Jarvis Is... de kampioen van de underdogs

De release van Beyond the Pale is een mijlpaal: Jarvis Cocker heeft nu in vijf verschillende decennia - zijn groep Pulp debuteerde in 1983 met It - minstens één album uitgebracht. Opgestaan in de nadagen van de postpunk, groot geworden in de storm van de britpophysterie en via talloze zijprojecten geëvolueerd naar een gewild songleverancier voor derden en de maatstaf der stijlvolle dingen. Jarvis is een icoon. De kampioen van de underdogs, de wreker van de nerds, de man die zijn volk over ondergoed leerde zingen en zoveel meer.
...

De release van Beyond the Pale is een mijlpaal: Jarvis Cocker heeft nu in vijf verschillende decennia - zijn groep Pulp debuteerde in 1983 met It - minstens één album uitgebracht. Opgestaan in de nadagen van de postpunk, groot geworden in de storm van de britpophysterie en via talloze zijprojecten geëvolueerd naar een gewild songleverancier voor derden en de maatstaf der stijlvolle dingen. Jarvis is een icoon. De kampioen van de underdogs, de wreker van de nerds, de man die zijn volk over ondergoed leerde zingen en zoveel meer. Augustus 1995. De muziekpers en de roddelkranten in het Verenigd Koninkrijk hebben een vette kluif aan de rivaliteit tussen Blur en Oasis. 'British Heavyweight Championship', kopt NME op zijn voorpagina bij foto's van Damon Albarn en Liam Gallagher. De twee bands brengen namelijk op dezelfde dag een nieuwe single uit: Blur doet een gooi naar nummer één in de charts met Country House, Oasis doet hetzelfde met Roll with It. De 'Battle of Britpop' verdeelt de natie in twee kampen. Het is Noord tegen Zuid, softe academiestudenten versus geharde arbeidersklasse. Maar terwijl alle ogen op Blur en Oasis gericht zijn, beleeft een andere Britse popband, met een heel ander verhaal, van aan de zijlijn zijn gloriemoment. Pulp bestaat al bijna vijftien jaar en heeft al vier albums uit wanneer ze te elfder ure worden opgetrommeld om de legendarische Stone Roses te vervangen op Glastonbury. De zelfverklaarde misfits uit Sheffield hebben grote schoenen te vullen, maar ook alvast één troef op zak: een maand eerder hebben ze een grote hit gescoord met Common People, een opzwepende glamrockhommage aan de gewone man, maar ook een geslepen kritiek op het geïdealiseerde beeld van de working class dat in het 'Cool Britannia' van Tony Blair geromantiseerd wordt door de elite. Pulp triomfeert op Glastonbury en het Verenigd Koninkrijk heeft er met Jarvis Cocker een nieuwe, onwaarschijnlijke volksheld bij. Blur wint met Country House van Oasis, maar de échte prijzen worden zoals altijd pas aan de meet uitgedeeld: eind 1995 brengt Pulp zijn vijfde album Different Class uit, de kritieken zijn unaniem lovend. Mojo vat het perfect samen: 'Discussies over Blur versus Oasis zijn irrelevant. Pulp are in a different class.' Het album wordt bekroond met de Mercury Prize voor het beste album van Britse makelij. Ook in dit duel moet Oasis (genomineerd met (What's the Story) Morning Glory?) dus de duimen leggen. Twintig jaar later is de zoete wraak van de nerds compleet: onder meer de luisteraars van BBC Radio 6 en de lezers van Rolling Stone roepen Common People uit tot beste song van het britpoptijdperk. Weinigen zetten hun medemens en zichzelf zo smaakvol, slim en teder in zijn hemd als Jarvis Cocker, meester in miniatuurdrama's en grandioze understatements. Met de Pulp-song Mis-Shapes bedenkt hij in 1995 het ultieme manifest voor alle verschoppelingen, outsiders en freaks die geen uitstaans hebben met Boliviaans gepoederd hedonisme en de jongens-onder-elkaarmentaliteit die elders in de britpop hoogtij vieren. Ook in andere songteksten is het een komen en gaan van jongens en meisjes die in de knoop liggen met zichzelf, met de buitenwereld, met relaties en met seks. Cocker vindt glamour in elk klein, verfrommeld en verwaarloosd hoekje van het vergane Britse imperium. Maar over seks schrijft hij zónder franjes: In Do You Remember the First Time? (1994) volgt op de titel de zinssnede 'I can't remember a worst time'. Underwear (1995) is een van de droevigste songs ooit over een onenightstand, Babies (1993) een bitterzoete ode aan de tragische wispelturigheid van tienerhormonen. En dan is er natuurlijk nog Deborah, de spilfiguur van Disco 2000, een van Pulps grootste hits: 'You were the first girl at school to get breasts/ And Martyn said that you were the best/ Oh, the boys all loved you, but I was a mess/ I had to watch them trying to get you undressed.'Op This Is Hardcore (1998) duikt Cocker in de duisterder dieptes van de menselijke psyche, met songs over porno, decadentie, bitterheid en aftakeling. Meer frustratie dan desillusie. 'Ik heb toen mijn midlifecrisis vroegtijdig van me afgeschreven', zal hij later over dat album zeggen. Toch is er nog steeds plaats voor empathie, getuige het magnifieke Help the Aged, een hartverwarmende oproep tot meer aandacht voor gepensioneerden, een vooruitblik op de oude dag, die in de huidige tijden van biologische sluipmoordenaars meer dan ooit beroert: 'One time, they were just like you/ Drinking, smoking cigs, and sniffing glue', croont de dan 35-jarige Jarvis. 