Weinig platenruiters spreken zo tot de verbeelding als Harvey Bassett. Als veertienjarige punk drumt hij in een bandje uit Cambridge - het door John Peel aangemoedigde Ersatz - tot een trip naar New York en een spoedcursus hiphopcultuur de wereld naar de draaitafels opent. In Brighton, begin jaren negentig, springt hij met het Tonka Sound System mee op de acid-housekar die door Engeland dendert, de jaren nadien gebruikt hij zijn New Yorkse connecties om dj's als Larry Levan, François Kevorkian en Tony Humphries naar Londen te halen.
...

Weinig platenruiters spreken zo tot de verbeelding als Harvey Bassett. Als veertienjarige punk drumt hij in een bandje uit Cambridge - het door John Peel aangemoedigde Ersatz - tot een trip naar New York en een spoedcursus hiphopcultuur de wereld naar de draaitafels opent. In Brighton, begin jaren negentig, springt hij met het Tonka Sound System mee op de acid-housekar die door Engeland dendert, de jaren nadien gebruikt hij zijn New Yorkse connecties om dj's als Larry Levan, François Kevorkian en Tony Humphries naar Londen te halen. Harvey is de man met het oor van de fijnproever, de ultieme digger naar in de spelonken van de muziekgeschiedenis verborgen zwart goud. Via zijn labeltje Black Cock geeft hij obscure disco-, rock- en funktracks een tweede leven, zijn dj-sets zijn psychedelische trips waar Dolly Parton en King Crimson hand in hand over de yellow brick road huppelen, samen met Lee 'Scratch' Perry en Rare Earth. Eén trip naar de VS, vlak na 9/11, bevalt hem zo goed dat Harvey er blijft hangen. Met een verlopen visum settelt de dj zich in Los Angeles. Als illegal alien schuimt hij tien jaar lang de Amerikaanse clubs af. 'Amerika is een groot land, aan afwisseling was er geen gebrek', vertelt hij over die periode als expat. 'Denver, Miami, New York, Philadelphia, Chicago... Genoeg steden waar ze weten wat feesten is. En daarbij: ik heb altijd een hekel gehad aan het eten dat ze je voorschotelen op luchthavens.' Even kiest Bassett - een surfer die zijn oudste zoon Harley doopte - Hawaï als uitvalsbasis, maar tegenwoordig is hij opnieuw vrij om tussen het nieuwe en oude continent te pendelen. De avond voor we hem opbellen hield de veteraan nog eens audiëntie in Ministry of Sound in Londen, een van zijn voormalige pleisterplekken. '25 jaar geleden was ik een van de eerste lokale dj's die daar mocht draaien. Zo'n twee à drie jaar ben ik er bijna elk weekend resident dj geweest, daarna ben ik er haast twintig jaar niet meer over de vloer gekomen.(grinnikt) Maar veel is er niet veranderd. In de loop der jaren zijn de draaitafels enkele keren van plaats veranderd, de klankinstallatie is uiteraard met haar tijd meegegaan, maar verder is het zo'n beetje als een bezoek aan je ouderlijk huis: het voelt vertrouwd, ook al hebben je ma en pa andere sofa's en een breedbeeldtelevisie gekocht.' Harvey Bassett: Eigenlijk niet. Het is wat het is: een plek waar mensen komen om zich te amuseren. Al de rest is windowdressing. Harvey:(blaast) Die uitleg leest waarschijnlijk goed in een magazine of een boek, maar geloof je het ook echt? Want de formule van die 'grote danstempels' bestaat al veel langer dan Ministry of Sound, hoor. There was a little thing once called 'disco', remember?(lacht)Harvey: Ik voel met je mee, want ík herinner me wel discotheken als Paradise Garage in New York, en vele andere plekken. En lang daarvoor, begin jaren vijftig, organiseerde rock-'n-rollpionier Alan Freed - een van de originele dj's - al zijn Moondog-evenementen. Daar kwamen destijds ook tienduizenden mensen op af. Het concept van de nachtclub - een overdekte locatie waar mensen komen socializen en dansen - gaat misschien al honderd jaar mee. Ministry of Sound heeft hoogstens de trend een beetje bijgestuurd. Voor de rest is het een kwestie van basic instinct: de frequenties, het effect van muziek op een lichaam, blijven dezelfde. Geef de mens kickdrums en bassen en ze zullen dansen. Dat is de