Je hoorde zijn werk, zeker na de eighties, nooit op de radio, tenzij misschien tijdens de late uurtjes bij Klara. En toch werd Scott Walker door de grootste popsterren van deze tijd op handen gedragen.

'Scott Walkers Climate of Hunter was een cruciale invloed op The Joshua Tree', aldus Bono van U2. 'Luister naar With or Without You en je snapt wat ik bedoel.' Toen Radiohead op het Meltdownfestival speelde, kon Thom Yorke maar aan één ding denken: 'Scott Walker is in het publiek. Al de rest kon me gestolen worden'. 'Scott is een pionier', liet David Bowie zich ooit ontvallen. 'Eén van de laatste ambities die ik nog heb, is met hem samen te werken'. Het was een wens die helaas nooit in vervulling zou gaan. Maar Brian Eno, Jarvis Cocker, Richard Hawley, allemaal beschouwden ze de naar Groot-Brittannië uitgeweken Californiër als een sleutelfiguur voor hun eigen muzikale ontwikkeling.

Scott Walker was niet één, maar vele dingen tegelijk. Een crooner met een donker randje? Jazeker. Maar ook een avant-gardecomponist van bevreemdende, abstracte, vaak claustrofobisch aandoende werken, die hun geheimen pas na herhaalde beluisteringen prijs gaven. Zijn muziek viel in geen enkele bestaande categorie onder te brengen. 'Naar Walker luisteren is als langzaam ondergedompeld worden in vloeibare stikstof', schreef een criticus destijds, naar aanleiding van zijn lp Tilt uit 1995.

De zanger met de diepe baritonstem werd als Noel Scott Engel geboren in Ohio en wilde oorspronkelijk acteur worden. Muziek bleek echter ook een optie, en samen met John Maus en Gary Leeds richtte hij The Walker Brothers op. Een ietwat misleidende bandnaam, want de leden vertoonden geen enkele genetische verwantschap.

Hysterisch gekrijs

Het succes kwam er pas halverwege de jaren zestig, toen de heren naar Groot-Brittannië verhuisden, waar ze in een mum van tijd zouden uitgroeien tot een heuse popsensatie. Zeker nadat zwaar georkestreerde, door Phil Spectors Wall of Sound geïnspireerde nummers als Make It Easy on Yourself en The Sun Ain't Gonna Shine Anymore de eerste plaats van de hitlijsten hadden bereikt.

De optredens van The Walker Brothers werden regelmatig overstemd door het hysterische gekrijs van hun tienerpubliek. Op een gegeven moment telde hun fanclub zelfs méér leden dan die van The Beatles.

De idolatrie woog echter zwaar op Scott Walker, die als spilfiguur van het trio zwaar onder druk stond van de platenmaatschappij om muziek te maken volgens een bepaalde formule. Walker kreeg last van depressies, trok uiteindelijk de stekker uit de groep en verschanste zich in een klooster om er zich in Gregoriaanse gezangen te verdiepen.

Tussen 1967 en '69 maakte hij vier spraakmakende soloplaten (Scott 1 tot 4). Sinds zijn jeugd had Scott Walker zich altijd meer aangetrokken gevoeld tot de Europese cultuur dan tot de Amerikaanse, en dat viel duidelijk af te leiden uit het materiaal dat hij uitbracht onder zijn eigen naam. Hij raakte bijvoorbeeld geprikkeld door de films van Ingmar Bergman ('Hij introduceerde een zienswijze die totaal nieuw voor me was') en leerde, via een Duitse vriendin, de platen van Jacques Brel kennen. Uiteindelijk zou Walker één van de meest gelauwerde Brelvertolkers uit het Engelse taalgebied worden. 'Zodra ik zijn teksten hoorde, was ik als versteend. Brels muziek gaf me een gevoel van herkenning en opende voor mij talloze deuren, zeker als songwriter.'

'Ik zoek de obscuriteit niet bewust op. Ik wil me alleen geen keurslijf laten aanmeten. En ik wil af van muzikale clichés en voorspelbare akkoordenreeksen.'

Scott Walker

Ironisch genoeg nam het succes af, naarmate Scott Walkers platen unieker en ambitieuzer werden. Er kwam nog een kortstondige reünie van The Walker Brothers, halverwege de seventies (David Bowie zou later uit die periode het nummer Nite Flights coveren), maar de wereld keek stug de andere kant op. Zodra de zanger zich had bevrijd van zijn contractuele verplichtingen, besloot hij dat hij nooit meer iemands knecht zou zijn. Hij koos voor een kluizenaarsbestaan, ver weg van de media, en zou alleen nog in de openbaarheid verschijnen wanneer hij écht wat te vertellen had. In 1984 bracht hij bij Virgin Climate of Hunter uit, een avontuurlijke plaat die op dat moment volstrekt nergens mee te vergelijken viel. Het werd de grootste commerciële flop uit de geschiedenis van het label en dus zou Walker er haast tien jaar lang het zwijgen toe doen.

