1. HOE HET BEGON

Als Daan Stuyven vandaag tot de populairste artiesten uit ons land behoort, dankt hij dat in ruime mate aan Dead Man Ray, de undergroundsupergroep waarmee hij, via radiohits als Beegee en Chemical, voor het eerst van het succes mocht proeven. Die band ontstond in 1997, toen Daan op een trouwfeest kennismaakte met ex-dEUS-gitarist Rudy Trouvé.

DAAN STUYVEN (ZANGER, GITARIST, ETC.): In de loop van de avond stelden we, enigszins beschonken, vast dat we gemeenschappelijke muzikale interesses hadden. Dus besloten we eens af te spreken om te jammen.

RUDY TROUVÉ (GITARIST, ETC.): Ik speelde sowieso al met het idee een nieuwe groep te beginnen. Ik had een gitaar geleend van Stef Kamil Carlens, die linkshandig is. Ik was een beetje uitgekeken op mijn eigen stijl en ging op zoek naar een nieuwe uitdaging. Ik besloot die gitaar te leren bespelen zonder de snaren van positie te veranderen. Voor mij stonden ze dus ondersteboven: een wereld van verschil. Voorts wilde ik het ideeëngoed van een intellectualistische punkband zoals This Heat combineren met folk à la Penguin Café Orchestra en het resultaat vermengen met productietechnieken uit de techno.

DAAN: De eerste keer dat we samen muziek maakten, was fantastisch. Na een half uur hadden we al een ruwe versie van Chemical klaar. Diezelfde avond nog reed ik met de opname naar een vriend in Leuven. Die had een computer waarop we onze jam konden verknippen tot iets wat op een song leek. Ik had meteen door dat het iets bijzonders was.

TROUVÉ: Daan was erg bedreven in dat knippen en plakken. We waanden ons in een speeltuin, knutselden erop los. De auto starten, het geluid van de motor opnemen en in een nummer verwerken? Alles kon. We zouden het later wel in een vorm kneden.

We waanden ons in een speeltuin. De auto starten, het geluid van de motor opnemen en in een nummer verwerken? Alles kon.

Rudy Trouvé, gitarist

DAAN: Het was een spontane, bevrijdende manier van werken. Ik had een hekel aan studio's, dus legden we thuis alles op goedkope cassettes vast. Het klonk trashy, direct en vaak overstuurd, maar dat hinderde niet: het was puur expressionisme. We werkten zo snel dat onze ideeën nooit de kans kregen te verwateren. Wat ons bezighield, was: kunnen we zonder geld en met het materiaal waar we over beschikken iets maken dat de moeite is? Meestal repeteerden we op het gelijkvloers van mijn huis in Berchem, waar het nooit warmer was dan elf graden. Je hersenen werken anders bij lage temperaturen: je voelt je nooit helemaal relaxed en begint van de weeromstuit op een andere manier te luisteren. Het enige waar we ons aan konden verwarmen, was de muziek zelf. Maar na een week kregen we in de gaten dat we die met zijn tweeën nooit live zouden kunnen brengen. Dus haalden we er drummer Herman Houbrechts bij. En Elko Blijweert, die, omdat we geen bassist hadden, zijn gitaar extra laag stemde.

ELKO BLIJWEERT (GITARIST): Ik speelde al met Rudy in Kiss My Jazz, maar bij Dead Man Ray deden we aan wat ze in de freejazz instant composing noemen. Met de meeste bands zou je wellicht dertig uur moeten jammen om er drie goede minuten uit te kunnen distilleren, bij ons was iedere minuut bruikbaar. De manier waarop Rudy en Daan met dat materiaal achteraf collages maakten, was altijd verrassend. Uit wat we hadden opgenomen, lichtten zij bepaalde ingrediënten en ze plaatsten die in een andere context. Ik was pas 22 toen en heb van mijn periode bij Dead Man Ray ontzettend veel opgestoken.

In die dagen was ik in Antwerpen een beetje mal vu, ik werd er beschouwd als een popjanet. Rudy gaf me weer credibiliteit.

