'Eh, weet je zeker?' Mijn producer keek verrast. 'Ik ken je, je zult weer compleet uitgeput terugkeren. Vlak voor het nieuwe radioseizoen bovendien.'
...

'Eh, weet je zeker?' Mijn producer keek verrast. 'Ik ken je, je zult weer compleet uitgeput terugkeren. Vlak voor het nieuwe radioseizoen bovendien.' 'Maak je geen zorgen, ik doe het wel rustig aan. Het is per slot van rekening voor het werk.' Ik keek haar niet in de ogen toen ik loog. Dan telt het niet echt, toch? Want eerlijk gezegd keek ik er als feestneus op leeftijd behoorlijk hard naar uit om in te schepen op The Ark. 'Vier dagen', schimpte een van mijn dj-vrienden. 'Vier dagen op een boot, omringd door dansende Nederlandse patsers. Ik denk er nog niet aan, zelfs al word ik ervoor betaald.' Goed punt. Maar zelfs dan ga ik de neus nog niet ophalen voor een electrocruise met vierduizend gekken die twee dagen en drie nachten feesten terwijl ze van Barcelona via Marseille en Ibiza terug naar Barcelona stomen. Maar hoe dan ook, ik doe het kalmpjes aan. Het is per slot van rekening voor het werk. Jezus, wat een gevaarte! De Freedom of the Seas, een enorme luxestomer en ooit het grootste passagiersschip ter wereld, ligt voor anker in de haven van Barcelona. De laatste keer dat ik me op zout water begaf, was in Afrika, en ik had het bijna niet kunnen navertellen. Gelukkig lijkt de leviathan Royal Caribbean, een dorp op zich, stevig in de schoenen te staan. Veertien verdiepingen met winkels, restaurants, liften, een casino en massa's kamers, The Shining-gewijs verbonden door oneindige gangen met vast tapijt. Op zijn Amerikaans, enfin. Enerzijds kitscherig, anderzijds fascinerend. Het boordpersoneel is, door de band genomen, afkomstig uit Zuidoost-Azië, in schril contrast met het vrijwel exclusief blanke festivalpubliek. 'Je lijkt op Tom Cruise', merkt de ober op terwijl hij me een gratis pizza brengt. Alles op The Ark is gratis, behalve wat je moet betalen. Te verstaan: alcohol. Op het eind van de cruise zal ik 250 dollar lichter zijn. Ja, we betalen hier met dollars. Rond halfzeven 's avonds trekt het passagiersschip zich op gang. Eerste halte: Marseille. Terwijl de boot begint te schommelen weerklinken ook de eerste beats op de elfde etage, op de main stage in de openlucht. De dj-booth in de vorm van de ark van Noach richt zijn neus op enkele zwembaden. Dra zal de braspartij daar losbarsten en zullen ook de jacuzzi's een poetsbeurt kunnen gebruiken. De festivalgangers zijn op dit moment nog niet boven hun theewater, maar de ketel staat reeds op het vuur. Gelukkig ziet de affiche er geweldig uit. Zo hitst de voortreffelijke Richy Ahmed momenteel het volk bij de main stage op, terwijl kerels in giraffenkostuums een soort van openingsceremonie te berde brengen. In de lucht hangen nog een paar wolken, maar de klank is alvast helder. Hét voordeel van een feestje op volle zee: de buren zijn eerder inschikkelijk. Vissen klagen zelden over geluidsoverlast. Ik heb honger en test samen met de Londense fotograaf Matt het buffet uit, dat de lengte van een bescheiden straat heeft. Iedereen wordt op zijn wenken bediend, of je nu trek hebt in zware kost, lichte kost, een exquise dan wel vette hap. Een metafoor voor de line-up, bedenk ik terwijl een luidruchtige parade van uitzendmatrozen met fluitjes in de mond mijn maaltijd verstoort. 'Het is feest, kerel. Snap je?' Geen zorgen, ik snap het, maar geef me misschien even de tijd voor ik me in het gedruis ga mengen. Ik heb dorst. Die nacht krijg ik een ongelooflijke Claptone voorgeschoteld, gevolgd door een naar mijn smaak wat te harde set van technolegende Sven Väth. En ik bots op een beeldschone RTL-presentatrice, op een prachtig meisje wier siliconenborsten hooguit gecensureerd zijn met vier stukjes zwarte tape en op een veteraan van het Antwerpse nachtleven die me bezweert dat het feest hier stilaan op zijn einde loopt. 