Duma is een geval apart. Gitarist Sam Karugu en zanger Martin Khanja zijn in Kenia al langer beruchte figuren. Met hun respectievelijke metalgroepen Seeds of Datura en Lust of a Dying Breed maakten ze furore in de underground. Ze vonden elkaar in de liefde voor de chaos en als het duo Duma treden ze ook buiten het Afrikaanse continent. De band werd een spookhuis waarin industrial, noise, grindcore en metal zich een weg drammen tussen de spinnenwebben.
...

Duma is een geval apart. Gitarist Sam Karugu en zanger Martin Khanja zijn in Kenia al langer beruchte figuren. Met hun respectievelijke metalgroepen Seeds of Datura en Lust of a Dying Breed maakten ze furore in de underground. Ze vonden elkaar in de liefde voor de chaos en als het duo Duma treden ze ook buiten het Afrikaanse continent. De band werd een spookhuis waarin industrial, noise, grindcore en metal zich een weg drammen tussen de spinnenwebben. Het Oegandese cultlabel Nyege Nyege bracht vorig jaar Dumas titelloze debuutplaat uit. Die was zo opvallend (lees: raar maar de moeite) dat het legendarische Sub Pop zopas twee singles van hen uitbracht. Op dit moment touren de Kenianen door Europa, binnenkort spelen ze in Antwerpen en Kortrijk. Maak u klaar voor het tinnitus veroorzakende gebrul van zanger Martin Khanja. Al laat die zich het liefst aanspreken als Lord Spike Heart. Martin Khanja: Als kind was mijn bijnaam spiky. ( wijst naar zijn korte dreads) Ik heb die troetelnaam een upgrade gegeven. Hoe is spiky op een podium beland? Khanja:Ik wist al vroeg dat ik nooit zou aarden op een kantoor. Mijn broer heeft een bureaujob en wat hij doet, is boring. (lacht) Van kinds af wilde ik artistiek bezig zijn. Ik wou schilder of zo worden. Maar een nine-to-fivejob ... Bro, ben je gek? Je hebt wel een master in de psychologie behaald. Khanja:Omdat mijn familie mij onder druk heeft gezet. Ik moest studeren met het oog op de toekomst - hét klassieke voorbeeld van ouders die hun kind willen behoeden voor een job in de creatieve sector. Ik heb eerst een businessopleiding gevolgd: marketing, sales, public relations enzovoort. Maar dat lag mij minder. Ik wilde beter begrijpen hoe het menselijke brein werkt. Ik wilde mezelf beter begrijpen. Er spoken véél gedachten door mijn hoofd. (lacht) Vandaar de keuze voor psychologie. Was je toen al actief in de metalscene? Khanja:Ja en nee. Ik was wat aan het aanmodderen. Ik zat in een band die Lust of a Dying Breed heette, maar na de zelfmoord van onze gitarist ben ik even met muziek gestopt. In de plaats daarvan ben ik beginnen werken, mostlyweird jobs. Ik kom uit een boerengezin met een familiebedrijf waar we appelsienen, aardappelen en paddenstoelen kweken die we verkopen aan restaurants en hotels. Ik heb halftijds in een schoenenwinkel in Nairobi gewerkt. Én ik ben een poosje makelaar geweest. (lacht)Klopt het dat je ooit bent beginnen zingen omdat je blut was en je je geen instrument kon veroorloven? Khanja:Yeah. Voor muziek mijn redding werd, zat ik aan de grond. Ik had zelfs geen geld om de bus te nemen. Ik heb één gitaar in mijn bezit gehad, gevonden op de familieboerderij. Maar binnenin krioelde het van de krekels en er bleven maar twee snaren over. Veel heb ik er dus niet op kunnen spelen. (lacht) Mijn zus zong in een gospelkoor en mijn broer was de zanger van een highschoolband, dus ben ik ook maar beginnen zingen. Ik kom uit een muzikale familie. Verschillende ooms speelden benga, een soort populaire traditionele Keniaanse muziek. Sommige van hen hebben in de jaren tachtig nog door Europa getourd. Eigenlijk wist ik al heel vroeg dat ik thuishoorde op een podium. Op mijn achtste gaf mijn moeder mij op voor een schooloptreden. Toen al voelde ik dat ik lééf wanneer ik kan performen. Ik kan nog zoveel smoren of drinken, niets kan aan de high van een show tippen. Je ooms waren professionele muzikanten, maar toch wilden je ouders niet dat je hen achternaging. Khanja: Toen ik zei dat ik in een metalband zat, hebben ze eens goed met mij gelachen. (lacht) 