Vandaag worden de vier leden van Led Zeppelin nog steeds vereerd als pioniers van de heavy metal, maar eigenlijk waren ze zoveel méér dan dat. In de vroege seventies golden ze, dank zij nummers als Whole Lotta Love of Immigrant Song en een reeks uitverkochte concerttournees, zowat als de grootste groep ter wereld. Toch knaagde er iets: hun derde lp werd door de critici lauwtjes ontvangen en bracht ook het publiek in verwarring. De plaat, gedeeltelijk geïnspireerd door het werk van folkmuzikant Roy Harper, bevatte nogal wat akoestische songs en week dus behoorlijk af van de heavy rock en blues waar Led Zeppelin zijn reputatie aan te danken had. III getuigde van subtiliteit, veelzijdigheid en zelfbeheersing, alleen bleek de wereld nog niet helemaal klaar te zijn voor een potige rockband die de volumeknop ook af en toe eens naar links draaide.
...

Vandaag worden de vier leden van Led Zeppelin nog steeds vereerd als pioniers van de heavy metal, maar eigenlijk waren ze zoveel méér dan dat. In de vroege seventies golden ze, dank zij nummers als Whole Lotta Love of Immigrant Song en een reeks uitverkochte concerttournees, zowat als de grootste groep ter wereld. Toch knaagde er iets: hun derde lp werd door de critici lauwtjes ontvangen en bracht ook het publiek in verwarring. De plaat, gedeeltelijk geïnspireerd door het werk van folkmuzikant Roy Harper, bevatte nogal wat akoestische songs en week dus behoorlijk af van de heavy rock en blues waar Led Zeppelin zijn reputatie aan te danken had. III getuigde van subtiliteit, veelzijdigheid en zelfbeheersing, alleen bleek de wereld nog niet helemaal klaar te zijn voor een potige rockband die de volumeknop ook af en toe eens naar links draaide.Gitarist Jimmy Page liet zich door de sceptische reacties echter niet van de wijs brengen en samen met zijn gezellen besloot hij in de boosheid te volharden. Het kwartet huurde de mobiele studio van The Rolling Stones en trok zich terug in Headley Grange, een Victoriaans landhuis te midden van de bossen en velden van het Engelse Hampshire. Het was niet alleen een inspirerende omgeving (al zou bassist John Paul Jones ze later omschrijven als 'klam, vochtig en vies'), de bijzondere akoestiek van het huis stimuleerde Led Zeppelin om vrijelijk met klank en productie te experimenteren. De meeste songs die op de nieuwe plaat terecht zouden komen, werden ter plekke verzonnen en waren het resultaat van spontane jams. Dat leidde tot een gevarieerde collectie songs waarin alle stijlen en thema's van de groep samenvloeiden. De muzikanten wisten zeer goed wat ze wilden, beschikten over een overvloed aan ideeën en speelden met zoveel trefzekerheid en genadeloze precisie dat ze de meeste van hun rivalen het nakijken gaven. Uiteindelijk zou de vierde langspeler van Led Zeppelin een uitgekiende synthese worden van alles wat ze tot dan toe hadden uitgebracht. De productiviteit van het gezelschap leek geen grenzen te kennen. Zo leverden de sessies ook nummers op zoals Boogie With Stu, Down By the Seaside, Night Flight en Black Country Woman die pas vier jaar later hun weg zouden vinden naar de dubbelaar Physical Graffiti.Dat de release van de titelloze vierde lp van Led Zep was omhuld door mysterie, lag vooral aan Jimmy Page. Het muzikale brein van de band was verontwaardigd over de bewering van sommige recensenten dat het succes van I, II en III veeleer te wijten was aan een zorgvuldig georkestreerde mediahype dan aan talent. Dus besloot hij de gebruikelijke promotiekanalen links te laten liggen en de plaat zoveel mogelijk te anonimiseren. Ze verscheen in de winkelrekken zonder titel, groepsnaam, tracklisting of andere informatie, een maneuver dat de bonzen van platenmaatschappij Atlantic als commerciële zelfmoord bestempelden. Op de cover stond