Daan Stuyven, zanger

DAAN: Het mooie is dat we vier totaal verschillende persoonlijkheden waren. Precies onze tegenstellingen maakten de muziek zo interessant. In die dagen was ik in Antwerpen een beetje mal vu. Vijf jaar eerder had ik een plaat gemaakt die geflopt was. Men beschouwde mij als een popjanet. Rudy keek daar dwars doorheen. Hij legde een openheid en een generositeit aan de dag die je bij 'puur artistiek' denkende mensen niet vaak aantreft. Hij dacht nooit in termen van: 'te poppy' of 'te melodieus'. Dat soort snobisme was hem vreemd. De muziek waar ik van hield, was ook wel het resultaat van een artistieke zoektocht, maar altijd toegankelijk genoeg om op de radio te kunnen. Dat Rudy bereid was onze werelden samen te brengen, gaf me weer een zekere credibiliteit. Niet dat ik daarnaar op zoek was, maar het bleek precies te zijn wat ik nodig had.

TROUVÉ: Wat we maakten, klonk niet als dansmuziek, maar was wel volgens een dancelogica in elkaar gezet. Ieder nummer werd in stukjes gehakt en radicaal met computers bewerkt. Die tactiek werd later gangbaar in popmuziek, maar was toen nog vrij nieuw.

DAAN: Was mijn achtergrond als grafisch vormgever van invloed op de sound? Absoluut. Maar Rudy en Herman waren óók beeldend kunstenaars. Het zoeken naar de juiste grijze en blauwe tinten voor de hoes van Berchem liep bijvoorbeeld parallel met de zoektocht naar de juiste klank. We zaten in een visuele trip, dachten constant in beelden.

TROUVÉ: De muziek klonk niet slecht, maar wel lofi. Ik kreeg het idee er een hightechproducer op los te laten.

WOUTER VAN BELLE (COPRODUCER): Ik reed met Daan, om de kerstdrukte hier te ontvluchten, naar het zuiden van Spanje. We waren al lang bevriend, hadden samengewerkt ten tijde van Running Cow en Volt en hadden met zijn tweeën een single gemaakt als Supermarx. Op de terugweg liet hij mij een cassette horen van Berchem. De muziek vond ik meteen goed. Alleen, ze klonk me te... onderbelicht. Te demoachtig. Mijn reactie was: hier kan ik iets véél beters van maken.

Dé bepalende factoren op Berchem waren de non-conformistische manier van opnemen, en Daans woonkamer.

Wouter Van Belle, producer en toetsenist

TROUVÉ: Ik was er meteen voor gewonnen. Ik kende Wouter als producer van de eerste singles van Gorky en hield van zijn klank, zijn visie.

VAN BELLE: Ik heb Berchem volledig hermixt, de klank opgewaardeerd, aan de dynamiek gesleuteld, met effecten gespeeld... Ik heb er enkele weken intensief aan gewerkt en links en rechts ook creatieve knopen doorgehakt. Dat trancestuk aan het eind van Copy of 78 was een toevoeging van mij. Ik heb het lofikarakter bewaard en er tegelijk voor gezorgd dat de tracks zo energiek mogelijk klonken. De werkwijze van Dead Man Ray - jammen, verknippen, loopen, een geraamte bouwen waar je vervolgens een zanglijn overheen drapeert - lag me na aan het hart, maar was op zich niet uniek. Vier jaar eerder had ik A Tâtons van Axelle Red ook al met ProTools opgenomen. Dé bepalende factoren op Berchem waren Daans woonkamer, die over een prachtige natuurlijke reverb beschikte, en de non-conformistische manier van opnemen.

DAAN: Wouter heeft de muziek helemaal opengetrokken, haar opgeschoond en toegankelijker gemaakt, zodat ze op de radio kon.

TROUVÉ: Tegelijk slaagde hij erin het speelse in de songs te bewaren. Zijn betrokkenheid was trouwens zo groot dat hij de groep prompt kwam vervoegen als toetsenspeler.

2. DE ONTVANGST

MICHAEL JOOSTENS (MANAGER): Ik werkte bij Musickness, het management van dEUS en Moondog Jr. Toen kwam Dead Man Ray erbij. Zodra ik Berchem hoorde, ging ik voor de bijl. Omdat Rudy zoveel projecten had, begonnen we met Heavenhotel, een label dat helemaal steunde op de doe-het-zelffilosofie. Van Beegee brandden we vijftien cd-r'tjes, we stopten ze in geïmproviseerde hoesjes die we met verfspray en sjablonen in elkaar flansten, brachten ze naar StuBru en... bingo. Toen Berchem echt begon te lopen - er zijn uiteindelijk ruim 20.000 stuks van verkocht - kregen we cashflowproblemen. We hadden nooit genoeg geld om platen bij te persen. Het drama van een kleine independent: te veel succes kan je óók in de problemen brengen. Vroeg of laat moesten we dus wel bij een grotere speler aankloppen.

Dead Man Ray was een band van uitersten. Antwerpen had er, naast dEUS en Zita Swoon, een topgroep bij.