basis. Wielen moeten rond zijn om te kunnen draaien, weet je wel? Harvey:Show me the boy of seven, and I'll show you the man! (lacht) Je hebt waarschijnlijk gelijk. Ik ben een traditionele dj. Waar of wanneer ik ook speel, ik probeer telkens de mensen te amuseren. Niets in de handen, niets in de mouwen. Of zoals David Bowie zei: 'I never did anything out of the blue.'Harvey: In 1990, geloof ik. Het was een aangename verrassing, destijds, want Ibiza had in die periode geen al te beste reputatie bij hipsters zoals ik. Eind jaren tachtig hoorde je vooral verhalen over dronken hooligans die het eiland onveilig maakten, en ik had geen zin om me iedere nacht in slaap te vechten. (lacht) Maar gelukkig bleken sommige delen van Ibiza onbezoedeld - of even onbezoedeld, hangt ervan af hoe je het bekijkt. En ja, dat is ook vandaag nog steeds het geval. Want dat ging je vragen, toch? Of Ibiza niet te veel veranderd is? Harvey: Op Ibiza is er voor elk wat wils. Niemand die je verplicht om naar Paris Hilton te luisteren. En als - áls! - juffrouw Hilton zelf haar muziek kiest en zelf de volgorde bepaalt waarin ze haar tracks speelt, dan mag ze zichzelf gerust een dj noemen. Heb ik geen probleem mee. Uiteindelijk doe ik net hetzelfde. Harvey: De enige, belangrijke vraag is: amuseren de mensen zich? Wie ben ík om Paris Hilton crap te noemen? Het ís waarschijnlijk crap, maar dat is McDonald's ook, en toch vreten miljoenen mensen elke dag hun vergif. (op dreef) Niemand wordt door iedereen graag gezien, niets of niemand is universeel geliefd. Ook Salvador Dalí, Picasso of de Sex Pistols niet. Dat is maar goed ook, want anders hadden ze nooit zulke fantastische dingen bedacht, en had ík ze niet zo geniaal kunnen vinden. Harvey: O, maar er zijn veel mensen die DJ Harvey bagger vinden, hoor! En ze móéten er zijn, echt. Laat ze maar komen, de haters, want ze bekrachtigen het punt dat ik net maak! (lacht) Harvey: Tja, dingen als talent en toewijding, zeker? (lachje) Ik vind het geen slechte zaak, hoor, dat de toegang tot muziek zo open en gedemocratiseerd is. Dat je inkomen niet langer de toegang tot alle materiaal bepaalt. Vroeger had je een half huis aan apparatuur nodig om te leren mixen, nu kun je een set programmeren op je telefoon. Mij goed. 'The cream always rises to the top', zeggen ze. Al klopt dat niet, want het enige wat écht blijft bovendrijven is stront. (lacht) Harvey: Het zijn er zoveel! Mijn goede vriend Tony Humphries heeft me op vele vlakken beïnvloed. Om Larry Levan, de resident dj van Paradise Garage, kun je niet heen. In Engeland heb je mannen als Jay Strongman en Norman Jay. Maar alle dj's, iedereen die het metier beheerst, zijn een inspiratie voor me, eigenlijk ook degenen die het metier niet beheersen en muziek spelen die ik maar niets vind. Maar dan als voorbeeld van hoe het vooral níét moet. Harvey: Enkele weken geleden, op het FYF-festival in LA, heb ik nog nipt de laatste twee minuten van Iggy Pops set meegepikt. Het waren de meest indrukwekkende minuten van de dag. (lacht) Ik heb ook even staan kijken naar Blonde Redhead, een groep die ik best goed vind. Maar eigenlijk hou ik niet van luide muziek, veel volk en flitsende lichten. Ik heb geleerd hoe er te spelen, maar festivals zijn allesbehalve mijn favoriete tijdverdrijf. Harvey: In bed liggen. Tv-kijken. IJsjes eten. En als ik wil bewegen, ga ik surfen. Het strand van Venice Beach is slechts een kleine tien minuten wandelen van mijn huis. Harvey: Meer nog: vergeet dat hele festival, blijf thuis en zet het samen met wat mensen op een rampetampen! Serieus, dan heb je dat tenminste gehad. Er komen heus wel nog kansen om die oude dj aan het werk te zien, en op die manier weet je tenminste zeker of je zijn muziek wel zal lusten of niet. Win-win! Het leven is te kort om je dingen te lopen afvragen. 'Zou ik een orgie organiseren of niet?' Om welke reden dan ook: gewoon doen, jong! En als het niets wordt, dan is er nog altijd de blues. (lacht hard)