'Ofwel gaan we naar het technopodium, maar zonder drugs heeft dat ook weinig zin, ofwel gaan we slapen.' Het is ondertussen vier uur in de ochtend. De techno werkt me op de zenuwen, maar gaan slapen is geen optie. Ik vind wel een oplossing. Vrijdag, elf uur 's ochtends. De Freedom of the Seas monstert Marseille vanuit de hoogte. Sommigen profiteren van de gelegenheid om de stad te bezoeken. Anderen blijven liever comateus op het dek liggen. Rond het zwembad verschijnen intussen weer de eerste flessen champagne en sterkedrank. Mensen die in glazen huizen wonen moeten vooral geen stenen gooien, maar een magnumfles Belvederewodka tussen de middag is zelfs voor mij iets te stevig. Terwijl de zon ons bronst of rood doet uitslaan, draait een dj het opzwepende Mir a nero van Michel Cleis, gevolgd door iets meer cerebrale Scala van Agoria. Fijne muziek, fijn zonnetje, fijne Middellandse Zee: ik kon het slechter getroffen hebben. Zelfs al moet de gemiddelde bezoeker op The Ark het qua looks afleggen tegen de doorsnee-Tomorrowlandganger, en is die ook wat ouder. Het is nu eenmaal niet iedereen gegeven om zeshonderd, duizend of vijftienhonderd euro neer te tellen voor twee korte dagen en drie epische nachten, exclusief de alcohol dan nog. Neem nu Franz, een 58-jarige met glimmende schedel en een opmerkelijke pens verstopt onder een wollig tapijtje. Met in de ligstoelen naast hem, toevallig, twee jonge vrouwen met adembenemende vormen. 'Ik ben een feestbeest in hart, maar niet in nieren', zegt Franz. 'Van alcohol, drugs en sigaretten blijf ik weg.' Hij is gewoon blij dat hij hier mag zijn, zegt hij. Tja, wie niet. Op The Ark vind je alle soorten mensen. Kliekjes zwaar opgedirkte vriendinnen, strijdvaardige vriendengroepen, mannen op bokkenweekend, jonge en oude koppels, Instagraminfluencers met honderdduizend volgers, jongens op droog zaad, professionele patsers, het blasé kruim van het Antwerpse nachtleven, nachtclubuitbaters uit Ans, BV's en zelfs opportunistische festivalgangers vermomd als journalist. Schuldig, ja. Toegegeven, opzichtigheid, spierballen en tribals zijn hier pluspunten, mensen schreeuwen vaak wanneer ze denken te praten, en wie verfijning zoekt, is beter af in Brooklyn dan op The Ark. Maar dat maakt allemaal niet echt uit. En juist, ik moet u Arne nog voorstellen. Arne, met zijn fantastische look, halflange grijze haren en het goed onderhouden lijf in een rode ballenknijper gewrongen. Arne is 62. Hij trakteerde zijn vrouw op deze cruise voor hun vijfentwintigste huwelijksverjaardag. Hij is niet alleen een onverbeterlijk feestvarken, maar tevens een devote swinger. Niet dat ik hem daarnaar gevraagd heb. Hij gaf het gewoon zelf mee. 'We hebben hier dertig koppels leren kennen!' Rond zes uur begint de Belgische rijzende ster Henri PFR op het hoofdpodium aan zijn set: een innemend kereltje met een onschuldig engelengezicht, microfoon in de ene hand, andere arm in de lucht en een waar plezier om aan het werk te zien, zelfs al clasht zijn muziek soms een tikje met mijn leeftijd. Een paar meter verderop zet een groepje gebruinde, gespierde Nederlanders met de haartjes strak achteruit- gekamd de jacuzzi op stelten. Ze schreeuwen, roffelen op hun borstkas en maken iedereen nat die in de buurt durft te komen. Ook dat is The Ark. En ook zij maken deel uit van de diffuse groep van 'Chosen Ones'. Maar wanneer ik organisator en Tomorrowland-ancien Tijs Vandenbroucke vraag of die overdadige cocktail van alcohol en testosteron niet tot knokpartijen kan leiden, weet hij: 'Als je een Chosen One bent, kom je hier niet om te vechten.' Ik snap wat hij bedoelt, en hij heeft gelijk: ik zag hier echt nog niemand op de vuist gaan. Maar zijn verhaaltje over 'Uitverkorenen' deprimeert me. Weliswaar niet voor lang, want die nacht kom ik mijn kersverse maatje Henri opnieuw tegen. We ritselen backstage wat wodka en spoelen daarna op de vijfde verdieping aan, waar de langverwachte en onstuitbare set van de Duitser Henrik Schwarz exact doet wat hij moet doen. 