Het is een straat als een ander, ergens waar Schaarbeek en Sint-Joost-ten-Node in elkaar verstrengelen, op een dag als een ander, in een appartement als een ander, dat Esinam Dogbatse deelt met haar zus Selasi. Maar in de kelder, waar een dwarsfluit samenhokt met samplers, effectpedalen, keyboards en percussie, ontstaat muziek die dolt met de grenzen van tijd en ruimte. Hier schaaft Esinam aan haar analoog-digitale, als een aquarel in elkaar vloeiende hybride van retrofuturistische afropop en kosmische jazz.

'Het is ingewikkeld, hè, om het te benoemen?' glimlacht Esinam, dochter van een Ghanese vader en een Belgische moeder. 'Ik pas niet in één enkel vakje. Mijn muziek is vele dingen tegelijk, alles loopt door elkaar. Een beetje zoals in Brussel zelf, eigenlijk.

Een métis met een dwarsfluit, daar keken ze in Zuid-Amerika van op.

We leerden haar collageklanken een half jaar geleden kennen via haar debuut-ep op Sdban Records, maar in haar thuisstad heeft ze al langer een reputatie. Van de Botanique mocht ze als artist in residence twee weken geleden het stadsfestival Les Nuits openen. Op speciaal verzoek voor het eerst met een livegroep, en dus niet als de one woman band die intussen synoniem is met haar voornaam - 'hij heeft je gehoord' in de taal van haar vader. 'Samen met vier bevriende muzikanten heb ik oude songs in een ander kleedje gestoken, en voor het eerst nieuwe songs uitgeprobeerd', blikt Dogbatse terug. 'Het was als een nieuwe deur openen en het smaakte naar meer, maar Esinam zal altijd een soloproject blijven.'

Componeren, spelen, zingen, producen, optreden, zelf haar artwork ontwerpen: Esinam is een doe-het-zelver. 'Dat hoor ik liever dan 'controlefreak', lacht ze. 'Toen ik als kind piano wilde leren bleek de muziekschool niet de juiste weg. Te strikt. Een privéleraar heeft me toen op de weg naar zelfscholing gezet. Sindsdien geniet ik ervan om autodidact te zijn. Het schenkt me enorm veel voldoening om een apparaat of een instrument zélf onder de knie te krijgen. Pas wanneer ik voel dat ik er niet het allerbeste kan uithalen zal ik iets uitbesteden.'

De beslissing om vol voor de muziek te gaan nam ze na een lange reis door Zuid-Amerika, een tiental jaar geleden: 'Ik was negentien, volgde lessen Spaans en was er al eens een maand bij vrienden op bezoek geweest. Op die leeftijd denk je daar niet erg lang over na. (lacht) Om mijn reizen te financieren draaide ik destijds vele uren in de horeca, en was muziek eigenlijk een intense hobby. Maar toen ik na een dik jaar opnieuw in Brussel belandde en ik verplicht werd om na te denken over wat ik met mijn leven wilde aanvangen, heb ik besloten om de muziek ernstiger te nemen. Hoe je dat precies doet, een carrière opbouwen als muzikant, dat wist ik echter niet. Waar of hoe leer je zoiets? Ik heb dat in m'n eentje moeten uitzoeken, op mijn eigen manier en in mijn eigen tempo.'

Wanneer ze moet kiezen tussen het label singer-songwriter of muzikant, kiest Dogbatse resoluut voor het laatste, omdat ze al haar muziek zelf maakt en speelt. 'In principe is er geen verschil tussen iemand die thuis liedjes schrijft op pakweg gitaar en hetgeen ik doe. Maar ik hou er ook van om andermans muziek te spelen, met mijn eigen accenten. Zo ben ik begonnen, en ik heb het ook allebei nodig.'

Er is geen leukere manier om mensen in het buitenland te leren kennen dan met een instrument in je rugzak.

Leergeld betaalde ze onder meer in een vroege bezetting van Kel Assouf, de band rond de in Brussel wonende, Nigerese Toearegmuzikant Anana Harouna, en bij Témé Tan, het project van Tanguy Haesevoets, nog zo'n kosmopolitisch georiënteerde Brusselaar. Ze is ook te horen op 137 Avenue Kaniama, het vorig jaar verschenen album van de Congolese Belg Baloji: 'Ik was bevriend met enkele muzikanten uit zijn groep, en mijn zus, die danseres is, heeft ooit de choreografie voor een van zijn clips bedacht. Toen hij een dwarsfluit op zijn nieuwe plaat wilde, kwam hij dus snel bij mij terecht.'

Vrijheid, dat is het woord waarmee Esinam haar blaasinstrument associeert. 'Vlak voor ik naar Zuid-Amerika vertrok, kon ik een dwarsfluit lenen van een buurvrouw. Er is geen leukere manier om mensen in het buitenland te leren kennen dan met een instrument in je rugzak. Op sommige plaatsen keken ze raar op, ja, om een métis met een dwarsfluit te zien. (lacht) Maar ik vond er makkelijk mijn draai in, en het improviseren ging me goed af. Tegelijk kwam ik tijdens die trip door Zuid-Amerika via een culturele omweg opnieuw in contact met mijn Afrikaanse roots. Sommige muziek in landen als Peru, Brazilië, en Bolivia heeft dezelfde kenmerken als die in Afrika. Ik was in Uruguay tijdens de voorbereidingen van het carnaval, terwijl ze repeteerden op straat en overal vuren ontstaken om de dierenhuiden van de percussie-instrumenten te drogen. Het is een heel intense, zintuiglijke manier van muziek beleven, je kunt er fysiek niet buiten gaan staan. Dat gevoel van trance, van ontsnappen naar een andere dimensie, probeer ik in mijn eigen muziek ook na te streven.'

Esinam

Speelt op 23/5 in het RITCS-café, tijdens het Brussels Jazz Weekend op 24/5 en op 25/5 in Théâtre Marni, telkens in Brussel.

Esinam

Geboren in 1985 te Brussel. Haar naam betekent 'hij heeft je gehoord' in de taal van haar Ghanese vader.

Speelt dwarsfluit, piano en percussie.

Werd vorig jaar door Baloji gevraagd voor zijn album 137 Avenue Kaniama, en trad twee keer op in het voorprogramma van Melanie De Biasio in de AB.

Debuteerde eind 2018 met een vier tracks tellende ep op Sdban Records.

Noemt componisten als Claude Debussy en Frédéric Chopin haar eerste muzikale invloeden, naast de reggaecollectie van haar vader.