Bono, Elvis Costello, Bruce Springsteen, Patti Smith, Mike Scott, Jeff Buckley, Glen Hansard, allemaal zijn of waren ze diepgaand beïnvloed door het werk van de Noord-Ierse zanger, die geroemd wordt om zijn unieke combinatie van Keltische folk, soul, jazz en gospel. Collega's loven zonder uitzondering zijn integriteit en veelzijdigheid, de expressieve kracht van zijn stem en zijn kwaliteiten als songsmid.
...

Bono, Elvis Costello, Bruce Springsteen, Patti Smith, Mike Scott, Jeff Buckley, Glen Hansard, allemaal zijn of waren ze diepgaand beïnvloed door het werk van de Noord-Ierse zanger, die geroemd wordt om zijn unieke combinatie van Keltische folk, soul, jazz en gospel. Collega's loven zonder uitzondering zijn integriteit en veelzijdigheid, de expressieve kracht van zijn stem en zijn kwaliteiten als songsmid. Maar Van Morrison is ook een bluesman die domweg in het popmilieu is verdwaald. In een wereld gedomineerd door commercie en klatergoud, streeft hij al zes decennia naar artistieke zuiverheid. Hij is de outsider die halsstarrig weigert het spel van de muziekbusiness mee te spelen en lak heeft aan zijn iconische status. 'Bekend worden was nooit mijn ambitie', zegt hij. 'Het is me overkomen. Maar roem is een lege doos, een aanslag op je privacy. Het enige wat ik wil, is overleven als muzikant'. Hij laat zich dan ook smalend uit over het sterrensysteem. 'De enige sterren die ik ken, staan aan de hemel.'Van Morrisons mediafobie is al net zo groot als die van wijlen Lou Reed. Tijdens interviews -of 'psychiatrische kruisverhoren', zoals hij ze zelf noemt- gedraagt hij zich doorgaans bot en vijandig. Dat ligt niet alleen aan zijn onvermogen te communiceren buiten de muziek, maar ook aan zijn manifeste onwil details over zijn leven en werk met anderen te delen. Morrison is niet het type artiest dat wil behagen, dus laat hij eenieder die zijn pad kruist met plezier genieten van zijn onvoorspelbare stemmingswisselingen. Journalisten worden steevast afgescheept met korte, nietszeggende antwoorden, omdat ze een mythe hebben gecreëerd waarin de artiest zichzelf niet herkent en omdat ze telkens weer de nadruk leggen op zijn platen uit de sixties en seventies, terwijl hij zijn recentste werk minstens even belangrijk vindt. Eén van de songs uit zijn lp Hymns to the Silence uit 1991, heet niet toevallig Why Must I Always Explain? 'Ik hoef niet uit te leggen hoe of waarom ik iets doe', stelt hij. 'Zelf denk ik er niet over na. Ik maak muziek zoals een meubelmaker een stoel of een tafel maakt. Het is mijn broodwinning, niets om zelfgenoegzaam over te doen'. Als gevoelsmens heeft Van Morrison een hekel aan intellectualisme. 'Ik laat me leiden door mijn instincten en mijn intuïtie. Ik zie niet in waarom ik mijn werk zou analyseren. Zodra je begint te redeneren, ondergraaf je het mysterie.'Tijdens zeldzame momenten van openhartigheid, geeft de zanger toe dat hij het creatieve proces zelf niet helemaal begrijpt. 'Het is iets irrationeels, dat je niet kunt vatten. Het speelt zich af op een subliminaal niveau. Waarom ik zo rusteloos ben? Alles verandert en evolueert. Niets in het universum ligt helemaal vast. Dan zou het toch vreemd zijn mochten mijn opinies altijd dezelfde blijven? Wat ik al helemààl niet snap, is waarom mensen van artiesten antwoorden op hun levensvragen verwachten. Als politici de wereldproblemen niet kunnen oplossen, waarom zouden muzikanten daar dan wél in slagen?'Van Morrison groeide op in een protestants arbeidersmilieu in Oost-Belfast. Zijn moeder was een prima zangeres en zijn vader, een elektricien op de plaatselijke scheepswerf, verzamelde zeldzame Amerikaanse jazz- en bluesplaten. Van de weeromstuit groeide de jonge Van op met de zwarte muziek van Sidney Bechet, Louis Armstrong en Leadbelly. Met vader George en een oom die harmonica speelde, musiceerde Morrison als tiener regelmatig op straat. Hij raakte in de ban van Hank Williams, maar ook van John Lee Hooker en Muddy Waters. 