An, na al die jaren treed je binnen in een andere scene met andere regels en andere verwachtingen. Krijg je daar weleens klamme handen van?
...

An, na al die jaren treed je binnen in een andere scene met andere regels en andere verwachtingen. Krijg je daar weleens klamme handen van?An Pierlé: Nee hoor. Wat voor mij telt, is dat dit een nieuwe band is waarin iedereen plezier vindt in wat hij allang eens wilde doen - uit heel verschillende hoeken. Ik denk dat ik me ooit vijf minuten zorgen heb gemaakt. Ik wilde testen hoe ik kon samenspelen met een drummer, omdat ik altijd wat complexen had of ik ritmisch wel goed was, en of ik kon improviseren. Ik belde Dré Pallemaerts (vooraanstaande Belgische jazzdrummer en hoofd van de drumafdeling aan het conservatorium van Parijs, nvdr.). Die was heel enthousiast. Alleen is Dré een druk bevraagde muzikant, en konden we samen niet verder. Toen kwamen Casper Van De Velde en Hendrik Lasure (het jazzduo Schntzl, nvdr.), en ook zij stelden mij snel gerust: 'Maak je geen zorgen, als er iets mis is, horen wij dat toch niet en vinden wij dat juist tof.' Ben je een jazzmens? Ik hoor Nina Simone en Abbey Lincoln in je zang. Pierlé:(monkellachje) Ik ben totaal geen jazzmens! Vroeger vond ik jazz zeepmuziek, gladde achtergrondmuziek voor in de lift. Ik ben niet opgegroeid met jazz. Maar Koen is wél liefhebber, en hij zet thuis van alles op. Vooral dan Bitches Brew en In a Silent Way van Miles Davis. De voorbije vijf jaar heb ik niets zo vaak gedraaid als Bitches Brew. Dat is ook te horen aan Wiga Waga: nog belangrijker dan de songs is de flow. Luisteraars doen er goed aan om het hele album door te luisteren. Pierlé: Dat vind ik een compliment. Zoals ik al zei: ik kén het werk van de grote jazzzangeressen gewoon niet zo goed, ik ben daar niet in opgeleid. Tot mijn schande moet ik toegeven dat ik pas vorige week die documentaire over Ella Fitzgerald heb gezien. Ik zie nu ook wel hoe goed ze wel was. En ik herkende ook de manier waarop je je antennes openzet en ongecensureerd en met rustig vertrouwen doorgaat. Daar wil ik zelf graag naartoe. Ik pretendeer niet dat ik een kenner ben, al hou ik er natuurlijk van dat Koen veel jazz draait en dat er veel jazzvolk in onze studio zit.Koen, bij jou zit de jazz veel dieper. Koen Gisen: Of beter: de geïmproviseerde muziek. Ik had op mijn vijftiende al mijn eerste improbandje. En daaruit is mijn liefde voor jazz gekomen. Van de oudere dingen natuurlijk Eric Dolphy en Ornette Coleman met The Shape of Jazz to Come en Tomorrow is the Question!. En álles van Miles Davis. Mijn grote geluk was dat mijn buurman bij de VRT werkte, en stapels jazzplaten uit de 'mediatheek' van de omroep meebracht. Een jazzmentor als buurman: dat was een geweldige opvoeding.Bij ons vorige interview in Knack vertelde je: 'Ik zou graag eens far out gaan op een jazzplaat'. Waarop An: 'Dat gaat heel mooi zijn bij het Koen Gisen trio.'Gisen:(schatert)Wat ik wil weten: iedereen kent je als producer en gitarist, maar je komt nu naar buiten als altsaxofonist en basklarinettist. Vanwaar die switch?Gisen: Sax was mijn eerste instrument. Toen ik veertien was, kocht ik een altsax op een uitverkoop van een fanfare. In het begin gebruikte ik 'm als een geluidsmachine - ik speelde door een microfoon met effecten erop. Wat wil je, ik kon niks. (lacht) En daarna heb ik jaren geen sax gespeeld, want ik had een gitaar gekocht. Ik heb sax helemaal opnieuw moeten leren. Pierlé: Ik heb die periode mogen meemaken. Hoe hij uuuren oefende. (rolt speels met de ogen) Gisen: De basklarinet is er nog maar een jaar of drie. Sinds Eric Dolphy vind ik dat de mooiste klankkleur die er bestaat - je hoort ze ook in twintigste-eeuwse klassieke muziek. De overgang van een sax naar een basklarinet is technisch behoorlijk moeilijk. De helft van de tijd weet ik niet wat ik doe, maar op een of andere manier klinkt het wel.'We hebben allemaal last van het impostersyndroom', vertelde je ons eerder, de schrik om ontmaskerd te worden. Voel je druk, nu Wiga Waga op het gerespecteerde jazzlabel WERF uitkomt? Pierlé: We