Het is nog maar twee jaar geleden dat Roméo Elvis & Le Motel, Damso en Hamza, de heilige drievuldigheid van de Franse rap in België, nog voor vierduizend zielen stonden te spelen op de eerste editie van Fire Is Gold. In Vilvoorde toen nog, op een domein dat met het openbaar vervoer amper te bereiken was en plaats had voor niet meer dan twee kleine podia.
...

Het is nog maar twee jaar geleden dat Roméo Elvis & Le Motel, Damso en Hamza, de heilige drievuldigheid van de Franse rap in België, nog voor vierduizend zielen stonden te spelen op de eerste editie van Fire Is Gold. In Vilvoorde toen nog, op een domein dat met het openbaar vervoer amper te bereiken was en plaats had voor niet meer dan twee kleine podia. Wie er toen bij was, kon niet anders dan dit weekend zijn ogen uitkijken: Fire Is Gold is groot geworden. En hoe, hoor je daar dan meestal bij te schrijven, maar iedereen weet hoe: door de locatie over te nemen van grote broer Laundry Day, het dancefestival van dezelfde organisatie dat de afgelopen jaren vaker vervelde dan een slang die te lang in de zon heeft gelegen en er eerder dit jaar na de zoveelste metamorfose de brui aan gaf. Wie op de laatste editie van Laundry Day was, herkende op Fire Is Gold ook de containers waarmee het terrein toen was ingedeeld in de vorm van een taart, met in elke punt een ander genre. Die deden ook dit jaar dienst om het terrein zo in te delen dat er op een vrij kleine oppervlakte toch plaats was voor drie kloeke podia en een dj-stage, elk met hun eigen host, die elkaar auditief niet te hard in de weg liepen.Daarvan deed het Code 32-podium, genoemd naar de afspeellijst met Belgische rap op Spotify, het meeste eer aan het oorspronkelijke idee van Fire Is Gold, dat altijd al veel plaats heeft gehad voor de belhop. Het grote verschil met de vorige edities: dit jaar was er vroeg op de dag ook effectief volk. Waar Caballero & JeanJass, toch geen kleine garnalen, vorig jaar nog een handvol suffende toehoorders hadden, liet het Antwerpse Roedel, het collectief rond Luie Louis, de liefhebbers in de vroege namiddag al lekker bouncen met een niet onaardige set, waarin het zestal er een kunst van maakte om in zoveel mogelijk verschillende combinaties te spelen door elk om beurt op of van het podium te lopen. Intussen zocht de groep een evenwicht tussen snoeihard rhymes spitten, waarin we vooral Rikki Rozay zagen uitblinken, en ongegeneerd de boysband uithangen, met mierzoete refreintjes en al. Wie hen hoorde vertellen dat ze uit Borgerhamptown komen, ziet meteen de link met het collectief Brockhampton, al staan deze jonge puppy's esthetisch en muzikaal nog lang niet zo ver. Maar hey, het is weer een gaatje in de Belgische hiphop dat met talent is gevuld.Ook Darrell Cole en Woodie Smalls - uit Sint-Niklaas, maar zo ver is dat nu ook weer niet - kregen hun portie liefde van 't Stad, maar vooral die laatste hebben we ooit al beter zien spelen. De boomlange Waaslander pakte uit met kluisters, geschreeuw en kanonschoten, maar vergat tussen al dat gebulder bijna te rappen. Dan zagen we liever K1D, zijn voormalige sidekick, op en neer stuiteren op het hoofdpodium, dat in handen was van de Brusselse club Bloody Louis en mediaplatform Vice. Terwijl we probeerden te achterhalen langs waar de bonkige rapper zijn batterijen vervangt, liet hij de wei voor hem moshen tot we niks meer zagen door het stof. Net zoals op de vorige edities vatte Fire Is Gold hiphop ook dit jaar op in de brede zin, als meer dan een muziekgenre. De skateramp in het midden van het terrein, de Instagram-waardige spiegel en de dansdemo's zijn inmiddels vaste prik. Het basketbalterrein misten we, maar in de plaats daarvan had Vice voor een debattent gezorgd. Al jaren de evidentie zelve op grote festivals als Glastonbury of het Nederlandse Lowlands, maar hier voelde het toch nog wat onwennig om met de pompende beats op de achtergrond drie kwartier te discussiëren over drugs of diversiteit. Dat laatste gesprek had met danser Nick Coutsier, Bloody Louis-eigenaar Jon Tyler en dj Black Mamba nochtans een interessant panel, maar voor een debat dat opende met de vraag of België een racistisch land is en vervolgens nog langs onderwerpen als privilege, culturele toeëigening wilde fietsen, was drie kwartier te kort. Over dat laatste item werd het gelukkig nog even pittig toen een oudere skater opperde dat je niets kan leren van andere culturen als je geen elementen mag gebruiken, maar dat was het dan ook. Preaching to the choir, zei iemand in het publiek, en hij had geen ongelijk: toen Tyler uitlegde waarom Fire Is Gold geen vlaggen toelaat, barstte een spontaan applaus uit. Niettemin een boeiend experiment dat navolging verdient, al is het maar om activisten uit de Boiler Rooms van deze wereld te houden. Black Mamba had een drukke dag op Fire Is Gold, want naast het debat draaide ze zelf en spinde ze de dj-decks voor Miss Angel. Die bevestigde haar goede vorm van op Rock Werchter en Pukkelpop en deed er zelfs nog een schepje bovenop in de vorm van een kwartet zwarte danseressen, met wie ze een strakke show ten beste gaf. Glints genoot er dan weer zichtbaar van om het, een week na zijn triomftocht op Pukkelpop, met wat minder show