Uneasy listening

Toen hij in 1995 met Tilt op de proppen kwam, beschreef The Guardian het effect van de plaat als 'Andy Williams die zichzelf heruitvond als Stockhausen'. Zijn werk werd barokker en ondoordringbaarder: het was alsof Penderecki, Bartok en Sjostakovitsj in zijn hoofd verbroederden met Kurt Weill en Nine Inch Nails. Het resultaat was 'uneasy listening', net zoals Guernica van Picasso als 'uneasy viewing' kon worden bestempeld. Walker trok resoluut de kaart van de avant-garde. Vanaf nu was ieder project voor hem een stap in het onbekende.

De pauzes tussen zijn platen werden steeds langer, want Scott Walker was een trage werker. Tijdens een zeldzaam interview met bovengetekende uit 2006, vertelde hij hoe in zijn werk ieder detail van het grootste belang was: 'Alle puzzelstukjes dienen netjes op hun plaats te vallen. Muziek en instrumentatie staan bij mij altijd ten dienste van de tekst. Alles is erop gericht de woorden te doen uitkomen, dus moet je geduldig wachten tot zich in je hoofd de juiste klanken aandienen. Op The Drift (verschenen in 2006, het jaar waarin hij deze uitspraak deed, nvdr.) hoor je geen echte arrangementen meer, omdat ze in de context van de songs geen bestaansreden meer hebben. Dus gebruik ik alleen nog massieve blokken noise.'

Volgens Walker begonnen de meeste van zijn nummers als een politiek idee, maar gleden ze gaandeweg af naar een andere wereld. 'In mijn muziek is alles altijd in beweging en zijn de dingen zelden wat ze zijn. Het gaat me erom een totaalervaring te creëren. Als dat hermetisch overkomt, is het zeker geen doordacht maneuver of een perverse wraakoefening.'

Met thema's als machtsmisbruik, geweld, dood of het oprukkende neofacisme doen de platen van Scott Walker behoorlijk donker aan. 'Ik schrijf gewoon over de dingen die in de lucht hangen', vond hij zelf. 'Ik hou niet van protestsongs, omdat ik geen prekerigheid kan verdragen. Bij mij is het ideologische slechts een excuus om het over wat anders te hebben.' Neem nu Clara, over de maîtresse van Mussolini, die erop stond samen met hem te worden geëxecuteerd. 'Fascinerend toch dat een monster als Benito Mussolini in staat was in anderen liefde, warmte en loyauteit op te wekken. Dat het fascisme het niet vermocht dergelijke gevoelens uit te roeien, is voor mij een hoopgevende vaststelling.'

Varkensvlees

De muziek die Walker tijdens de laatste drie decennia van zijn leven bedacht, was tegelijk complex en theatraal, en toonde gelijkenissen met hoorspelen, opera's of zogenaamde 'tone poems'. De artiest bediende zich daartoe van collagetechnieken, intertekstuele verwijzingen, citaten uit nieuwsmagazines en dies meer. Op één van zijn tracks was zelfs een percussionist te horen die met zijn blote handen te keer ging op een homp varkensvlees. Ook op een plaat als Bisch Bosch (2012) of het met vette drones gelardeerde Soused (2014), een samenwerking met Sunn O))), waren Scott Walkers composities niet zelden een aanslag op de zintuigen.

De man hield ervan te beeldhouwen met klanken. Dissonante strijkers, noise-erupties of martiale ritmen waren dus nooit ver weg. En toch hield hij vol dat stilte op zijn platen minstens even belangrijk was als geluid. Zelf beschouwde hij zich dan ook niet als een experimentele componist: 'Neen, dat zijn lieden met een concept en een visie, terwijl mijn werkwijze al bij al vrij primair is. Ik verzin een soundtrack bij woorden. En ja, de klank dient de betekenis, maar jouw interpretatie is net zoveel waard als de mijne. Ik zoek de obscuriteit niet bewust op. Ik wil me alleen geen keurslijf laten aanmeten. En ik wil af van muzikale clichés en voorspelbare akkoordenreeksen. That's all there is to it. Ik zet mij af tegen gemakzucht en muzikale uniformiteit. Mijn doel is: iets maken dat op zichzelf kan staan.'

In die missie is Scott Walker zeker geslaagd, ook al plaatste hij zichzelf zo ver buiten de mainstream dat hij alleen nog de diehards onder zijn luisteraars wist te bereiken. In zijn werk liet hij tegelijk zoveel verschillende stemmen aan het woord dat je in die veelheid van informatie met moeite nog een rode draad kon onderscheiden. Maar volgens de artiest was de werkelijkheid in de 21ste eeuw zo ingewikkeld geworden, dat die écht niet meer op een lineaire manier weer te geven viel.

Als zanger streefde hij de jongste jaren de grootst mogelijke neutraliteit na. 'Ik wil mijn stem zuiveren van emotie', zei hij. 'Emotionaliteit wordt al te vaak overdreven en uitvergroot. Als je je gevoelens klein weet te houden, luisteren de mensen veel aandachtiger'.