De grote jamsessie in het hiernamaals krijgt er opnieuw een sterspeler bij: Tony Allen, de legendarische drummer die jarenlang in de rug stond van de Nigeriaanse afrobeatpionier Fela Kuti is op 79-jarige overleden in zijn geadopteerde thuisstad Parijs. Daarmee komt een einde aan een leven en lange carrière die in het teken stonden van het ritme en de groove.
...

De grote jamsessie in het hiernamaals krijgt er opnieuw een sterspeler bij: Tony Allen, de legendarische drummer die jarenlang in de rug stond van de Nigeriaanse afrobeatpionier Fela Kuti is op 79-jarige overleden in zijn geadopteerde thuisstad Parijs. Daarmee komt een einde aan een leven en lange carrière die in het teken stonden van het ritme en de groove. Denk eens goed na: hoeveel drummers kunnen claimen dat ze een genre hebben uitgevonden? Tony Allen kan dat, zijn voormalige werkgever Fela Kuti heeft het zelf gezegd: 'Zonder Tony Allen zou er geen afrobeat zijn.' Als Fela het brein en het gezicht was achter de revolutionaire, politiek geladen en opzwepende fusie van West-Afrikaanse juju en highlife met Amerikaanse jazz en funk, dan was Allen de ruggengraat, de met polyritmes toverende, drijvende kracht en leider van Kuti's begeleidingsband Africa 70. Tony Allen was een selfmade slagwerker toen hij midden de jaren zestig voor het eerst Fela Kuti ontmoette. Hij liet zich inspireren door Amerikaanse jazzdrummers als Max Roach, Elvin Jones en Art Blakey, en kopieerde hun gebruik van de hi-hat, een onderdeel van het drumstel dat de meeste Afrikaanse drummers destijds nauwelijks benutten. In een interview met The Wire uit 2016 vergeleek Allen drummen met fietsen: 'Je hebt goede benen, en je hebt pedalen. En je moet je voeten op beide pedalen zetten om te bewegen. You can't start riding a bicycle with one leg'. Highlife was het dominante geluid in de clubs van de Nigeriaanse hoofdstad Lagos, Tony Allens geboortestad, waar de jonge drummer snel naam maakte met zijn experimentele techniek en zijn constant bewegende vier ledematen. Toen de jonge trompettist en jazzliefhebber Fela Kuti hem hoorde spelen, zei hij naar verluidt: 'Met jouw speelstijl heb je niet eens een percussionist nodig'. De twee vormden de band Koola Lobitos, waarin ze highlife vermengden met jazz. Na een trip naar Amerika, in 1968, waar Fela kennismaakte met de radicale ideeën van de Black Panthers en de ruige funk van James Brown, veranderde Koola Lobitos in Africa 70, en riep hij samen met Allen de afrobeat in het leven met het album Fela Fela Fela (1970). Tony Allen zou tot 1979 aan de zijde blijven van Fela Kuti, goed voor meer dan 30 langspelers, waaronder Afrodesiac uit 1973. Brian Eno kocht het album in Londen, op basis van de hoes en geïntrigeerd door de vele muzikanten die erop vermeld stonden. 'It changed my whole feeling about what music could be', zei de legendarische producer in 2014 over zijn kennismaking met afrobeat. Toen Eno een paar jaar na zijn ontdekking voor het eerst met Talking Heads in de studio trok, speelde hij hen Afrodisiac voor. 'Ik vertelde hen: 'Dit is de toekomst van de muziek.'' 'Eén van de grootste muzikanten van de 20ste eeuw - en de 21ste', zei Brian Eno ooit over Tony Allen. Na zijn vertrek bij Fela, omdat hij diens radicaal activisme en gigantische entourage moe was, vormde hij zijn eigen ensemble The Afro Messengers, naar The Jazz Messengers, de band van zijn idool Art Blakey. In 1984 verhuisde Allen van Lagos naar Londen, en van daar naar Parijs, waar hij speelde op albums van mede-expats en Afrikaanse grootheden als King Sunny Ade en Manu Dibango, de Kameroense afrofunklegende die eind maart overleed. In de jaren tachtig en negentig bleef Allen onder zijn eigen naam het geluid van de afrobeat uitdiepen met nieuwe geluiden als dub en electronica, op albums als NEPA (1984) en Black Voices (1999). In het jaar 2000 liet een vriend hem een nieuw liedje van een bekende, Britse band horen, waarin zijn naam vermeld werd. De groep heette Blur en de song was Music Is My Radar, een single uit hun Best Of. 'Tony Allen dancing', zingt Damon Albarn, 'Tony Allen gets what a boy can do/ Really got me dancin'/ He really got me dancin''. Het begin van een nieuwe hoofdstuk voor de inmiddels zestigjarige drummer. 'Ik zocht iemand om te zingen op het laatste nummer van mijn album Home Cooking, uit 2002', vertelde Allen acht jaar geleden aan The Quietus. Geflatteerd door Albarns hommage, nodigde hij hem uit in de studio, waar ze samen een aantal songs opnamen. 'Achteraf zei ik hem: 'Ik kijk uit naar de dag waarop we opnieuw kunnen samenkomen en een project van nul beginnen'. Hij antwoordde: 'Why not''. Samen met Allen, Paul Simonon van The Clash en Simon Tong van The Verve vormde Albarn de supergroep The Good, The Bad, & The Queen, en bracht hij twee albums uit. Ook voor het project Rocket Juice & The Moon werkten Albarn en Allen samen, deze keer geflankeerd door Flea van de Red Hot Chili Peppers. 'One of the greatest drummers to ever walk this earth has left us', schreef die vandaag op Instagram. Toen ik in 2014 voor Knack Focus aan Damon Albarn kon vragen welke van de vele muzikanten met wie hij al samenwerkte hem het meest had beïnvloed, antwoordde hij zonder verpinken: 'Tony Allen (...) Hij heeft me het meest beïnvloed, me het diepst geraakt. Als mens, als muzikant, maar vooral als vrije geest.'Tony Allen was meer dan een muzikant die goed de maat kon houden, die zich aan de zijde van Fela Kuti urenlang in het zweet speelde tijdens nachtelijke jamsessies, en die Damon Albarn aan het dansen bracht. Hij was een spiritueel gentleman die zich ten dienste stelde van de groove, die gevoel boven atletische krachttoeren verkoos, en verbinding boven zijn eigen ego. 'I know I can make my drums bring the house down if I have to', vertelde hij in 2016. 'But I know how to make it subtle. You listen to it flowing like a river.'Nadat hij dankzij The Good, The Bad, & The Queen opnieuw in de schijnwerpers stond, werkte Tony Allen regelmatig samen met danceproducers, die zijn tijdloze, hypnotiserende grooves bij een nieuw dansvloerpubliek introduceerden. Hij maakte in 2013 een ep met house-icoon Theo Parrish, ging twee jaar geleden voor het Amsterdamse dance-event Dekmantel in de clinch met Ricardo Villalobos en Motor City Drum Ensemble, en toerde vorig jaar nog met technopionier Jeff Mills.'Vandaag zijn we de beste drummer die ooit leefde verloren', schreef Mills vandaag in een statement. 'Ritmes en patronen zo complex, en op zo'n hoog niveau van communicatie, dat er nog geen woorden uitgevonden zijn om te omschrijven wat hij creëerde. Het was buitenaards. Hij wás buitenaards! Een meestermuzikant en een meesterdenker.' Amen.