Het nachtleven van Halle wordt in de jaren zestig gedirigeerd door een geestige geestelijke: pater Pax, geboren als Willem de Rooij, wil wat doen voor de jongeren in het stadje ten zuiden van Brussel. In de kelder van het klooster van de paters Conventuelen richt hij een club en repetitieruimtes voor groepen in. Pax merkt dat een daarvan, The Criminals, groot potentieel heeft. Hij ziet in het muziekblad Jukebox een advertentie van producent Jean Kluger, die nieuw talent zoekt. The Criminals mogen op auditie komen. 'Pax laadde ons materiaal op het dak van zijn Wartburg, gooide er een zeil over en zo trokken we naar Brussel', zegt Paul Severs, zanger van de groep. 'Kluger vond ons goed. Maar hij wilde een zanger, geen groep. En het moest in het Nederlands zijn, want dat verkocht goed.' The Criminals worden Paul Severs & The Criminals. Ze vertalen hun nummer You Will Stay in My Heart als Geen wonder dat ik ween - een titel die bedacht is door Pax. Het plaatje heeft succes en de groep mag overal in de Brusselse rand gaan spelen.
...

Het nachtleven van Halle wordt in de jaren zestig gedirigeerd door een geestige geestelijke: pater Pax, geboren als Willem de Rooij, wil wat doen voor de jongeren in het stadje ten zuiden van Brussel. In de kelder van het klooster van de paters Conventuelen richt hij een club en repetitieruimtes voor groepen in. Pax merkt dat een daarvan, The Criminals, groot potentieel heeft. Hij ziet in het muziekblad Jukebox een advertentie van producent Jean Kluger, die nieuw talent zoekt. The Criminals mogen op auditie komen. 'Pax laadde ons materiaal op het dak van zijn Wartburg, gooide er een zeil over en zo trokken we naar Brussel', zegt Paul Severs, zanger van de groep. 'Kluger vond ons goed. Maar hij wilde een zanger, geen groep. En het moest in het Nederlands zijn, want dat verkocht goed.' The Criminals worden Paul Severs & The Criminals. Ze vertalen hun nummer You Will Stay in My Heart als Geen wonder dat ik ween - een titel die bedacht is door Pax. Het plaatje heeft succes en de groep mag overal in de Brusselse rand gaan spelen. Maar tourmanager Pax kan het werk na verloop van tijd niet meer aan. In 1966 spreekt hij zijn goede vriend Sylvain Tack aan. Die heeft in het naburige Buizingen een goeddraaiende fabriek, waar hij zijn Suzy-wafels bakt. Het recept komt van zijn oma, de naam van zijn vrouw Suzanne. In 1959 had de voormalige bakkersgast een paardenstal omgebouwd tot wafelbakkerij. Op dat moment waren er in ons land alleen Jenny Wafers te krijgen, met vijf in een pakje. 'Twee is beter', denkt Tack, en hij stopt er hebbedingen als sleutelhangers en zelfklevers bij. In enkele jaren wordt Tack de grootste wafelfabrikant van het land. 'Ik was 28 jaar toen ik met één wafelijzer begon. Tien jaar later had ik 250 werknemers en 60 procent van de markt.' Tack krijgt last van stress. De dokter stelt hem voor om aan sport te gaan doen. 'Paul Severs, dat wordt mijn sport', zegt hij tegen Pax. De zanger, dan achttien, gaat halftijds op kantoor werken bij Suzy en mag de rest van de dag investeren in zijn carrière. Tack vindt dat songsmid/producer Jean Kluger de beste nummers altijd aan Will Tura geeft. Hij begint daarom een eigen platenlabel voor zijn poulain: Start Recordings. De eerste plaatjes doen niet veel, maar single nummer acht is bingo. Ik ben verliefd op jou (1970) verkoopt meer dan 100.000 stuks. Het wordt later ook een hit in de versies van Crazy Horse (J'ai tant besoin de toi) en Octopus (I'm So in Love with You). Tack is gelanceerd. Hij tekent een pak nieuwe namen - Joe Harris, John Horton, Ricky Gordon, Norbert, 't Kliekske - en laat in 1968 een kleine opnamestudio bouwen in Buizingen. 