'Er was niets bedachts aan hun muziek', herinnert hij zich. 'Bluesmuzikanten spraken rechtstreeks tot je ziel'. Naar Van Morrisons eigen zeggen beperkte zijn opvoeding zich tot de platencollectie van zijn pa en een Encyclopedia Britannica, gekocht van een huis-aan-huisverkoper. Op zijn vijftiende ging hij van school en speelde hij gitaar bij skiffle-bandjes. Jaren later zou hij zelfs een lp opnemen met Lonnie Donnegan en Chris Barber, de grondleggers van het skifflegenre. Vervolgens werd hij als tenorsaxofonist ingelijfd bij The Monarchs, waarmee hij de Duitse clubs afschuimde. In de vroege jaren 1960 klom hij op tot frontman van de rhythm-and-bluessensatie Them, waarmee hij hits scoorde als Baby Please Don't Go, Here Comes the Night en de garagerockklassieker Gloria. Zanger werd hij eigenlijk per ongeluk, omdat niemand anders die rol op zich wilde nemen. Maar Van Morrison, die zich had gelaafd aan het repertoire van Sam Cooke, Ray Charles en Leadbelly, bleek een natuurtalent te zijn. Al gauw besefte hij hoe belangrijk het was zijn eigen vocale stijl te ontwikkelen: 'Niemand heeft een boodschap aan een kopie van een kopie. Wie zich wil onderscheiden, dient zijn eigen stempel op de muziek te drukken'. Aanvankelijk onderscheidde Morrison zich door zijn losgeslagen podium-act, maar toen meer en meer bandjes op tv verschenen die zich net zo wild gedroegen, veranderde de zanger van Them drastisch van imago. Omdat hij niet de indruk wilde scheppen dat hij anderen imiteerde, werd hij het prototype van de anti-showman. Wél leerde hij veel van jam sessions met bluesman John Lee Hooker, die het begin zouden vormen van een levenslange vriendschap.Na de split van zijn groep in 1966 probeerde hij het in zijn eentje en scoorde hij een Amerikaanse toptienhit met Brown-Eyed Girl. Toen Bert Berns van Bang Records enkele van Van Morrisons singles bij elkaar harkte en zonder diens medeweten uitbracht als de lp Blowin' Your Mind, werden echter de kiemen gezaaid voor 's mans levenslange aversie voor de muziekindustrie.Zijn échte solodebuut, de invloedrijke songcyclus Astral Weeks, werd in 1968 ingeblikt in New York met uitsluitend jazzmuzikanten. De lp stond vol meanderende, epische nummers die opvielen door hun vrije vorm, stream-of-consciousness-teksten en ongewone instrumentatie met veel ruimte voor contrabas, dwarsfluit en vibrafoon. Het is een plaat die haar gelijke niet kent in de popgeschiedenis: subtiel, sensueel, hypnotisch en met songs over spiritualiteit en de elasticiteit van het geheugen. Voor opvolger Moondance deed Van Morrison beroep op een blazerssectie en ook op zijn andere klassieke langspelers uit de seventies (His Band & The Street Choir, Tupelo Honey, St Dominic's Preview en het live-document It's Too Late To Stop Now) koppelde de zanger swingende r&b aan jazzy folk, country en Keltische muziek. De resulterende mengvorm omschreef hij zelf als Caledonia Soul.In die periode woonde de Noord-Ierse bard met zijn Amerikaanse vrouw, de actrice Janet Planet, en hun dochter Shana achtereenvolgens in Woodstock en Californië. Maar toen zijn huwelijk op de klippen liep keerde hij terug naar zijn thuisland, waar hij het bucolische Veedon Fleece inblikte. Pers en publiek lazen in zijn nummers allerlei details over zijn privéleven. Ten onrechte vond Morrison: 'Veel van mijn songs zijn pure fictie. Hooguit tien procent van wat ik schrijf berust op eigen ervaringen. Het zou dus belachelijk zijn mijn platen