'Zie je dat meisje?' wijst Henri. 'Een echt zwaargewicht op Instagram.' Mensen met babyfaces én tienduizend volgers op Instagram, het blijft bizar . Wat deed ik ook alweer toen ik twintig was? De nacht sijpelt zachtjesaan weg. Bij het indoorpodium op de derde verdieping word ik vijftien jaar terug in de tijd gegooid: de legendarische Roger Sanchez rondt er net zijn set af, waarop die andere ancien, Felix da Housecat, het van hem overneemt. En plots is het wéér zes uur. Vrijdag, de vroege middag. Voor de Freedom of the Seas wacht een drugshond de opvarenden op die tijdens hun wandeling op Ibiza, toevallig, op een dealer gebotst zouden zijn. Ik heb geen zin om me uit mijn ligstoel te hijsen en ik moet bovendien nog aan mijn kleurtje werken. De jonge Nederlandse dj LOT passeert me, in haar fluoroze bikini én haar rolstoel: ze heeft zich geblesseerd toen ze aan boord wilde komen. Lelijk geblesseerd zelfs. 'Het verpest alles een beetje, al blijft het natuurlijk een grote erkenning dat ik hier mag optreden.' Wat later draait ze - zeer kundig - tech-house tijdens de pool party. De pool is er weliswaar, de party niet zozeer. De Uitverkorenen dwalen nog steeds rond op Ibiza. Ik moet nog even volhouden. Terwijl de fotograaf zich rond halftien bekaf in zijn kooi gooit, als een scoutsjongetje, duw ik door. Ik wil het tweekoppige Cassius nog aan het werk zien, een eerste nagel in mijn doodskist. Wanneer Zdar en Boom Bass uiteindelijk de booth binnengaan, sigaretten in de mond, zien ze er al behoorlijk afgepeigerd uit. Vriendelijk schooit de jonge kerel naast me om mijn bodempje wodka, om zijn ecstasypil mee weg te werken. Ben je gek? Fikken af van mijn wodka. En wat een toppertje, die drugshond... Cassius speelt ondertussen netjes en hard, maar zonder veel plezier. Ik wissel dan maar van boxen, ook al omdat ik 2ManyDJ's al heel lang eens wilde zien. Ze draaien zoals iedereen me beloofd had: goed samenwerkend en speels. Maar ik word steeds slaperiger. Niet dat dat er veel toe doet, want we hebben het gehaald: het is ondertussen twee uur en de elfde verdieping loopt over: onder de sterren neemt Martin Solveig de leiding én verknoeit zowaar een mix. Potsierlijk, zeker op zijn leeftijd. Een bevriende dj legt het me uit: 'De grootste dj's lijken bewust fouten te maken, zodat niemand hen van playback kan beschuldigen.' En dan nog... Martin, quoi! Maar gammele techniek of niet, hij heeft gelukkig genoeg ervaring om elke meute op te zwepen. Kwart na drie. Het allerlaatste loodje. Een stem weerklinkt door de speakers. 'You are the Chosen Ones! Jullie komen volgend jaar terug, toch?' Wie weet. Ondertussen storten de ruiters van de Apocalyps zich op de laatste podia, maar om vier uur sterft de muziek uit. Definitief. Niet veel later zullen we het schip al moeten verlaten. 'Doe je geen after meer in jouw kamer? Ik heb nog een fles Dom Pérignon', stelt een bonkige kerel met matrozenpet me nog voor. In de gangen heerst een onvervalst zomerkampsfeertje: iedereen eindigt waar zij of hij dat wil. Anarchie. Ik slaap een goeie veertig minuten. Om kwart voor zeven galmt een autoritaire stem door de kajuiten. 'Dit is uw kapitein. Het is tijd om mijn boot te verlaten!' Of zo klonk het toch in mijn slaapdronken gedachten. Zijn boodschap wordt elke vijf minuten herhaald. De Uitverkorenen moeten de Freedom of the Seas achterlaten in de haven van Barcelona. Uit met de cruisepret. Tot ziens, boot. Je was plezant.