enkel een rustiek olieverfschilderij uit de negentiende eeuw, dat zanger Robert Plant eerder op de kop had getikt in een antiekzaak in Reading en geen enkele aanwijzing gaf over het soort muziek dat de luisteraar mocht verwachten. Zelfs de namen van de bandleden stonden nergens vermeld. Page, Plant, John Paul Jones en John Bonham konden enkel worden geïdentificeerd aan de hand van specifieke symbolen of runetekens, waarvan de betekenis nooit zou worden vrijgegeven.Tegenwoordig staat de lp bekend als Led Zeppelin IV, omdat ook de drie voorgaande platen elk een Romeins cijfer als titel droegen. Sommigen verwijzen naar het werkstuk dan weer als Four Symbols of The Runes Album. Het epische Stairway to Heaven zou prompt tot dé classic van de plaat uitgroeien. Atlantic wilde het nummer, met een speelduur van bijna acht minuten, graag als single uitbrengen, maar stuitte op het veto van de muzikanten, voor wie een eventuele inkorting of radio-edit totaal onbespreekbaar was. Ook nu nog is de track met voorsprong de meest aangevraagde bij Amerikaanse FM-radiostations, terwijl de partituur van de song de meest verkochte ter wereld is. De track, die telkens hoog eindigt in allerlei Tijdloze lijstjes, heeft zonder twijfel bijgedragen tot het commerciële succes van de plaat. Van IV gingen tot dusver meer dan 37 miljoen stuks over de toonbank en het verzadigingspunt is nog lang niet bereikt.Opmerkelijk is dat bijna ieder nummer uit de vierde lp van Led Zeppelin een iconische status heeft verworven. Opener en eerste single Black Dog, genoemd naar de zwarte Labrador die in de periode van de opnamesessies regelmatig in de buurt van Headley Grange rondzwierf, was meteen een schot in de roos. Het is een stevige, geile rocker die steunt op een circulair gitaarmotiefje, geïnspireerd is door Oh Well van Fleetwood Mac en waarin frontman Robert Plant krijst en gromt zoals vanouds. Ook Rock'n'roll, ontstaan uit een improvisatie op Little Richards Keep-A-Knockin', heeft zijn titel niet gestolen. Het nummer ontleende zijn brute kracht aan het explosieve drumwerk van John 'Bonzo' Bonham, die ook een sterrenrol speelde in Four Sticks. De drummer raakte zo gefrustreerd door het bizarre tempo dat hij op een gegeven moment de vellen niet met twee maar met víer drumstokken te lijf ging. Hoewel Bonham slechts in zes van de acht nummers op Led Zeppelin IV te horen was, slaagde hij er, met wat een medewerker van Louder ooit omschreef als 'the world's biggest fuck-off drumsound', toch in zijn onuitwisbare stempel op de plaat te drukken. Iets soortgelijks deed hij in het apocalyptische When the Levee Breaks, een flard oude countryblues van Kansas Joe McCoy & Memphis Minnie uit 1929, die van de groep een portie anabole steroïden kreeg toegediend. Bonzo's intro zou uitgroeien tot één van de invloedrijkste drumgrooves uit de rockgeschiedenis en werd intussen al honderden keren gesampled. Vooral hiphopartiesten als Dr. Dre en Eminem deden er hun voordeel mee, maar Bonhams beats zijn net zo goed te horen op platen van Massive Attack, Coldcut en Beyoncé. De oorspronkelijke partij werd ingeblikt met slechts twee microfoons, die hoog aan de zoldering van Headley Grange waren bevestigd. Op die manier wist Led Zeppelin de ruimte in te schakelen als medeplichtige tijdens het opnameproces.De breakbeat van Misty Mountain Hop werd een al even onuitputtelijke inspiratiebron voor de hiphopliga. Multi-instrumentalist John Paul Jones, het meest erudiete groepslid, was verantwoordelijk voor de centrale riff op elektrische piano, terwijl Robert Plant het in zijn tekst had over een botsing tussen drugdealers en de politie in een park. De titel werd ontleend aan The Hobbit, een boek van J.R.R. Tolkien. De schrijver in kwestie, die naam zou maken met zijn fantasy-trilogie Lord of the Rings, was in de jaren 1960 en '70 razend populair, zowel bij de hippiegeneratie als in muzikantenmiddens. Echo's uit zijn werk galmen nog na op platen van Black Sabbath, Pink Floyd, Genesis, Megadeth en de Zweedse progrockmuzikant Bo Hansson. Vandaag geeft Robert Plant grif toe dat veel van zijn teksten uit de vroege seventies aan de naïeve kant waren. 