als autobiografisch te beschouwen. Een performer is een acteur, iemand die dingen verzint. Wat de luisteraar uit mijn songs haalt, zegt meer over hem dan over mij.'Een feit is dat Van Morrisons werk bol staat van de literaire referenties. In zijn vroege werk hoor je bijvoorbeeld echo's van de beatnik-auteurs Jack Kerouac en Allen Ginsberg, maar vanaf de eighties bespeur je steeds meer verwijzingen naar dichters als John Donne, William Butler Yeats, William Blake, TS Eliot, Samuel Taylor Coleridge, William Wordsworth of Seamus Heaney. Zelf bestempelt hij zijn songs als 'poëzie met muzikale begeleiding'. De prestigieuze uitgeverij Faber & Faber bundelde zijn teksten inmiddels als Lit Up Inside (2014) en Keep 'Er Lit ('20). Al zijn hele leven laaft Van Morrison zich aan diverse muzikale bronnen. 'No big deal', zegt hij daarover. 'Toen ik jong was, werd muziek nog niet in hokjes ondergebracht. Melody Maker was in die dagen een jazzmagazine. Het fenomeen rockjournalist was gelukkig nog niet uitgevonden. We benaderden alles met een open geest en ja, het mocht best esoterisch zijn.' Zoals af te leiden valt uit zijn timing en frasering, koestert Van Morrison als zanger een groot respect voor Chet Baker en Billie Holiday. 'Mijn aanpak is die van een jazzcat. In iedere song laat ik bewust ruimte voor het onverwachte. Niet alles hoeft op voorhand te worden uitgestippeld. Ik wil dat mij muziek levende materie blijft.' Zijn composities worden bijgevolg voortdurend herkneed. Afhankelijk van de stemming van het moment, veranderen ze van vorm, kleur of sfeer.Inhoudelijk is er in de loop der jaren niet veel veranderd. Van Morrison heeft altijd geprobeerd het onzegbare uit te drukken (zie The Inarticulate Speech of the Heart), maar daarbij heeft hij niet zelden het gevoel dat de taal hem in de steek laat. Ook in spiritueel opzicht blijft hij een zoekende artiest. Zijn teksten zijn doordrongen van mystiek en religie. Het verlangen naar verlichting, genezing en geestelijke verrijking loopt de jongste drie decennia als een rode draad door zijn werk. Plaattitels als Enlightenment, The Healing Game, The Philosopher's Stone of The Prophet Speaks spreken in dat verband boekdelen. Op langspelers als Into the Music en Beautiful Vision hanteert hij het discours van een Born Again Christian die wil 'verdwalen in de liefde van God'. Hij flirt zelfs een poosje met de Scientology-kerk van L. Ron Hubbard. Toch vindt hij het nodig af en toe zijn onafhankelijkheid te onderstrepen, zoals blijkt uit No Guru, No Method, No Teacher.Aan zijn huwelijk met Michele Rocca, een voormalige miss Ierland met wie hij twee kinderen heeft, kwam in 2018 een einde, nadat Van Morrison overspel had gepleegd met zijn tourmanager, de inmiddels overleden Gigi Lee. Ondanks zijn leeftijd blijft de zanger een workaholic die de jongste vijf jaar niet minder dan zeven langspelers uitbracht. Criticasters zullen aanvoeren dat de man in herhaling vervalt en zich wentelt in nostalgie: net als zijn vriend Bob Dylan grijpt hij vaak terug op zijn muzikale roots, met covers van onder anderen Count Basie, Sister Rosetta Tharpe, Willie Dixon, Cole Porter of Solomon Burke. Maar ook al is er weinig nieuws onder de zon, op zijn jongste, eind vorig jaar verschenen lp Three Chords a The Truth valt nog steeds niets af te dingen.Van the Man blijft In search of Grace en houdt vol dat Fame Will Eat the Soul. Het hoofd in de wolken, maar wél een koppigaard tot in de kist. Zelfs op zijn vijfenzeventigste.Dirk SteenhautDe citaten van Van Morrison zijn afkomstig uit interviews met Q, Rolling Stone, The Guardian, The Independent, The Irish Examiner en uit de biografie Too Late To Stop Now van Steve Turner (Bloomsbury, 1994).