'Het zal wel een fase zijn', dachten ze. Het enige wat mijn moeder me probeerde in te prenten was: 'You should sing for Jezus!' Ik kom uit een gezin van kerkzangers, en conservatisme en metal vallen niet meteen te rijmen. Zeker niet in Kenia. Een collega van mijn broer heeft hem erop moeten wijzen dat ik succesvol was in de underground. My family didn't know shit. Nu ze zien dat Duma het goed doet, hebben ze vertrouwen in een goede afloop. Ik verwijt mijn ouders niets. Dat ze mij niet altijd hebben gesteund, is enerzijds te wijten aan onwetendheid en werd anderzijds gevoed door negatieve ervaringen uit het verleden. Ik vertelde je zonet over mijn ooms: de ene helft is vroegtijdig moeten stoppen omdat het muzikantenbestaan in Kenia doorgaans geen lang leven is beschoren, de anderen zijn drugsverslaafden geworden. Dat speelt niet in mijn voordeel. (lacht hard) Maar ik ben anders. Ik heb uit hun fouten geleerd en ik ken mezelf. Ik zou het nooit zo ver laten komen. Ik doe niets liever dan dit. Doorgaans ben ik nogal snel verveeld, maar als artiest drijf ik mezelf tot uitersten. Ik ben dolgelukkig, terwijl ik vroeger regelmatig depressieve gevoelens had. Hoe wordt metal in Kenia ontvangen? Khanja:Kenia is een conservatief land. De hele bevolking zwemt met de stroom mee. Zo draagt de meerderheid tot op vandaag dezelfde kleren. Ik ben blij dat de metalcommunity steeds groter wordt - ik ben niet de enige die een manier zoekt om te ontsnappen. Het is soms moeilijk om een plek te vinden om op te treden, de undergroundscene heeft een slechte reputatie. Sommige katholieke organisatoren zien metalheads liever niet komen en in sommige studio's zijn we niet welkom omdat we het 'te bont' zouden maken. Ik wil mijn eigen concertzaal openen zodat al dat gezever van de baan is. Met andere woorden: je wil een functie als rolmodel opnemen. Khanja:Ja. Ik wil de weg plaveien voor anderen. Ik wil niet dat de generatie na mij óók moet ploeteren om voet aan grond te krijgen. En ik wil werkgelegenheid creëren. Als ik een concertzaal open, kan ik podiumbouwers opleiden, geluidstechnici aan het werk zetten... Ik zou om dezelfde reden ook graag een brouwerij beginnen. Kan een Keniaanse metalgroep van haar muziek leven? Khanja:It's hard, bro. Bijna onmogelijk. Een rockartiest kan hier één à twee keer per jaar een show spelen die degelijk vergoed wordt. Dat is toch demotiverend voor het talent dat in de wachtkamer zit? Ik zit nu tien jaar in het vak en sinds twee jaar begint het wat te lopen. Velen hebben dat geduld niet. De meeste bands stoppen er vroegtijdig mee door een gebrek aan toekomstperspectief. Zo kan de alternatieve muziekindustrie zich niet ontwikkelen. Was Afrika verlaten de enige optie voor Duma? Khanja:Er valt hier nauwelijks geld te verdienen, dus in dat opzicht wel. Streamingdiensten en de platformen waar je je muziek verkoopt, geven je een idee van waar je doelgroep zich bevindt. In Europa verkoopt onze muziek beter dan in Afrika. Op Spotify wordt Duma het vaakst beluisterd in Warschau. Khanja:Echt? (lacht) Crazy. We hebben nu vier keer in Polen opgetreden, telkens in een andere stad. Polen houdt echt van onze shit. Blijkbaar is duma Pools voor trots, terwijl wij die naam hebben gekozen omdat het duisternis betekent in het Kikuyu. (hilariteit) Misschien denken ze dat we Pools zijn en komen ze daarom massaal naar onze shows. Er zal wel meer dan toeval mee gemoeid zijn. Intussen bracht Sub Pop, dat eerder onderdak gaf aan Nirvana, Fugazi en Sonic Youth, twee singles van jullie uit. Khanja:Het gaat allemaal ontzettend snel, maar je hoort mij niet klagen. Op een bepaald moment prees YouTube-muziekcriticus The Needle Drop onze muziek aan. The Guardian schreef over ons. Pitchfork ook. Ik was aan het zonnen aan een meer toen onze manager mij belde: 'Yo, Sub Pop wil twee singles uitbrengen, maar ze hebben de muziek tegen morgen nodig.' Ik ben gestopt met zonnen, ben naar de studio getrokken en heb een nummer over een zwerfhond geschreven. Echt gebeurd.