Als je niet hetero bent, ligt het niet voor de hand om je plek te vinden in een scene die zo ultramannelijk is als die van de heavy metal. De Britse journalist Tom Dare ondervond dat aan den lijve toen hij zelf nog een tiener was. Omdat er volgens hem sindsdien weinig is veranderd, wilde hij iets doen om ervoor te zorgen dat lgbtq'ers met een voorliefde voor luide gitaren, moshpits en headbangen zich niet langer een vreemde eend in de bijt voelen. Covid schonk hem de tijd en de gelegenheid. Begin november vorig jaar startte Dare met enkele gelijkgestemde zielen Hell Bent for Metal, een podcast die een totaal nieuwe blik op het genre en zijn vaak knettergekke randverschijnselen werpt. 'We're about heavy fucking metal', zoals hij het zelf uitdrukt. 'Alleen met een iets slappere pols.'
...

Als je niet hetero bent, ligt het niet voor de hand om je plek te vinden in een scene die zo ultramannelijk is als die van de heavy metal. De Britse journalist Tom Dare ondervond dat aan den lijve toen hij zelf nog een tiener was. Omdat er volgens hem sindsdien weinig is veranderd, wilde hij iets doen om ervoor te zorgen dat lgbtq'ers met een voorliefde voor luide gitaren, moshpits en headbangen zich niet langer een vreemde eend in de bijt voelen. Covid schonk hem de tijd en de gelegenheid. Begin november vorig jaar startte Dare met enkele gelijkgestemde zielen Hell Bent for Metal, een podcast die een totaal nieuwe blik op het genre en zijn vaak knettergekke randverschijnselen werpt. 'We're about heavy fucking metal', zoals hij het zelf uitdrukt. 'Alleen met een iets slappere pols.' De titel van de eerste aflevering: Gay Satanic Love Songs. Waarmee de toon meteen gezet was. Dares podcast is allesbehalve zwaar op de hand. Hij en zijn gasten houden het doorgaans heel positief en humoristisch. Gebruikmakend van tal van dubbelzinnigheden spreken ze open en bloot over hun gedeelde liefde voor metal, over hun ervaringen in concertzalen en op festivalweides en over hoe het voelt om je weg te zoeken in een scene waar lgbtq-rolmodellen heel schaars zijn. Daarnaast gaan ze dieper in op onbedoelde gay connotaties in metalteksten en speculeren ze erop los over de soms potsierlijke outfits waarin metalmuzikanten zich hullen. Die van de iconische Amerikaanse powermetalformatie Manowar bijvoorbeeld, die op bandfoto's weleens poseren in dierenhuiden, lendendoeken en lederen testikelhouders, en hun ontblote torso's insmeren met Zwitsal om nog gespierder te lijken. 'Dergelijke looks zijn bedacht om een band er heel stoer te laten uitzien, ' stelt Dare in de aflevering Joey DeMaio's Budgie-Smuggler, 'maar vaak bereiken ze het omgekeerde effect.' Bewijsmateriaal daarvoor is in overvloed voorhanden, zo blijkt ook uit een heel grappige uitzending waarin het curieuze artwork van Balls to the Wall, een eightiesklassieker van de Duitse band Accept, tegen een roze licht wordt gehouden. Bitter of negatief wordt het in Hell Bent for Metal zelden. In een interview met The Guardian verklaarde Tom Dare dat hij in zijn podcast eigenlijk niet over homofobie wil praten, omdat het 'zo verschrikkelijk' is. In februari dit jaar maakte hij een uitzondering: in het ondubbelzinnig getitelde Internet Metal's Homophobia Problem trok hij een uur lang van leer tegen metalfans die op social media hun boekje te buiten gaan. Aanleiding was de stortvloed aan homofobe onlinereacties op de video bij 1983 van Man on Man, het tweemansproject van Faith No More-toetsenist Roddy Bottum en zijn partner Joey Holman. Hun onvergeeflijke zonde: de twee hadden het in de video gewaagd om elkaar (in hagelwitte opaslips!) te tongzoenen en Lady en de Vagebond-gewijs een banaan te eten. Voor Dare was het een eenmalige zure oprisping. Liever schenkt hij in zijn podcast ruime aandacht aan 'heterobands' die het in hun teksten tegen homofobie opnemen, zoals het Duitse thrashmetalcombo Kreator met hun nummer Side by Side uit 2017. Een andere keer, in de episode Queer and Loathing in St. Petersburg, gaat hij in gesprek met twee metalzangers die aan gay zijn in metalkringen elk een totaal verschillend gevoel overhouden. Nogal wat metalfans, zowel gay als straight, lijken op zijn minst nieuwsgierig naar Hell Bent for Metal. Het uit de hand lopende coronaproject schopte het begin april tot in de iTunes-top 5 van Britse muziekgerelateerde podcasts en werd door The Guardian in de kijker geplaatst. Zowat het enige manco is voorlopig het gebrek aan prominente gasten. Dare kreeg weliswaar Mina Caputo aan de lijn, de zangeres van de Amerikaanse band Life of Agony die een steentje in de rivier verlegde voor transpersonen in de metal, maar moet het voor de rest doen met nobele onbekenden die zelfs binnen de scene weinig weerklank genieten. Want opnieuw: rolmodellen voor lgbqt'ers zijn in de wereld van de heavy metal dungezaaid. Misschien moet Dare eens een lijntje uitwerpen richting Rob Halford, de metalgod aan wie hij al eens een volledige aflevering wijdde. De 69-jarige frontman van het razend populaire Judas Priest verborg zijn geaardheid 25 jaar lang in het volle zicht van de fans - lederen kepi, zweepjes en kontloze broeken incluis -, kwam in 1998 zonder veel schade uit de kast maar hield zich daarna lang weg van discussies over seksualiteit en gender. Eind november 2020 achtte Halford de tijd rijp om zijn bijdrage aan het debat te leveren. 'We hebben nog een lange weg te gaan', liet hij noteren in het metalmagazine Kerrang! 'Nu ik stilaan op pensioengerechtigde leeftijd ben, zou ik denken dat we die discussies over seksuele oriëntatie, huidskleur en mijn-god-is-beter-dan-de-jouwe stilaan achter de rug hebben. Het is jammer dat dat niet zo is. Hou van jezelf, hou van elkaar en hou van heavy fucking metal.' Precies de boodschap die Hell Bent for Metal uitdraagt. Met een ferme knipoog dan.