van standard Lover Man de toon zette. Verder werd er vooral werd voorzichtig geswingd, met hier en daar een tempoversnelling of zingende toon, intussen al net zo herkenbaar als het mondmuziekske van Toots, die uit die gitaar geknepen werd.Catherine speelde behoorlijk wat recent(er) materiaal, met onder meer de aandoenlijke wals Letter From My Mother, stukken voor zijn kleindochters en Virtuous Women, dat van een soort Fleurette Africaine evolueerde naar zachtaardige jazzrock. Moustapha danste sierlijk met de brushes, de pianisten waren erg complementair (met Andrioli die ook bas speelde op een synth) en kregen naar het einde van de set ook even de ruimte voor een barokke demonstratie. Helemaal achteraan werden de fans verwend met klassieker Dance For Victor en Pendulum, dat gevuld werd met genereuze piano-interactie en aanstekelijke slaggitaar van de meester. Nu eens bluesy en dan weer rondhangend in een licht exotische sfeer, maar onze Mr. P.C. bleef vooral zichzelf in een concert dat je wijsmaakte dat het weekend nog niet ten einde was.Twee minuten ver in het concert van het Joe Lovano Trio (****) en we denken een 5-sterrenconcert te pakken te hebben. We kribbelen in onze verbazing vanalles over de aanzet van Fort Worth, opnieuw eentje die geplukt wordt uit From The Soul en hier meteen uitgroeit tot een fantastische opener. De dynamiek van drummer Joey Baron is ongehoord: hij beweegt van fluisterzachte strelingen naar robuuste uitvallen, manipuleert de vellen, laat de cimbalen ruisen en kletteren, gooit dat hele bovenlichaam in de strijd. De man is een van de grote meesters, maar krijgt ook weerwoord van bassist Greg Cohen, die spanning opbouwt met een simpele puls en vervolgens die befaamde timing en sound demonstreert, en leider Lovano, die opnieuw het kraantje open draait en de inspiratie laat lopen en lopen.Het leidt tot een set die dat energiepeil niet aanhoudt, maar wel aanvoelt als een vriendschappelijke sparringwedstrijd van drie vrienden die elkaar monsteren, aanmoedigen, opjagen én rustig hun ding laten doen. Lovano kanaliseerde tenorkanonnen als Shepp, Coltrane en Henderson, maar was toch ook vooral zichzelf, soms rondstruinend op balladeterrein en dan weer met pittige versnellingen, rondtollend in lichte galop. Je hoorde blues, er werd even gespeeld met Ornette Colemans Lonely Woman, maar het had bovenal iets van de onbevangenheid van oude kameraden die staan te spelen in een repetitiehok, zich amper bewust van een publiek. Een set die het niet moest hebben van doordachte opbouw of makkelijk scoren, maar van actie en reactie, spontaniteit en respect, zoeken en vinden. Meesters die ongedwongen associaties maakten en met de brede glimlach teerden op klasse. En ze deden het zo verdomd makkelijk lijken.Heel andere koek bij het Avishai Cohen Trio (**1/2). Die Israëlische bassist had amper twee passages nodig om uit te groeien tot een publiekslieveling en eigenlijk begrijp je ook wel waarom. Hij is een van de meest bejubelde niet-Amerikaanse jazzbassisten sinds Niels-Henning Ørsted Pedersen, verenigt virtuositeit, sterallure en creatieve gulzigheid. Als hij jazz en klassiek wil combineren, dan doet hij dat gewoon. Zelf zingen? Waarom niet. Een popplaat maken? Check. Werken met XL-orkesten? Yup. Vlak voor de opname van een nieuw album kwam hij vers geschreven muziek voor zijn volgende album uittesten in Park Den Brandt. Geen greatest hits-set dus, maar kersvers materiaal uitproberen met twee jongelingen aan z'n zijde: pianist Elchin Shirinov, die er ook bij was op Cohens recentste twee albums, en het 21-jarige drumfenomeen Roni Kaspi.Dat begon goed, met transparante composities en de melodieuze en harmonische feel van verfijnde pop zonder dat het pop was. De muziek danste gracieus met die herkenbare, zuiderse vibe die Midden-Oosten en Mediterrane insteek naadloos en sensueel laat samenvloeien. Verrassend subtiel ook, met Shirinov en Kaspi die het volume lieten zakken tot fluisterniveau, meegingen die in tiktakkende pendulumbewegingen en laagjeswerking van (variaties op) repetitieve patronen. Naarmate de energie toenam ging echter ook opvallen dat het Trio zich wel heel erg vaak bedient van hetzelfde procedé, met steevast een emotioneel geladen, herhaald motief en een solist die contrasteert met het Grote Gebaar, vervolgens terug naar de achtergrond beweegt en het stokje doorgeeft aan de als bij mirakel weer opduikende fluisteraar. Dat is slim, want het is een effect dat wérkt, imponeert en applaussalvo's triggert, maar doe het een half dozijn keer op rij, en het voelt berekend aan. Doe daar vervolgens nog een paar eindeloze, gespierde solo's bovenop en het effect lijkt belangrijker dan de inhoud. Jammer, gezien het ontegensprekelijke talent dat bij elkaar stond, al was het publiek ook nu weer dolenthousiast. De slotdag van deze ongewone editie, die 13.500 bezoekers op de been bracht, was een stuk consistenter dan de dag ervoor, al zullen we ons vooral het gemak herinneren waarmee het Joe Lovano Trio het park omvormde tot de kleinste jazzkeet van Antwerpen.