te doen en pakte zijn stad in vanuit de losse pols en in sportshort. De Sinjoor met het snorretje klonk misschien net dat tikje vermoeider dan een week geleden, maar dat zijn cijfers na de komma. Alweer een pompende performance van de man in vorm. Er had nog een pak meer volk getuige van geweest, ware het niet dat Glints moest opboksen tegen Broederliefde. Het vierkoppige Nederlandse hitkanon kreeg de wei voor het podium van het Nederlandse feestconcept Vunzige Deuntjes helemaal vol met zijn op reggaeton en dancehall geënte hiphop. Toen al was duidelijk dat Vunzige Deuntjes met overgewicht de publieksprijs won, met dank aan Bizzey - die zonder zijn vlammenwerpers en danseressen die hij meenam naar Pukkelpop nog makker speelde, maar wel iedereen nog vlotter 'laag, laag, laag, laag' deed gaan. De winning goal was voor Ronnie Flex, die met zijn Deuxperience Band de beste set van de dag liet noteren. De Nederlander toert al enkele jaren met de band en het concept staat inmiddels als een huis: eerst drie kwartier hits voor het hele gezin, in een vette funksaus gedoopt, waarop Flex alle muzikanten van het podium afjaagt en de wei schoonveegt met nog tien minuutjes moddervette trap voor de liefhebbers. Noteerden we als hoogtepunten: het massale meezingmomentje Loterij, het gevoelig aangezette Blijf bij mij en Drank en drugs, de hit waarmee Flex samen met Lil Kleine in België doorbrak. Scoorde nog met een liveset: Jarreau Vandal, een Nederlandse urban-dj die in Antwerpen naar buiten kwam als live-artiest met een funky band in zijn rug. Het was duidelijk allemaal nog wat onwennig voor de noorderbuur, die zelfs even worstelde met de techniek, maar het combo groovede wel als de beesten en Vandal toonde zich niet enkel als producer, maar ook als rapper en zelfs als zanger.Een knieval naar de commercie, zullen een paar OG's misschien wel hebben gedacht toen ze Bizzey en Ronnie alles zagen geven en zeker toen een wandelende mascotte van de sponsor gezellig naast hen kwam huppen. Mogen ze denken, maar feit is wel dat Fire Is Gold muzikaal moest verbreden om meer volk te lokken en zo ook interessanter werd voor de neutrale muziekliefhebber. Zo was Ronnie Flex' funkfeestje de ideale borrel om de makke set van Hamza door te spoelen. Qua streams, songs en interessante samenwerkingen, onder meer met Christine and the Queens en Aya Nakamura, speelt Hamza op hetzelfde niveau als Roméo Elvis en Damso, zowel bij ons als in Frankrijk, maar live tikt hij zelfs Roméo's knieën niet. Een zielloze, hemeltergend saaie show kregen we te zien, waarop Hamza niks meer deed dan over het podium slenteren en de raps meezingen die al op de tape stonden. Met de grootste moeite liet hij u nog een paar keer zijn bijnaam 'Saucegod' scanderen, maar dat was het dan ook. Auto-Tune op automatische piloot, een man van Hamza's allooi onwaardig. Voelt u de woordmop aankomen? Lamza of Tamza, u mag nog kiezen.Dan had afsluiter Aya Nakamura wel meer moeite gedaan. De Franse popster met Malinese roots ging voor visuele symmetrie en liet twee backing vocals, twee muzikanten en een backdrop met haar gezicht twee keer in spiegelbeeld erop aanrukken. Zo stond ze zelf, in een hagelwit jurkje met veel franjes, nog meer in het middelpunt van de belangstelling. Opener Oula vertelde de leken wat ze konden verwachten: relaxte afropop, geschoeid op de hitparades en gezongen in Franse straattaal waar Molière een woordenboek voor zou nodig hebben. Maar - enter cliché - iedereen spreekt de taal van de muziek en dus gingen uw heupen nog één keer, misschien wel voor het laatst deze festivalzomer, aan het wiegen. Even dreigde de verveling van altijd weer datzelfde Afrikaanse gitaartje en diezelfde trage groove, maar met het trappy Dans ma bulle hield Nakamura ons net op tijd bij de les. Tijdens Pourquoi tu force was het dan weer de mannelijke achtergrondzanger die een gespeelde poging deed om zijn werkgever het hof te maken, om zich dan weer samen met de rest van de wei loom richting het eindschot te viben. Pookie gaf de voorzet; Djadja, Nakamura's grootste hit over een smerige fuckboi, was paal binnen. Geen al te mooie goal, maar scoren deed ze. Wie voldoende rechts van het podium stond, kon nog flarden opvangen van hoe Zwangere Guy, misschien wel de hardste werker van deze festivalzomer, de Code 32-stage stond te slopen, net zoals hij dat met Rock Werchter, de Lokerse Feesten, Dour, Down The Rabbit Hole, Lowlands en een rist andere festivals heeft gedaan dit jaar. Misschien was dat wel de best denkbare samenvatting van Fire Is Gold 2019: in het linkeroor een Franstalig popfenomeen dat haar genepnagelde vinger in de lucht steekt om duidelijk te maken dat ze uw slet niet is, in het rechteroor een Nederlandstalige OG uit Brussel die met twee gestrekte middelvingers staat te fulmineren tegen de burgemeester van de stad waarin hij speelt. Frans en Nederland, afropop en rap, plezier en protest: steek uw hand op als u op de Middenvijver was en geen keuzestress had. Nog één bedenking: Fire Is Gold heeft duidelijk zijn vorm voor de volgende jaren gevonden. Aanpassen op eigen risico, zouden we zeggen, voor het leidende urbanfestival van het land eindigt als zijn grote broer Laundry Day.