Harakiri. Wat het ook was dat Smith tot de ultieme daad van radeloosheid bewoog, het moet als gek door zijn bloedbaan hebben gepompt, onomkeerbaar. Jezelf twee messteken in de borst toebrengen: het is een methode waaruit een zuivere, brutale, manische drang tot zelfvernietiging spreekt. Elliott Smith was te ver heen om nog ooit gered te kunnen of willen worden. Onverbloemd zong hij over alcohol, heroïne, depressie en zelfmoord. Uit de kieren van zoveel van zijn songs lekte hopeloosheid in brede gulpen. Pijnlijk veel noten en akkoorden leken uit terminale ontgoocheling geboren. En toch trok Smiths werk luisteraars aan als een lamp motten. Door zijn boterzachte, geruststellende stem, die zo naast die van Nick Drake, Paul Simon en Alex Chilton kon staan. Maar vooral ook door de wijze waarop hij de intimistische lofi folkpop van zijn eerste platen gaandeweg openvouwde tot geslepen, intelligent gearrangeerde Beatlespop, met XO (1998) en het iets minder geslaagde Figure 8 (2000) als glorieuze hoogtepunten. Nooit klonk schrijnende wanhoop melodieuzer en meer sussend dan die van Elliott Smith.
...

Harakiri. Wat het ook was dat Smith tot de ultieme daad van radeloosheid bewoog, het moet als gek door zijn bloedbaan hebben gepompt, onomkeerbaar. Jezelf twee messteken in de borst toebrengen: het is een methode waaruit een zuivere, brutale, manische drang tot zelfvernietiging spreekt. Elliott Smith was te ver heen om nog ooit gered te kunnen of willen worden. Onverbloemd zong hij over alcohol, heroïne, depressie en zelfmoord. Uit de kieren van zoveel van zijn songs lekte hopeloosheid in brede gulpen. Pijnlijk veel noten en akkoorden leken uit terminale ontgoocheling geboren. En toch trok Smiths werk luisteraars aan als een lamp motten. Door zijn boterzachte, geruststellende stem, die zo naast die van Nick Drake, Paul Simon en Alex Chilton kon staan. Maar vooral ook door de wijze waarop hij de intimistische lofi folkpop van zijn eerste platen gaandeweg openvouwde tot geslepen, intelligent gearrangeerde Beatlespop, met XO (1998) en het iets minder geslaagde Figure 8 (2000) als glorieuze hoogtepunten. Nooit klonk schrijnende wanhoop melodieuzer en meer sussend dan die van Elliott Smith. Want neen, Smith was geen drama king die met zijn interne kwellingen te koop liep, door zwarte make-up te dragen, of naar het voorbeeld van de al even zelfdestructieve Kurt Cobain zijn stem aan reepjes te zingen. Of op muzikaal gebied regelrecht in de contramine te gaan. De bron voor zijn diepe ongeluk situeerde zich meer dan waarschijnlijk in zijn jeugd. Zowel fysiek als seksueel misbruik was hem te beurt gevallen, zou hij vrienden ooit hebben verteld. Om die psychische pijn te verdoven greep hij naar de fles, de spuit en de eenzaamheid. Toch was Elliott Smith - wiens echte voornaam overigens Steve was - voor zijn vrienden een innemende, grappige, vriendelijke en zachtaardige kerel, verre van een artiest die zich ostentatief in zijn eigen miserie en zelfmedelijden wentelde. Er scheen wel degelijk licht in zijn duisternis, en hij was geneigd dat achterna te snellen, zoals elk wezen dat overtuigd is van zijn plek in het universum. Alleen was er veel te veel donkerte in Elliott Smiths bestaan. Een songtitel als Everything Means Nothing to Me ontstaat niet vanzelf. Het zal wel altijd gissen blijven hoe Smiths zesde plaat From a Basement on the Hill (die titel had hij al) zou hebben geklonken als hij het ding daadwerkelijk zou hebben afgerond. Vast staat dat hij zo'n dertig nummers klaar had voor wat hij als een dubbelelpee zag. Grofweg de helft van die nummers was experimenteler en gestoorder van aard, bedoeld om in te druisen tegen de zachte melancholie waarmee men hem was gaan associëren. Want was hij met Miss Misery, een van die ettelijke fragiele ballades, in 1998 niet uitgenodigd op de Oscaruitreiking in Los Angeles, nadat dat liedje in Gus Van Sants film Good Will Hunting was gebruikt, en het was genomineerd voor beste song? Elliott Smith, in een witte smoking en ongewassen haar, leek met zijn bedeesde anti-celebrityhouding wel een figurant van een andere planeet. 'Ik voelde me als de vreemde vogel die iemands feestje kwam verstoren, zonder dat iemand dat erg leek te vinden', zei hij daar later over. Uiteindelijk werd From a Basement on the Hill klaargestoomd voor release door zijn nabestaanden: zijn gescheiden ouders en hun partners, zijn voormalige producer Rob Schnapf en zijn ex-vriendin en bassiste Joanna Bolme. Van de doelbewust ongenietbaardere elementen zijn amper sporen te horen, of het zou in het ongemakkelijke, spookachtige King's Crossing moeten zijn. Ook valt op dat de vijftien songs teruggrijpen naar het sobere, uitgepuurde geluid van zijn eerste platen Roman Candle (1994), Elliott Smith (1995) en meesterwerk Either/Or (1997). Met dien verstande dat Smith, bijna net als in zijn voormalige hardcoregroep Heatmiser, de knoppen van zijn gitaarversterker geregeld resoluut opendraait. De knarsende opener Coast to Coast is wat dat betreft een fors schot voor de boeg. Maar het zwaar slepende Shooting Star en het fuzzy Don't Go Down doen daar nauwelijks voor onder. Anderzijds eist in tal van andere nummers Smiths zo bejubelde miniatuurwerk de hoofdrol op. Pretty (Ugly Before) is weer zo'n mooi geval van intense droefheid die door fonkelende melodieën en Smiths eigen harmoniezang is omzwachteld. Twilight maakt van een akoestische gitaar een fluwelen strop waarmee Smith met elke voortschrijdende seconde de keel van de luisteraar verder dichtknijpt. En Fond Farewell is niets minder dan een kleine afscheidsbrief aan zichzelf. Het viel te verwachten dat From a Basement on the Hill in zijn geheel als de verklaring, zelfs aankondiging van Elliott Smiths ultieme daad zou worden beluisterd. Niet helemaal onterecht, met een rauw statement als 'I can't prepare for death any more than I already have / Give me one good reason not to do it'. En titels als The Last Hour, Strung Out Again en A Distorted Reality Is Now a Necessity to Be Free - een slogan voor een pro-drugscampagne, zeg maar - spreken boekdelen. Het getuigt van een tragische ironie dat Elliott Smith de meeste songs voor deze plaat schreef terwijl hij de drank, drugs en ongezonde levensstijl net vaarwel had gezegd. Volgens vrienden en kennissen zag hij er gelukkiger uit dan ooit. Maar net toen, alsof hij zijn schild had laten zakken, troffen zijn demonen hem recht in het hart. Een realiteit die niet verstoord was door een zelf opgewekte roes kon Smith niet aan: dan liet hij zijn donkerste gedachten binnen. Elliott Smith was een vogel voor de kat. From a Basement on the Hill verscheen in oktober 2004, bijna exact een jaar na Smiths zelfmoord. Een essentieel testament voor wie deze chronisch gekwelde zanger en liedjesschrijver wil begrijpen.