'We zaten zo vaak in de studio dat ik dacht: laten we er toch zelf eentje bouwen, ik heb grond genoeg aan de fabriek.' Vijf jaar later al wordt Studio Start fiks uitgebreid. Het is op dat moment een van de modernste opnamestudio's van Europa. Met een bar, een overdekt zwembad en slaapkamers. De muziekondernemer stuit op weerstand. Hitorama, het enige Vlaamse muziekblad, boycot de producties van Start. Dus zegt Tack ja wanneer ene Guido Van Liefferinge komt aankloppen met het voorstel om een popmagazine te maken. De man is een voormalig redacteur van Het Laatste Nieuws die voor de uitgever van die krant het blad Pophits op de markt had gebracht. Na een ruzie over de kwaliteit van het papier stapt Van Liefferinge op. Pophits wordt kort nadien opgedoekt.Op 27 maart 1973 wordt Joepie gepresenteerd. Met in het eerste nummer als grote primeur dat Will Tura zich gaat verloven. Van de 50.000 exemplaren komen er 40.000 op de redactie - de garage van Van Liefferinge - terug, maar het jongerenblad wordt alsnog een groot succes, deels dankzij grote nieuwigheden als fotoromans en een rubriek waar tieners hun vaak pikante pubergeheimen kwijt kunnen. Hitorama moet uiteindelijk de duimen leggen. De volgende rode lap van Tack is de BRT. 'Ik had enorm veel problemen om mijn artiesten op radio en televisie te krijgen', zegt hij. 'Dat maakte mij zo razend dat ik een eigen station wilde beginnen.' Het zijn de hoogdagen van de piratenzenders die illegaal uitzenden vanop zee. Tack neemt contact op met Ronan O'Rahilly, de eigenaar van het Engelstalige Radio Caroline. Die zendt uit vanop de Mi Amigo, een vrachtschip dat voor de Nederlandse kust ligt, in internationale wateren. O'Rahilly krijgt een mooie som om de helft van de zendtijd te verhuren aan Tack. Op 1 januari 1974 gaat Radio Mi Amigo de lucht in. De programma's worden aan wal opgenomen, in Nederland, en zijn met een week vertraging te horen. Door de krachtige zender, van 50 kilowatt, is het station goed te ontvangen in Vlaanderen en in Nederland. Mi Amigo wordt immens populair. De impact is vergelijkbaar met de start van VTM en Tien om te zien in 1989. 'Ik had een verzoekprogramma op zondagvoormiddag', zegt Paul Severs. 'Wel, we kregen vaak drieduizend verzoekjes per week.' Het effect valt ook af te lezen aan de Nederlandse hitparade. Vlaamse artiesten als Joe Harris (Drink rode wijn), Trinity (002.345.709 (That's My Number)) en Octopus (South of the Border) scoren dankzij Mi Amigo grote hits bij de noorderburen. Het markantste succes is De wilde boerndochtere (1974), een nummer in het Oost-Vlaams van Ivan Heylen. Geen Nederlander die de tekst begrijpt en toch staat het nummer in juni 1974 vijf weken op rij op nummer 1. André van Duin maakt De tamme boerenzoon als antwoord. Sylvain Tack kan zijn geluk niet op. Het geld stroomt langs alle kanten binnen. Hij zit vier keer aan de kassa. Hij verdient aan de reclamespots op Mi Amigo. Hij maakt zelf aanhoudend gratis reclame voor zijn wafels, die daardoor (nog) beter gaan verkopen. Hij verkoopt meer platen van de artiesten op zijn platenlabel, die uiteraard massaal gedraaid worden. En hij verdient grof geld aan het pluggen (draaien tegen betaling) van plaatjes van anderen - de enveloppen worden afgegeven in de Suzy-fabriek in Buizingen. In september 1974 drijven er donkere wolken binnen. Nederland tekent het Verdrag van Straatsburg, de zogenoemde antizeezenderwet. De Mi Amigo kan niet langer bevoorraad worden vanuit Nederland. Het schip verhuist naar de monding van de Theems, de opnamestudio's worden van Breda naar het Oost-Vlaamse Brakel gebracht. Tack komt daardoor in het vizier van het Belgische gerecht. In februari 1975 wordt de opnamestudio ontdekt. Dj-presentator Peter Van Dam is net aan het opnemen. De speurders vragen hem om te laten horen wat er op de banden staat. Van Dam wist alles ongemerkt onder hun ogen. Het wordt Tack te warm onder de voeten. Hij wijkt met Mi Amigo uit naar Spanje, het enige land in West-Europa dat het Verdrag van Straatsburg nog niet heeft ondertekend. Hij heeft er ook een villa in Playa d'Aro, in de buurt van Barcelona. Tack was tijdens een reis naar Spanje door Mike Verdrengh uitgedaagd om daar een stuk grond te kopen en er een huis te bouwen. Hij verkoopt een groot deel van zijn bezittingen in België: de platenfirma aan de Nederlander Johnny Hoes, de