Dylans vaak verguisde gospeljaren zouden niet lang duren - van 1979 tot 1981 - maar veel fans krijgen nog altijd spontaan huiduitslag zodra ze ter sprake komen. Ten onrechte, zo blijkt uit het materiaal op The Bootleg Series Vol. 13: Trouble No More (acht cd's en 1 dvd), dat nu voor het eerst wordt vrijgegeven. Want nonkel Bawb is als late dertiger bijzonder goed op dreef. Alleen valt de artiest, die op Slow Train Coming (1979) het licht heeft gezien en beschutting zoekt in de schaduw van de Heer, moeilijk te rijmen met de man die ons, in Subterranean Homesick Blues heeft bezworen nooit leiders te volgen.
...

Dylans vaak verguisde gospeljaren zouden niet lang duren - van 1979 tot 1981 - maar veel fans krijgen nog altijd spontaan huiduitslag zodra ze ter sprake komen. Ten onrechte, zo blijkt uit het materiaal op The Bootleg Series Vol. 13: Trouble No More (acht cd's en 1 dvd), dat nu voor het eerst wordt vrijgegeven. Want nonkel Bawb is als late dertiger bijzonder goed op dreef. Alleen valt de artiest, die op Slow Train Coming (1979) het licht heeft gezien en beschutting zoekt in de schaduw van de Heer, moeilijk te rijmen met de man die ons, in Subterranean Homesick Blues heeft bezworen nooit leiders te volgen. Tijdens de folkrevival van de sixties heeft Bob Dylan zich altijd links van het centrum opgesteld - zijn grote held heet niet toevallig Woody Guthrie. De zanger die de tegencultuur van de sixties een stem heeft gegeven, zijn publiek expliciet heeft opgeroepen voor zichzelf te denken en de macht van het establishment ter discussie te stellen, draagt zijn volgelingen nu op hun Vrije Wil terzijde te schuiven en zich te onderwerpen aan de Heiland. 'Want', beweert Dylan nu, 'Jezus Christus is de Weg, de Waarheid en het Leven.' Dylan heeft in het verleden wel vaker zijn toevlucht gezocht tot Bijbelse beelden, zoals op het album John Wesley Harding (1967) of in Knocking on Heaven's Door. Alleen beschouwde hij de Schrift op dat moment nog vooral als een literair werk. Op Slow Train Coming slaat hij aan het preken en moraliseren. Van de weeromstuit voelen zijn fans zich verward en in de steek gelaten. Oké, niet al zijn projecten waren altijd even enthousiast ontvangen, maar zijn publiek was hem ondanks alles trouw gebleven. In 1979 daarentegen is er sprake van een breukmoment. Hoe komt de zoon van Europese Joden, die kort voor de Tweede Wereldoorlog naar de VS zijn gevlucht, ertoe zichzelf een born-again Christian te noemen? In een interview verwijst Dylan naar een show in San Diego uit 1978. Iemand gooit daar een zilveren kruis op het podium, de zanger raapt het op en moffelt het weg. De volgende avond, in Tucson, voelt hij zich niet lekker, maar wanneer hij het kruis in zijn zak vindt, heeft hij een openbaring: 'Ik voelde een aanwezigheid in de kamer en besefte dat het enkel Jezus kon zijn. Mijn hele lijf ging aan het trillen, ik werd overspoeld door de glorie van de Heer.' Zes dagen later draagt Dylan het kruis op het podium in Fort Worth, Texas. Op zijn zevendertigste is hij plots een ander mens geworden. Elders vertelt hij een andere versie van het verhaal, waarin zijn bekering veel geleidelijker verloopt: 'Een goede vriendin, die ik voor honderd procent vertrouwde, sprak me over Jezus. Eerst was ik sceptisch, maar ik was ook nieuwsgierig en aangezien ik op dat moment weinig om handen had, besloot ik het een en ander nader te onderzoeken.' Dylan heeft in die periode een voorliefde voor Afro-Amerikaanse vrouwen en zijn vriendin, de zwarte actrice Mary Alice Artes, introduceert hem bij een groep religieuze fanatici. Drie maanden lang volgt de zanger Bijbelklassen bij een fundamentalistische tak van de Pinksterbeweging in Tarzana, niet ver van zijn huis in Malibu. Voor buitenstaanders lijkt het alsof hij bij The Assembly of God een hersenspoeling ondergaat. Na enkele weken begint hij over zijn born-again-ervaring songs te schrijven. Of beter: de nummers dringen zich aan hem