Net zoals in een kaartspel telt de popwereld verschillende adellijke figuren. Elvis is de king van de rock-'n-roll. Madonna is de koningin van de pop, Michael Jackson de koning. Prince is... de prins. James Brown werd zowel de peetvader van de funk als de koning van de soul genoemd.

Keizers en keizerinnen, kroonprinsen en -prinsessen, first lady's en presidenten; we bedenken onze muziekidolen met elk mogelijke eer, en wie precies aanspraak kan maken op welke kroon is vaak voer voor discussie.

Maar er is maar één queen of soul.

'Of ze me nu 'the queen of funk', of 'the godmother of soul' noemen, mij maakt het niets uit. Zolang niemand zegt dat ik 'the queen of soul' ben, is het oké. Dat is Aretha Franklins bijnaam en ik wil Aretha's staat van dienst niet bezoedelen', vertelde de inmiddels overleden Sharon Jones aan Knack Focus, acht jaar geleden.

Over welke vrouw de op de troon van de soulmuziek mag zitten bestaat dan ook weinig twijfel: die plek behoort enkel en alleen toe aan Aretha Louis Franklin uit Memphis, Tennessee.

'Je kon haar gelijk welke song geven - soul, jazz, r&b, showtunes - and she would give it hell.'

Etta James over Aretha Franklin

Franklin's aanspraak op die troon was nochtans niet als vanzelfsprekend voorbestemd. Als dochter van een populaire dominee, Reverend C.L. Franklin, zette ze haar eerste voetstapjes in de muziekwereld als gospelzangeres. Op veertienjarige leeftijd verschijnt haar eerste album, Songs of Faith (1956), een verzameling godsvruchtige hymnes.

Maar Aretha heeft grotere ambities. Onder invloed van Sam Cooke, die van de gospel naar seculiere muziek was geëvolueerd, en op wie ze een oogje had, lonkt ze naar de popmuziek, en in 1960 zet ze een krabbel onder een platencontract van het grote Columbia. Daar ziet producer John Hammond (de ontdekker van zowel Billie Holiday als Bob Dylan) voor Aretha vooral een toekomst weggelegd als jazz-zangeres. Er volgen acht albums en enkele bescheiden hits, tot in Canada en Australië toe. Echt grote potten breekt ze niet, maar zelf Etta James, in die periode de regerende grande dame van de soul, moest het achteraf toegeven: 'Je kon haar gelijk welke song geven - soul, jazz, r&b, showtunes - and she would give it hell'.

In 1966 verlaat Franklin Columbia voor Atlantic Records, het label waar Ray Charles groot geworden is. Huisproducer Jerry Wexler weet wat aan te vangen met z'n nieuwe aanwinst: 'We gaan haar terug naar de kerk brengen'.

Hij parkeert Franklin in de FAME Studio's in Muscle Shoals, Alabama, waar onder meer Otis Redding en Wilson Picket verschillende successen hadden ingeblikt. Vaste band van de studio zijn The Swampers, een blanke bende die zowel rhythm-'n-blues als country & western in de vingers heeft. 'Ze was ongelooflijk verlegen', herinnerde groepsleider Spooner Oldham zich later. 'Maar zodra ze aan de piano ging zitten kwam die stem van een engel tevoorschijn'.

De sessies in Muscle Shoals resulteren uiteindelijk in het album I Never Loved A Man The Way I Loved You, dat in 1967 doorstoot tot de tweede plaats van de Billboard 100. De single Respect (origineel van Otis Redding) wordt een nummer één-hit, en ook de titeltrack en Do Right Woman, Do Right Man schoppen het tot de top tien. Het is de start van Aretha Franklins heerschappij in de soul.

Een jaar na haar Atlantic-debuut, in 1968, bevestigt Franklin haar nieuwe status met de albums Lady Soul en Aretha Now, goed voor klassiekers als Chain of Fools, Think, I Say A Little Prayer, en haar lijflied (You Make Me Feel Like A) Natural Woman.

In de woelige periode van eind jaren '60 groeit ze uit tot één van de muzikale boegbeelden van de burgerrechtenbeweging, onder meer dankzij haar versie, in 1971, van Young, Gifted And Black, op het gelijknamige album dat ook de hits Rocksteady en Day Dreaming bevat. Zelfs wanneer Aretha terugblikt op haar christelijke gospelroots, op het album Amazing Grace (1972), verkoopt ze miljoenen platen.

Zoals zoveel authentieke soulsterren heeft Franklin het moeilijk in de latere jaren '70, wanneer funk en disco hun opgang maken. Maar haar status blijft overeind, en ook in de Amerikaanse hitlijsten blijft ze een constant gegeven. In 1980 is Aretha één van de soullegendes die, naast James Brown en Ray Charles, met een gastrol geëerd worden in de cinemahit The Blues Brothers.

In 1987 wordt ze als eerste vrouw ooit gehuldigd in de Rock and Roll Hall of Fame, en een jaar later mag ze voor de internationale nummer één-hit I Knew You Were Waiting For Me, een duet met George Michael, een dertiende Grammy Award bij zetten in de kast. In totaal zal ze achttien van die beeldjes verzamelen.

In 2009, meer dan vijf decennia na haar doorbraak als queen of soul, zet Aretha Franklin haar koninklijk elan nog eens in de verf, wanneer ze tijdens Barack Obama's eerste inhuldiging als Amerikaans president op de trappen van het Capitool de nationale hymne My Country, 'Tis of Thee zingt. Een belangrijk moment voor de soullegende, 49 jaar na dat ze Precious Lord zong op de begrafenis van de vermoorde burgerrechtenactivist Martin Luther King, Jr.

In 2015 zet Aretha zichzelf nog eens volop in de kijker, wanneer ze, op 73-jarige leeftijd, tijdens een huldiging voor songschrijfster Carole King in het Kennedy Center niet alleen King zelf maar ook Barack en Michelle Obama tot tranen toe beweegt met een passionele versie van (You Make Me Feel Like A) Natural Woman.

Het zou de laatste, memorabele performance worden van een artiest die al lang niks meer te bewijzen had. Na dat de eerste berichten van haar palliatieve zorgen uitlekten waren Jay Z en Beyoncé, tijdens een liveshow in Detroit, Franklins thuisstad waar ze omringd door vrienden en familie haar laatste uren doorbracht, er als de kippen bij om de enige echte koningin van de zwarte muziek eer te betonen door hun concert aan haar op te dragen. 'We love you', riep Queen B. Een klein gebaar voor een groot icoon.