Journalist Christophe Verbiest

FIRMIN MICHIELS (IN 1998 MANAGING DIRECTOR BIJ VIRGIN BELGIUM): Ik hoorde Dead Man Ray voor het eerst op de radio en was totaal uit mijn lood geslagen. Dat overkomt me niet gauw. Ik wist niet eens dat die groep Belgisch was, maar ze sprong er meteen uit. Op een bepaald moment hoorde ik dat Bang!, de distributeur, er moeite mee had Berchem bij de grote winkelketens in de rekken te krijgen. Dus stelde ik voor de cd, in ruil voor een percent op de verkoop, op de releaselijst van Virgin te zetten. Dat heeft deuren geopend en ervoor gezorgd dat de plaat sneller een publiek vond. Een louter vriendschappelijke deal. Pas later zijn we met Dead Man Ray echt actief gaan samenwerken.

CHRISTOPHE VERBIEST (DESTIJDS JOURNALIST BIJ DE MORGEN EN MEDEWERKER VAN CUCAMONGA OP RADIO 1): Ik werd sowieso al nieuwsgierig bij de naam Rudy Trouvé op een hoes. De eerste keer dat ik Beegee en Chemical hoorde, viel ik steil achterover. Die nummers klonken uniek en fris, vielen nergens mee te vergelijken. Dead Man Ray was een band van uitersten: een kruising van Wire met Duran Duran, een samenvoeging van rock en elektronica zoals we die nog nooit eerder hadden gehoord. Antwerpen had er, naast dEUS en Zita Swoon, een topgroep bij.

Vlnr: Drummer Herman Houbrechts, gitarist Elko Blijweert, gitarist Rudy Trouvé en zanger Daan Stuyven.

3. DE TERUGBLIK

DAAN: Welke plaats ik Berchem toeken in mijn carrière? Ik zit er verveeld mee en ben er trots op. Het is een van de beste platen waar ik ooit aan heb meegewerkt, maar tegelijk is het een berg waar ik nooit meer over raak. Nu, al die jaren later, heb ik me eindelijk met die vaststelling verzoend. Toen we eraan begonnen, had ik de droom ooit nog in de muziek door te breken al opgeborgen, maar blijkbaar had ik nog een ei te leggen. Ik was jong en wild, blij dat ik nog eens een plaat mocht maken en omringd werd door fantastische muzikanten. Rudy was de rauwe expressionist, Elko de virtuoos die dingen deed die geen van ons ooit had gekund. Hij gaf alles een abstract en absurdistisch tintje. Herman was een onorthodoxe, zeer Europese drummer en ik zorgde voor de melodieuze factor. De omstandigheden van toen vallen met geen enkel dreamteam meer na te bootsen.

BLIJWEERT: Na de opnamen heb ik nooit meer naar Berchem geluisterd. Ik was teleurgesteld, in mijn hoofd klonk het allemaal beter dan op de plaat. Onlangs hoorde ik ze nog eens op café en ik ben er nog steeds niet weg van. Maar misschien is het een egokwestie. Ik heb aan Berchem veel minder bijgedragen dan aan Trap en had er niet altijd een goed gevoel bij. Ook was het mijn eerste kennismaking met de muziekindustrie. Ik vond het frustrerend dat die uit Dead Man Ray nooit gehaald heeft wat erin zat.

Berchem is een van de beste platen waar ik ooit aan meegewerkt heb, maar tegelijk een berg waar ik nooit meer over raak.

Daan Stuyven

MICHIELS: Als er in België één band was die het internationaal had kunnen maken, dan Dead Man Ray. Pure wereldklasse. Dat niveau ben ik daarna nooit meer tegengekomen.

VERBIEST: Achteraf bekeken vind ik Berchem de minste plaat van de groep, al bevat ze wél haar beste songs. Het gevoel dat Dead Man Ray vandaag bij mij teweegbrengt, is er vooral een van onvervuld potentieel.

JOOSTENS: Precies. Het was een ambitieus gezelschap, maar enkel artistiek. Ook al was er belangstelling uit het buitenland, de leden vertoonden weinig animo om langdurig op tournee te gaan. Dat was niet bevorderlijk voor de promotionele kant. Vier sterke, soms botsende persoonlijkheden, dat was tegelijk hun kracht en hun zwakte. Berchem blijft een van de platen uit de Belgische popgeschiedenis die je zeker in huis moet hebben. Alleen, ze is nergens meer te krijgen. Ik hoop dat ze spoedig weer wordt opgevist.