kregen meteen veel steun van labelbaas Benny Claeysier. Je voelt dat hij fan is, en dat geeft vertrouwen. En daarnaast zijn de albums van Schntzl ook altijd op WERF verschenen, en Benny vond de continuïteit belangrijk. Gisen: Het ís natuurlijk ook toegankelijke muziek. Allee, het is muziek die mij ook zou interesseren. (lacht) Nee, serieus: wij vroegen ons al lang af: 'Waarom is een song zo dwingend? Waarom kun je niet even flink improviseren?' Als je jarenlang in de pop en de rock hebt gewerkt, is het heel verleidelijk om altijd weer die vertrouwde kapstok te gebruiken. Dat wilden we loslaten. Het begon met machtige intro's die overgingen in een nummer. Dat evolueerde naar een bridge waarop we loos gingen. Ofwel eindigden we wild. De uitdaging is daar voorbij te raken. Pierlé: En dat lukt ons nu. De structuur van de nummers en de zanglijnen blijven overeind, maar daaronder gebeuren de gekste dingen. Hendrik speelt er bijvoorbeeld altijd iets helemaal anders onder. Ik kijk er enorm naar uit om dit live te gaan doen - als dat ooit weer zal kunnen.Gisen: Tijdens de opnames was het lachen. Dan riep ik: 'Oké, even een tweede take, jongens!' En toen begon Casper een totaal ander ritme te drummen. (grijnst) Toen wist ik: we gaan níéts kunnen afspreken. Schitterend. Ik leer constant bij.Pierlé: Ik heb leren genieten van de beperking. Soms wacht ik mijn tijd af, speel ik één noot, en dan kijken de jongens me met open mond aan. Op zulke moment ben ik trots op mezelf, dat ik heb durven te zwijgen tot ik iets te zeggen had.Gisen: En zo komen we bij mijn productionele werk. Ik benader dat... Kantoriaans. (grijnst) Ik luister niet naar wat een muzikant technisch kan, nee: ik hoor de schaduw die hij vooruit werpt. Ik luister of hij mij kan raken. En dat is voor een muzikant niet makkelijk. Proberen om niet academisch te worden. Om niet uit te pakken met of verpletterd te worden door je bagage. Dat probeer ik over te brengen aan de bands waarmee ik werk. Op dat vlak zit je vandaag in een vreemde positie. Je hebt gewerkt met De Beren Gieren, Bert Dockx, Nordmann, HAST, The Milk Factory enzovoort. Daardoor ben je zowat de vader van The New Wave of Belgian Jazz. Heb je met hen over je eigen jazzplannen gepraat?Gisen: Met níémand, behalve met Rob Banken van HAST. Onlangs heb ik toch een track naar Bert Dockx gestuurd, Unreal 2. An zegt daarover dat ik 'een New Yorkse saxsolo' heb gespeeld. Ze bedoelt atonaal. (schatert) Pierlé: Maar nee, die solo is net heel beeldend. Je vóélt New York, met zijn verkeer, zijn neonlichten, zijn oude cafés. En met een laag The Lounge Lizards erbovenop. Kunnen jullie de band tussen jullie en de jongens van Schntzl uitleggen? Jullie verschillen meer dan een generatie. Gisen: Het was liefde van bij de eerste ontmoeting. Pierlé: Ik heb het met geen enkele andere band meegemaakt dat Koen tussen twee takes de keuken binnenstormt met de woorden: 'Whoa, dit is niet normaal, zo goed.' Telkens opnieuw, na elk nummer. 'Fok, ik ben hier niet goed van.'Gisen: Dan is het voor het leven, hè.Tot slot: jullie hebben twee zware jaren achter de rug. An, jij hebt kanker doorgemaakt. Koen werd drie maanden geleden van zijn paard gegooid. Welke invloed heeft dit op jullie album gehad? Pierlé: Alles heeft ook positieve kanten. In mijn geval bijvoorbeeld dat niets nog móést. Tijd voor rust. Ik heb een jaar geen muziek gemaakt, niet eens gezongen. De zin om dingen te maken, begint nu pas terug te komen. En spelen met Hendrik en Casper voelt niet als werken. Ik voel even geen prestatiedruk. Gisen: En ik kan even niet prestatiedrukken. Ik heb twee maanden platgelegen met een gebroken bekken, een gebroken schouder en wat pezen af in mijn linkerhand - het paard heeft erop gestaan. Het was bang afwachten of ik nog zou kunnen spelen. Basklarinet lukt al, gitaar is taai.Intussen is de tournee door corona drie keer uitgesteld. Pierlé: We concentreren ons nu helemaal op het livestreamconcert vanuit de Handelsbeurs. Schrijf maar op: 10 februari. Professioneel, met verschillende camera's en een goeie regisseur. Iets levendigs. Eindelijk!