'Help the aged/ Don't just put them in a home/ Can't have much fun in there, all on their own.' Over waardig ouder worden en de houdbaarheidsdatum van zijn eigen leven in de spotlight zei Cocker in dit blad: 'Ik blijf doorgaan tot ik mijn haar verlies.' Op het hoogtepunt van Pulps roem dreigt Cocker een karikatuur te worden: de lange, bleke sprinkhaanfrontman, de verwijfd met zijn handen wapperende en zijn lippen tuitende dandy die zijn tweedehands Oxfam-look als een hipsteruniform cultiveert. 'Een popster die eruitzag alsof hij elk moment een voetbal tegen zijn bril kon krijgen', dixit Bent Van Looy. Cocker vindt kracht in zijn beperkingen uitvergroten en transformeert zo tot de held uit zijn stoutste dromen, de verpersoonlijking van het intelligente sekssymbool. Maar eind jaren negentig is britpop afgegleden naar het niveau van Robbie Williams en Spice Girls, en faam blijkt een vergiftigd geschenk. 'It just didn't agree with me', vertelt Cocker in de documentaire Pulp: A Film about Life, Death & Supermarkets (2014). 'Het was als een notenallergie.' Na een laatste album, in 2001, het door zijn groot idool Scott Walker geproducete We Love Life, houdt Pulp het voor bekeken. En dan wordt het interessant. Ontsnapt uit zijn eigen lange schaduw plooit Jarvis terug op de kunstzinnige en muzikale niches die hem als academiestudent inspireerden. Hij maakt documentaires over outsiderart voor Channel 4 en verhuist van Londen naar Parijs, waar hij vijf dagen in de vitrine van een kunstgalerie kampeert. Als curator nodigt hij onder meer Motörhead, Devo en filmcomponist John Barry uit naar het Meltdown Festival in Londen. Hij voert met het Philharmonia Orchestra Prokofjevs muzikale sprookje Peter en de wolf op, begint freelance als editor voor de gerenommeerde uitgeverij Faber & Faber en pent songs voor oude helden als Marianne Faithfull, Nancy Sinatra en Marc Almond. Zijn eigen bronstige bariton is vanaf 2010 te horen op BBC Radio 6, waar hij op zondagmiddag zeven jaar lang het bekroonde Jarvis Cocker's Sunday Service samenstelt en presenteert. Er is een cirkel rond: de tiener die punk ontdekte via John Peel, het BBC-monument waarvoor Pulp in 1981 een eerste livesessie speelt en die hem tot een muziekcarrière inspireerde, is nu zelf een muzieklegende en inspirerende radiopersoonlijkheid. Al zijn hits, albumklassiekers en andere verwezenlijkingen ten spijt zal Jarvis Cocker hoogstwaarschijnlijk vooral de geschiedenis ingaan als de onnozelaar die in 1996 de performance van Michael Jackson tijdens de Brit Awards verstoort. Wanneer Jackson, die dan al wegens aantijgingen van kindermisbruik onder vuur ligt, vergezeld van schoolkinderen en een rabbijn zijn single Heal the World brengt, springt een met zijn kont zwaaiende Jarvis uit protest op het podium. De stunt levert hem kritiek op, maar ook applaus, onder meer van Noel Gallagher, die vindt dat Cocker een medaille verdient. De kampioen van de gewone man laat het niet bij die ene subversieve daad. In 1998 doet hij zijn reputatie alle eer aan wanneer hij een verzoek van premier Tony Blair om een campagnelied te schrijven naast zich neerlegt. In de plaats daarvan zette hij de geprivilegieerde salonsocialisten van New Labour te kakken met het sarcastische Cocaine Socialism. Nog feller gaat Cocker in 2006 tekeer met de single Running the World, waarin hij genadeloos afrekent met valse profeten en het vrijemarktdenken. Samengevat: 'Fuck the morals, does it make any money?' Wanneer BBC Radio 6 fondsen dreigt te verliezen leidt Cocker het verzet en redt zo de zender van de ondergang. Hij is een uitgesproken pleitbezorger van het radicale klimaatprotest van Extinction Rebellion en heeft recent nog een antiracistisch charter ondertekend, opgesteld door supporters van zijn geliefde voetbalclub Sheffield Wednesday. Maar de beste bewijzen van Jarvis de geëngageerde artiest vindt u nog steeds in 's mans songs, oud en nieuw. In elke song over blauwtjes lopen en onhandige vrijpartijen, in elk verhaal over vallen en opstaan (of blijven liggen), over op een sisser eindigende afterparty's en de lotgevallen van een oude, geile bok weerklinkt een humanist in hart en nieren die pleit voor rechtvaardigheid en naastenliefde en ondanks alles blijft geloven in de verbindende kracht van popmuziek. Een optimist, zo is recent gebleken uit een interview op The Quietus. 'Twee jaar geleden was optimisme mijn goed voornemen met nieuwjaar. En ondanks alle shit die gebeurt, blijf ik daaraan vasthouden. Ik geloof dat ik een fundamenteel geloof in mensen ontwikkeld heb.' In het nummer Save the Whales van zijn nieuwe plaat klinkt dat zo: 'You are a manifestation of the universe/ Your form is unimportant/ But please, come over here.' Jarvis is vijfentwintig jaar na Common People nog steeds een klasse apart.