4. DE ERFENIS

Berchem leeft nog steeds in het Belgische muzikantenmilieu. In 2013 verscheen Copy of 98, een hommage-cd waarop veertien, in hoofdzaak Antwerpse groepen van verschillende generaties elk één song uit de plaat van een facelift voorzien. Op het appel onder anderen Marble Sounds, Flying Horseman, Bed Rugs, COEM, Benny Zen, Echo Beatty en Sukilove.

PASCAL DEWEZE (SUKILOVE): Ik behoor tot dezelfde generatie als Dead Man Ray: met Herman Houbrechts heb ik nog samengespeeld in Nemo en Mitsoobishy Jacson. Destijds was ik vooral onder de indruk van hun optredens. Ik kan niet zeggen dat Berchem voor mij een omwenteling betekende. Destijds had ik helemaal niet in de gaten hoe iconisch dat album wel was. Sindsdien heb ik mijn mening bijgesteld: het is een sleutelplaat in de Belgische rock.

PIETER VAN DESSEL (MARBLE SOUNDS): Ik was toen 22 en ik herinner me dat Beegee in mijn hoofd een bescheiden storm veroorzaakte. Intussen zijn we aan Daans croonende manier van zingen natuurlijk gewend, maar vijftien jaar geleden klonk die heel bijzonder.

ANNELIES VAN DINTER (ECHO BEATTY): Ik was destijds 12, nog te jong om die plaat op te pikken. Pas onlangs heb ik ze voor het eerst integraal gehoord. Die typische ninetiesvibe zit er zeker in, maar ze klinkt nog altijd relevant. Wat ik aan de muziek zo mooi vind, is dat ze een eigen karakter heeft: tegelijk prettig gestoord en organisch. Dat mis ik in de meeste dingen die vandaag worden gemaakt. Dat frivole trekt mij aan. En ook: het experiment, de zoektocht naar klanken.

Destijds had ik niet in de gaten hoe iconisch Berchem wel was. Nu weet ik: het is een sleutelplaat in de Belgische rock.

Pascal Deweze

DEWEZE: Wat mij aan Berchem fascineert, is dat Dead Man Ray Jack Kerouacs ideeën over automatic writing op muziek weet toe te passen. Bij dEUS zat Trouvé nog gekneld tussen de andere talenten in die groep, maar toen hij scheep ging met Daan gaf dat... vuurwerk. Rudy's wilde chaos werd gestroomlijnder en gekoppeld aan een lichte, dansbare groove, die in het huidige popklimaat nog steeds perfect past.

VAN DESSEL: Live vond ik Dead Man Ray ongelooflijk sterk. Die verschillende persoonlijkheden, de unieke gitaarstijlen van Rudy en Elko, samen gaven die echt vonken. Ik voelde me ook aangetrokken tot hun spielereien in de studio, al heeft Daans eerste soloplaat op mij een nog grotere invloed gehad. Als Berchem in zwart-wit was, dan was ProFools in kleur. Voor mij zijn die cd's, samen met Worst Case Scenario van dEUS, mijlpaaltjes. Ze maakten me ervan bewust dat onze bands complexloos naast de beste uit het buitenland kunnen staan.

DEWEZE: Toen we gevraagd werden voor die tribute, gaf ons dat de gelegenheid eens met andere muzikale grondstoffen aan de slag te gaan. Chemical was een gevaarlijke keuze, omdat het zo'n bekend nummer is, maar dat maakte het net ook aantrekkelijk. Ik wist meteen dat ik er Blackie & The Oohoos bij wilde betrekken. Samen hebben we geprobeerd het in een nieuw jasje te wringen.

VAN DESSEL: Ik heb Inc. gecoverd, maar eigenlijk wilde ik een ode brengen aan de hele plaat. In de geest van Berchem besloot ik er een cut and paste-song van te maken. De instrumentale partijen heb ik geconstrueerd met samples uit alle tracks van de cd, behalve Inc.. Het resultaat staat dus dichter bij Dead Man Ray dan bij Marble Sounds.

VAN DINTER: Toen we bij Copy of 98 betrokken raakten, waren er niet zoveel songs meer over. En omdat we het zo druk hadden, hebben we onze versie van Baby Doll noodgedwongen in één dag in elkaar gebokst. De essentie van Dead Man Ray is volgens mij hun sound, maar die kun je niet kopiëren. We hebben er dus elementen uit gefilterd en er ons eigen ding mee gedaan.

Dit artikel verscheen op 3 april 2013 in Knack Focus.