opnamestudio aan Leo Caerts en Rocco Granata, en Joepie aan uitgeverij Sparta (later een dochteronderneming van De Persgroep). De wafelfabriek blijft in zijn handen. Een handvol medewerkers van Mi Amigo verhuist mee naar Spanje. Vanaf dan wordt het een zware logistieke operatie om de uitzendingen vanuit Playa d'Aro op het schip voor de Engelse kust te krijgen. Ze worden op cassette meegesmokkeld met de wekelijkse busverbinding voor vakantiegangers tussen Spanje en de Benelux. Van daar gaan ze via een geheime scheepsroute naar het schip. De trip neemt vaak twee weken in beslag. De wekelijkse hitparade moet sneller en wordt daarom per vliegtuig gebracht. Terwijl de veroordelingen in België zich opstapelen, leeft Tack la dolce vita. De Spanjaarden zijn blij met de komst van Mi Amigo. De zender lokt immers toeristen naar de Costa Brava. In 1977 krijgt Mi Amigo een nieuwe studio in het winkelcentrum van Playa d'Aro, open en bloot. Die kan elke werkdag bezocht worden van 10 tot 12 uur en er worden T-shirts en andere memorabilia verkocht. In 1978 begint het opnieuw fout te gaan. Elke bron heeft een eigen verklaring daarvoor: het is te duur om het schip operationeel te houden, Tack wordt door de Spaanse overheid vriendelijk verzocht zijn activiteiten af te bouwen, de adverteerders worden afgedreigd door het Belgische gerecht... Feit is dat Mi Amigo in september 1979 definitief slagzij maakt. In dat jaar ook wordt Suzy verkocht aan het Amerikaanse Borden Foods. De levensloop van Tack wordt vanaf dat punt erg onduidelijk. Ook hier lopen de versies uiteen, maar alle verhalen wijzen op foute boel. Tack zal dat later beamen. 'Vanaf Playa d'Aro is het met mij verkeerd beginnen te gaan. Ik leefde daar in weelde. Had niets om handen. Ben aan de drank geraakt. Whisky. Ik dronk ineens aan de fles. Met grote teugen.' In 1981 ontmoet Sylvain in het Franse Perpignan een knappe vrouw, een Boliviaanse op wie hij smoorverliefd wordt. Op 27 november van dat jaar wordt Tack aangehouden op de Parijse luchthaven Charles de Gaulle. Hij komt aan uit La Paz met een vals paspoort en een gips rond zijn been. Daarin wordt drie kilogram cocaïne gevonden. Volgens Tack was het een geval van uitlokking: de schone werkte voor de Franse politie, de valstrik was een vergelding voor het kat-en-muisspel dat hij al die jaren met justitie had gespeeld. Tack wordt veroordeeld voor drugshandel, smokkel, belastingfraude en medewerking aan een illegale onderneming. Hij krijgt acht en een half jaar en wordt opgesloten in Fleury-Mérogis, de grootste gevangenis van Europa. Hij werkt er in de keuken en verdiept zich in natuurgeneeskunde en homeopathie. 'Yoga en natuurvoeding zijn mijn redding geweest.' Na vier jaar en vier maanden wordt hij door toedoen van Guido Van Liefferinge vervroegd vrijgelaten. 'Dat was het minste wat ik kon doen voor de man die mijn uitgeversavontuur mede mogelijk heeft gemaakt.' Rasondernemer Tack stort zich op bioproducten en alternatieve geneeswijzen. Maar hij is zijn magische gaven kwijt. In 2000 moet hij van de rechter een geldboete van 100.000 Belgische frank (2500 euro) betalen wegens illegale handelspraktijken. Een van zijn producten, een kefirconcentraat, blijkt een geregistreerd medicijn te zijn dat niet verkocht mag worden. Sylvain sterft in 2006, arm, eenzaam, verbitterd en levensmoe. De gemeente Oudenburg, bij Oostende, moet zijn uitvaart betalen. 'Hij was een voortrekker', zegt Mike Verdrengh in het boek 1976. De zomer van ons leven van Geert De Vriese. ' Hij bedoelde het allemaal goed, maar beschikte helaas niet over voldoende zakelijke of juridische bagage om misstappen te vermijden. In zekere zin is hij de vader van de liberalisering van ons omroepbestel: de voorloper van latere vrije radio's of van zenders als Qmusic. Het was David tegen Goliath. Ik vond zijn avontuur met Mi Amigo in zekere zin getuigen van veel lef, maar de tijd was er nog niet rijp voor. Het had evengoed anders kunnen lopen, en dan was Tack nu de grote Vlaamse mediatycoon geweest.'