op. Aanvankelijk wil hij ze niet zelf opnemen, maar overweegt hij ze cadeau te doen aan Carolyn Dennis, een van zijn backingzangeressen. Uiteindelijk beslist hij er toch zelf mee naar buiten te komen. Hij benadert producer Jerry Wexler, bekend van diens werk met Aretha Franklin en Wilson Pickett, en stelt een geweldige groep samen, met twee leden van Dire Straits (gitarist Mark Knopfler en drummer Pick Withers) en verder Barry Beckett op toetsen, Tim Drummond op bas, de blazers van de befaamde Muscle Shoals-studio in Alabama en een zwart dameskoortje. Zijn doel: een plaat maken die niet voor Bringing It All Back Home (1965) of Blonde on Blonde (1966) moet onderdoen. Het resultaat, Slow Train Coming, verschijnt in augustus 1979. Het is een lp waarop Dylan getuigt van de recente veranderingen in zijn leven. Het zal ook een van zijn best verkochte platen worden. De single Gotta Serve Somebody mist slechts op een haar na de top twintig. Dylans nieuwe muziek klinkt opvallend gedreven, maar de boodschap brengt de fans van hun stuk. Sommige tracks (I Believe in You, When He Returns) zijn kwetsbaar in hun eenvoud en het kinderliedje Man Gave Names to All the Animals getuigt zelfs van humor. Maar in sommige teksten (When You Gonna Wake Up, Gonna Change My Way of Thinking) komt de zanger agressief en oorlogszuchtig voor de dag, terwijl het nummer Slow Train zich aandient als een apocalyptisch visioen, met de trein als metafoor voor hel en verdoemenis. Live maakt Dylan een verrassend dynamische indruk: hij zingt krachtig en trefzeker, je voelt dat zijn songs ontstaan zijn uit een innerlijke noodzaak en zijn groep is top. De fans kunnen de vorm echter niet scheiden van de inhoud en krijgen het onbehaaglijke gevoel dat hun held hen wil bekeren. Op het podium predikt Dylan over het einde der tijden - hij is ervan overtuigd dat het Armageddon voor de deur staat - maar dat is niet wat zijn volgelingen willen horen. Zij voelen zich geprovoceerd door Dylans pogingen om zieltjes te winnen voor de nv Jezus. Artiest en publiek weten niet langer wat ze aan elkaar hebben. De vervreemding is totaal. Het komt zelfs zo ver dat de vereniging American Atheists bij 's mans concerten flyers uitdeelt om de aanwezigen te waarschuwen voor 'de ontspoorde Dylan'. Die maakt het zijn fans bovendien niet gemakkelijk: hij weigert categoriek zijn bekende songs te spelen. 'Ik ben niet meer de persoon die ik was toen ik ze schreef', luidt het excuus en dus brengt hij tijdens zijn vijfentwintig concerten tellende tournee avond na avond uitsluitend religieus getint materiaal uit Slow Train Coming en de nog te verschijnen opvolger Saved (1980). 'Er bestaan slechts twee soorten mensen: verloste mensen en verloren mensen', oordeelt de bard. 'Wie niet mét mij is, is tegen mij.' Maar tussen de nummers door zet hij ook kwaad bloed met politieke ('God will stay with America as long as America stays with God') en homofobe uitspraken. 'Als ik rotsvast in iets geloof, kan het me niet schelen wat anderen daarover denken', verklaart de zanger aan de pers. 'Mensen zeggen me: "Bob, don't do that stuff." Ik weet dat het me veel fans kan kosten en dat ik binnenkort misschien weer op straathoeken moet gaan zingen. Maar dat zal mij niet beletten de Heer te prijzen in al zijn glorie. Herboren worden is een ingrijpende ervaring.' De evangelisatiepogingen van Dylan vergen inderdaad offers. Kort daarvoor, tijdens zijn Street Legal-tournee, heeft hij nog in grote arena's voor 15.000 toeschouwers gespeeld, nu ziet hij zich tot een schaalverkleining gedwongen. Zelfs theaters met 2000 zitjes krijgt hij niet meer gevuld: sommige shows worden afgelast omdat er niet genoeg volk komt opdagen. En soms reageert de zaal ronduit vijandig, zoals in Tempe, Arizona. Dylan maakt zich druk over zijn 'zogenaamde vrienden die vijanden zijn geworden', haalt uit naar 'de bedriegers onder het publiek' en stelt vast dat 'de geest van de antichrist' zijn optredens