Consouling Sounds, de fijne stal die eerder Amenra, Wiegedood, Barst, Innerwoud en andere moeilijk te doorgronden donkerte voorbracht, schudt een nieuwe artiest uit zijn mouw. Bolt Ruin is het alias van Brecht Linden, een naar Gent uitgeweken Limburger die het vak leerde in de punk- en noisescene - kraakpanden, jeugdhuizen, u kent het wel - maar nu zelfbewust hoger mikt met zijn eerste album, een collage van verknipte beats en grootstadsnoise.

'Ik heb altijd graag in bands gespeeld, maar botste vaak op de grenzen ervan', vertelt Linden. 'Ik wilde altijd maar nummers schrijven en shows spelen, maar vond niet altijd mensen die even gedreven waren. Vooral drummers zijn ontzettend moeilijk te vinden. Ze zijn er wel, maar ze spelen meestal al in een groep of tien. Na een tijdje ging ik dan maar gitaar spelen op elektronische beats. Uit die set-up is Bolt Ruin gegroeid, waar ik ook meteen mijn liefde voor falend materiaal in kwijt kan. Ik zet dan bijvoorbeeld een kleine versterker zo luid dat ie het geluid nauwelijks nog gearticuleerd krijgt.'

Op zijn eerste, titelloze album laat Linden zich inspireren door de weidse Limburgse bossen waar hij uren in doorbracht als kind, maar ook door grauwe industrie, die voor hem net zo goed in Gent als in Berlijn kan liggen. Ook muzikaal hinkt hij op twee benen. 'Het beweegt zich tussen de energie van hardcore punk en de delicaatheid van klassieke muziek', zegt Linden. 'Al is het moeilijk voor me om helder te omschrijven. Atmosferische korrelige texturen gedrenkt in een dreigende sfeer, voortgestuwd door smerige bassen en gebroken beats. Houdt dat steek?' Dat mag u uiteraard zelf uitmaken, maar Linden helpt u alvast een beetje op weg.

Trillende baskasten

'Maanden heb ik gemaild met een Zwitsers vrouwtje om een sample te clearen.'

Brecht Linden.

'Openingstrack Marjhed sleurt je binnen in de verlaten loods waarop ik uitkijk van m'n studio-raam. Een muur aan basversterkers davert richting hun limiet terwijl regen in ritmische patronen in je nek stort. Przenac neemt je dan weer mee mee door nachtelijke verlaten stadsstraten, terwijl in de verte de Berlijnse metro voorbij scheurt. Je kapotte hoofdtelefoon stottert de laatste restjes uit van wat ooit de opname van een strijkensemble was.'

Voor Psilentze sampelde Linden een koor, en dat had grote gevolgen. 'Ik vond de opname op en dacht dat ze obscuur was, maar ze bleek van een van de bekendste koren van Bulgarije te komen. Via via kwam ik te weten dat de rechten van die opname bij een Zwitsers vrouwtje waren beland. Met haar heb ik maanden gemaild, soms hoorde ik weken niets van haar. Uiteindelijk heeft haar zoon het contract moeten inscannen.'

Dravvn vertelt een verhaal over afscheid nemen van een vriendin. 'Zij tekende vaak naaldbomen en meren met houtskool. Die drie elementen heb ik gesampeld en hoor je terug in de beat', legt Linden uit. Voor Disperish scheurde de jonge muzikant dan weer een cello-arrangement van Dialect aan flarden, een muzikant op Dense Truth, het label van Forest Swords. 'Als je goed luistert, kan je doorheen de wolken van strijkers de baskasten horen trillen', zegt Linden. 'Een ratelende speelgoedgitaar gaat de strijd aan met een kapotte printplaat en zijn eigen signaal tot niets overeind blijft.' En dan is er nog eindsaluut Tshred, een gitaar-riff die keer op keer opnieuw werd opgenomen op een twee euro cassette-recorder van de rommelmarkt. 'Enkel een tegendraadse beat houdt het geheel samen', besluit Linden.

En dan is er nog het artwork, waarvoor Linden het binnenste mechanisme van een cilinderslot op zijn lichaam liet tatoeëren. 'Zo'n slot straalt robuustheid uit, maar tegelijk is het klein en fragiel gebouwd. Die spanningsboog streef ik ook na in de muziek.'

Bolt Ruin komt op 29 maart uit bij Circuits by Consouling Sounds. Luister er hieronder als eerste naar.