Op het podium: een tafel met allerlei elektronische machines en een rij planten waarachter zich een schimmige, met een Chinese strohoed getooide figuur verschool. Wie het niet wist zou het nooit hebben geraden, maar de man die schuilging achter Comité Hypnotisé (****) was niemand minder dan Tim Vanhamel. Op 2 juli bracht het enfant terrible van Millionaire Dubs Pour Oh La La uit, een bizar plaatje waarop hij aan de slag ging met analoge synths, krakende hiphopbeats, flarden versplinterde ethnofunk, repetitieve ritmen van Afrikaanse of Aziatische origine, verrassende samples, een oude, kapotte mengtafel en een uitgebreid instrumentarium dat hij schijnbaar van de vuilnisbelt had gered.
...

Op het podium: een tafel met allerlei elektronische machines en een rij planten waarachter zich een schimmige, met een Chinese strohoed getooide figuur verschool. Wie het niet wist zou het nooit hebben geraden, maar de man die schuilging achter Comité Hypnotisé (****) was niemand minder dan Tim Vanhamel. Op 2 juli bracht het enfant terrible van Millionaire Dubs Pour Oh La La uit, een bizar plaatje waarop hij aan de slag ging met analoge synths, krakende hiphopbeats, flarden versplinterde ethnofunk, repetitieve ritmen van Afrikaanse of Aziatische origine, verrassende samples, een oude, kapotte mengtafel en een uitgebreid instrumentarium dat hij schijnbaar van de vuilnisbelt had gered. Niet de Tim Vanhamel die we dachten te kennen dus, maar een dubmeester die de spanning opzocht, op een vindingrijke manier klanken combineerde en zodoende tegelijk abstract én fysiek uit de hoek kwam. Comité Hypnotisé vond zijn oorsprong in 2013, toen Vanhamel samen met Evil Superstars in de AB op 'An Evening With Laika' figureerde. Zijn zo goed als volledig instrumentale dubplaat was dus acht jaar in de maak. De muziek heeft echter meer gemeen met de recentste experimenten van Dijf Sanders dan met de Jamaicaanse dubvariant van, pakweg, Augustus Pablo of Lee 'Scratch' Perry. Tim Vanhamel creëert zijn eigen bevreemdende dub-universum: filmisch, maar tegelijk donker en onheilspellend. Op het podium hadden de strapatsen van Comité Hypnotisé veel weg van een DJ-set. Je kon onmogelijk uitmaken welke geluiden op het moment zelf werden gecreëerd en welke uit een digitale databank werden geplukt. Maar met zijn even intrigerende als overrompelende collages wist Vanhamel je wél onverhoeds bij de lurven te grijpen. Zijn label brengt Dubs Pour Oh La La aan de man met de slogan 'Een dansend delirium van geest en ziel'. Daar hebben we volstrekt niets aan toe te voegen. Comité Hypnotisé bracht de aanwezigen perfect in de stemming voor het duoconcert van de befaamde Britse producer, DJ, remixer en elektronicatovernaar James Holden en de Poolse alt-klarinettist Waclaw Zimpel. Holden, een muzikale vrijbuiter die ooit in Cambridge wiskunde studeerde, heeft inmiddels afstand genomen van wat hij zelf de 'oppervlakkige clubscene' noemt. Hij raakte in de ban van tribale folkgenres zoals de tranceverwekkende Marokkaanse gnawa, begon steeds vaker elektronische klanken te versmelten met akoestische, omringde zich met een vijfkoppige band en verbaasde in 2018 vriend en vijand met Animal Spirits, een psychedelische trip met als oriëntatiepunten: koortsige blazers en polyritmische grooves. Tijdens zijn tournee met dat project stuitte Holden op Zimpel, een klassiek geschoolde multi-instrumentalist met een bijzondere voorliefde voor improvisatie, free-jazz en ethno-fusion. Ondanks hun verschillende muzikale achtergronden vonden beide heren elkaar in Holdens Sacred Walls-studio. Daar bedachten ze in vier dagen evenveel tracks die vorig jaar terecht kwamen op hun Long Weekend EP. Op het podium van de Brusselse Gare Maritime bleek dat de affiniteiten tussen Holden & Zimpel veel groter waren dan de verschillen. Zo voelden ze zich allebei aangetrokken tot repetitieve patronen en minimalistische structuren. De twee muzikanten zaten tegenover elkaar aan een tafel, wat er al op wees dat er een boeiende dialoog op til was: links Waclaw Zimpel met zijn klarinet en keyboards, rechts James Holden met zijn modulaire synths en elektronische effectapparatuur. Het resultaat hield het midden tussen de spirituele jazz van hun gemeenschappelijke held John Coltrane, van wie ze later op de avond een compositie zouden coveren, en de op herhaling steunende muziek van Steve Reich en Terry Riley.De set begon met Saturday, waarin Holden & Zimpel meteen de krijtlijnen uittekenden voor de rest van de avond. Er werd gestoeid met lofi-pyschedelia, de erfenis van de krautrock (de geest van Kraftwerk was nooit ver weg) en, zoals het brothers in trance betaamt werd er geïmproviseerd tot de extase erop volgde. Sunday diende even te worden onderbroken ('The machines got confused', bekende James Holden), maar bereikte alsnog woeste emotionele hoogten. Waclaw Zimpel liet zijn altklarinet huilen als een gekeeld varken, terwijl zijn gezel schrapende, industriële geluiden afvuurde. Maar net zo goed viel tijdens Tuesday het contrast op tussen Zimpels lyrische uitweidingen en Holdens nerveuze elektronische salvo's of grootstedelijke auditieve sculpturen. Af en toe vervormde Zimpel de sound van zijn klarinet door hem door een synthesizer te jagen en merkte je dat Holden diens solo's ter plekke samplede en in een later stadium van een compositie weer te voorschijn riep. Tijdens afsluiter Wednesday haalde Waclaw Zimpel een lapsteelgitaar boven en refereerde hij vaag aan zijn vroegere Indiase raga-projecten. Maar een enkele keer integreerde hij ook een orgel in het steeds grilliger wordende geluidslandschap. Beide muzikanten waren aan elkaar gewaagd en namen, met slechts zes nummers op anderhalf uur, volop de tijd om hun verhaal te vertellen. Toch werd het allesbehalve een dovemansgesprek. Dat bleek ook tijdens de enige toegift, voorlopig een work-in-progress dat zijn definitieve vorm nog niet had gevonden. Holden & Zimpels levendige muzikale discussies hielden je de hele avond op het puntje van je stoel. Een ongemeen spannende ontmoeting van twee zwaargewichten die ook voor de nabije toekomst nog veel moois belooft.