komt verstoren. Maar uiteindelijk went hij aan de tegenkantingen en sluipt er ook een zekere evolutie in zijn songs. Waar op Slow Train Coming nog een wraakzuchtige God centraal stond, doet zijn geloof op Saved iets milder aan. In het nummer What Can I Do for You? stelt een devote Dylan zich dankbaar en nederig op en overheerst de drang om te dienen. Op muzikaal vlak zorgen zijn gospelshows voor vuurwerk, maar op het album slaat de vonk niet over en de spuuglelijke hoes helpt al evenmin. Ironisch genoeg kan Dylan niet eens op de onvoorwaardelijke steun van zijn eigen geloofsgemeenschap rekenen. Een distributeur die ongeveer tweeduizend christelijke platenwinkels bedient, vertikt het bijvoorbeeld zijn werk aan de man te brengen. Lange tijd gelooft de zanger dat zijn oude en nieuwe songs niet compatibel zijn, maar in oktober 1980 begint hij ze, tijdens zijn Musical Retrospective Tour, geleidelijk weer met elkaar te vermengen. Als liedjesschrijver beleeft hij een vruchtbare periode, die veel hoogwaardig materiaal oplevert. Begin 1981 gaat zelfs het gerucht dat Dylan een driedubbele lp wil uitbrengen, een scenario dat wordt afgeblokt door zijn platenmaatschappij. Shot of Love (1981), het sluitstuk van de 'religieuze trilogie', wordt uiteindelijk een langspeler waarop weer seculiere nummers te horen zijn, zoals een doorvoelde hommage aan Lenny Bruce. Dylan beschouwt de plaat, die vooral blanke rhythm-and-blues bevat, als zijn beste werk - 'The most explosive album I've ever done' - en is ervan overtuigd dat ze een revolutionaire impact zal hebben. De titeltrack vindt hij de meest volmaakte song die hij ooit heeft geschreven. Hoewel Shot of Love minder christelijk geïnspireerd is dan zijn vorige twee platen en zijn taal duidelijk veranderd is - alleen Property of Jesus en het citaat uit Matteüs op de hoes zijn nog expliciet godsdienstig - krijgt de collectie slechte kritieken en groeit ze uit tot een van de grootste commerciële flops uit Dylans carrière. Met het even persoonlijke als spirituele Every Grain of Sand bevat Shot of Love nochtans een nieuw artistiek hoogtepunt. *** Markeert de plaat het definitieve einde van Dylans born-again-tijdperk? 'Ik heb mijn statement gemaakt en zou het niet beter kunnen dan in sommige van de songs uit Slow Train Coming en Saved', stelt de zanger vaag. 'Maar ik heb inmiddels gezegd wat ik te zeggen had. En het laatste wat ik wil, is mezelf herhalen.' Feit is dat zijn werk vanaf nu geen evangelische boodschappen meer zal bevatten. Toch blijven sommige songs uit de gospeltrilogie tot de vroege nineties op zijn setlist staan en treedt hij tijdens dat decennium op voor de paus. Dylans flirt met de Heiland heeft zijn libido alvast niet aangetast. Zijne Nasaliteit staat zelfs op trouwen met backingzangeres Helena Springs, maar wanneer hij tegen het eind van de Slow Train-tournee ruzie met haar krijgt, wordt ze zonder pardon de laan uit gestuurd. Vervolgens begint de zanger een relatie met Clydie King, die een vocale sleutelrol speelt op Shot of Love, en van 1986 tot 1992 is hij in het geheim getrouwd met Carolyn Dennis, met wie hij een dochter heeft. De nieuwe cd-box Trouble No More geeft overtuigend aan dat Dylans muziek uit deze periode veel bruisender en opwindender klinkt dan veertig jaar geleden werd aangenomen. De opnamen zelf zijn uiteraard niet veranderd, maar intussen zijn we beter in staat afstand te nemen van 's mans doctrinaire houding. Bij de release van Slow Train Coming leefde even de vrees dat Dylan verloren was aan een conservatieve ideologie. Vandaag weten we dat die fase goed en wel is afgerond en dat de artiest later nog heel wat meesterwerken heeft afgeleverd. En ook: je hoeft je niet met Dylans boodschap te vereenzelvigen om de spirituele kracht van zijn muziek te kunnen appreciëren, net zoals je geen kerkganger hoeft te zijn om Bachs Matteüspassie naar waarde te kunnen schatten. Soms is de tijd gewoon de beste scheidsrechter.