'Led Zeppelin bevond zich in een maalstroom', vertelde hij aan het blad Mojo. 'Alles ging zo snel dat we nauwelijks de tijd kregen om volwassen te worden. Er zijn natuurlijk niet veel mensen die vijftig jaar later geconfronteerd worden met de onrijpe kerels die ze waren op hun 22ste. Het is iets waar ik mee moet leren leven'.Robert Plants toenmalige belangstelling voor Keltische mythologie klinkt ook door in het akoestische The Battle of Evermore. Het nummer werd gevoed door een boek over de Schotse onafhankelijkheidsoorlogen in de late dertiende en vroege veertiende eeuw, dat de zanger op zijn nachtkastje had liggen. Jimmy Page schreef de song op een mandoline die John Paul Jones had meegebracht en Sandy Denny, bekend van de folkrockband Fairport Convention, werd voor de gelegenheid als gastzangeres opgetrommeld. Plant speelde de rol van verteller, terwijl Denny zich manifesteerde als de stadsomroeper die het volk vertegenwoordigde. In dezelfde stijl was het hippie-anthem Going to California, ingegeven door Joni Mitchell, een Canadese zangeres waar Page en Plant allebei fan van waren. Maar het pièce de resistance uit Led Zeppelin IV was uiteraard Stairway to Heaven, dat qua bekendheid met gemak alle andere songs van de groep overlast. Het werd geschreven in Noord-Wales en was de enige compositie die Jimmy Page en Robert Plant al min of meer klaar hadden voor ze aan de sessies in Headley Grange begonnen. 'De song was als een zorgvuldig geplande reis', vertelde Page aan de BBC. 'Ik wilde iets schrijven dat fragiel en akoestisch begon en zich geleidelijk zou ontvouwen. Niet alleen op muzikaal, maar ook op emotioneel vlak. Robert voelde dat tekstueel op een briljante manier aan. Het idee om aan de intro vier blokfluiten toe te voegen, kwam van John Paul Jones. Het gaf de song iets middeleeuws en verwees naar madrigalen uit de renaissance. Daarna bouwden we versnellingen in, die de song meer passie en dynamiek gaven. Zo ontwikkelde Stairway zich van breekbare folk tot schroeiende heavy metal, met een finale die de luisteraar als een vloedgolf moest overspoelen. Het geheim van Led Zeppelin IV is dat ieder van ons voor honderd procent op de muziek gefocust was. We speelden uit ons hart. En met volle overtuiging'. Wie goed luistert, merkt dat de gitaarintro van Stairway to Heaven gelijkenissen vertoont met een passage uit Taurus, een instrumental van de Californische formatie Spirit uit 1968. Op zich hoeft dat niet te verbazen, want Led Zeppelin leende wel vaker zonder bronvermelding, zeker van zwarte bluesmuzikanten. In de loop der jaren werden naar aanleiding van Stairway verscheidene plagiaatprocessen gevoerd, maar die werden systematisch in het voordeel van Page en Plant beslecht. En eerlijkheidshalve moeten we toegeven dat Stairway to Heaven, een song 'over een vrouw die niets geeft maar enkel neemt', Taurus qua opbouw en zeggingskracht vér overtreft. Ook al kreeg Led Zeppelin, net als Black Sabbath en Deep Purple, in de vroege seventies soms meewarige recensies, vandaag bestaat er geen discussie meer over de verdiensten van al deze bands. Als IV één ding bewijst, is het wel dat een band best harde muziek kan maken, zonder een eendimensionale stoomwals te worden. Vijftig jaar na datum wordt de muziek van Led Zep nog steeds door nieuwe oren opgepikt. U hoeft er dus niet meer aan te twijfelen: het lood uit de groepsnaam is helium geworden.