Precies twee jaar geleden - zestien was hij - bracht Declan McKenna zijn eerste single Brazil uit. Dat hij daarin de corruptie bij wereldvoetbalbond FIFA aan de kaak stelde, was al frappant, maar sindsdien heeft de Zuid-Engelse knaap met Paracetamol, Bethlehem, Isombard, The Kids Don't Wanna Come Home en Humongous nog meer in suiker gewenteld commentaar geslaakt. Alsof hij, fris van de lever gesneden gitaarpopmelodieën incluis, de Morrissey van zijn generatie wil zijn. 'Alles wat ik schrijf', zegt hij daarover, 'is een uiting van wie ik ben en hoe ik denk. Het is trouwens moeilijk om dezer dagen woorden te wijden aan iets wat níét politiek is, niet?'
...

Precies twee jaar geleden - zestien was hij - bracht Declan McKenna zijn eerste single Brazil uit. Dat hij daarin de corruptie bij wereldvoetbalbond FIFA aan de kaak stelde, was al frappant, maar sindsdien heeft de Zuid-Engelse knaap met Paracetamol, Bethlehem, Isombard, The Kids Don't Wanna Come Home en Humongous nog meer in suiker gewenteld commentaar geslaakt. Alsof hij, fris van de lever gesneden gitaarpopmelodieën incluis, de Morrissey van zijn generatie wil zijn. 'Alles wat ik schrijf', zegt hij daarover, 'is een uiting van wie ik ben en hoe ik denk. Het is trouwens moeilijk om dezer dagen woorden te wijden aan iets wat níét politiek is, niet?' Je zou ook kunnen schrijven over je lief dat is weggelopen. McKenna: Dat hou ik achter de hand voor mijn tweede plaat. (lacht) Maar inderdaad, het is een keuze. Ik schrijf over datgene waarvan ik voel dat ik er iets over te zeggen heb. Iets wat betekenisvol is. Voor mij zijn dat de grote onderwerpen, zaken die het wereldnieuws beheersen. Je hebt laten uitschijnen dat je geen persoonlijke songs schrijft omdat er niets is waarover te schrijven valt. Tenzij optreden in Zwitserland en interviews doen in België. McKenna: Tja. Misschien moet ik inderdaad eerst nog maar een beetje léven. (verlegen lachje) Niks mis met emotionele songs, hoor: sommige van de beste liedjes gaan over de individuele zielenroerselen van de artiest in kwestie. Songs van Nina Simone, van Jeff Buckley... Maar ik ben er nog niet klaar voor. Je schrijft songs om mensen te doen nadenken. Wat je op tafel gooit, moet kletteren. McKenna: In zekere zin wel. Er valt ook niet aan te ontsnappen: de politiek is vandaag zo'n wereldwijde shit show geworden en het nieuws is overal. Je gaat online en vrijwel meteen krijg je een lawine van oorlog en destructie en Donald Trump over je heen. Ik moet zeggen dat dat mijn leven meer beheerst dan een gebroken hart. (lachje) En ik ben niet de enige. Steeds meer jonge Britse artiesten laten de politiek doorschemeren in hun muziek. Vant, Jorja Smith, Loyle Carner, Rat Boy... Heel opwindend allemaal. Is dat iets wat jouw generatie tekent: bewustwording, verontwaardiging, mondigheid? McKenna: Mijn generatie wil alleszins haar zegje hebben. Er leeft heel veel in onze bubbel. Het is dan ook niet meer dan normaal dat je ook wilt stemmen. Alleen is de minimumleeftijd daarvoor in het Verenigd Koninkrijk nog altijd achttien, omdat een of andere gedateerde wet dat nu eenmaal dicteert. Dat is frustrerend. De meerderheid van mijn vrienden heeft zijn mening niet mogen uiten over de brexit, een beslissing die onze toekomst nochtans heel concreet zal bepalen. Vandaar het T-shirt dat je bij Jools Holland droeg: 'Give 17 year old the vote.' McKenna: (grijnst) Ik kon daar toch niet langsgaan en niets doen? De inspiratie voor je song Paracetamol was het verhaal van een transgender, een meisje dat zelfmoord had gepleegd. Je had dat heel tragisch kunnen maken, maar je koos voor een andere optie: nuance en zelfs hoop. McKenna: (knikt) Ik ben een grote fan van The Beatles. Zij hadden de neiging om een vrolijke song te schrijven over een droevig of morbide onderwerp. Als je dat evenwicht weet te vinden, ben je volgens mij beter bezig dan wanneer je regelrecht het verdriet in duikt. Wat ik vooral wilde neerzetten in dat nummer, was de veeleer negatieve berichtgeving in de media over lgbt-mensen. Meestal gaat het over wat voor vreselijks hen allemaal overkomt. Terwijl je de correcte beeldvorming veel beter dient door erop te wijzen dat velen onder hen wel degelijk gelukkig zijn. Of door op zijn minst uit te gaan van levensechte ervaringen in plaats van vooroordelen. In een interview zei je dat veel van je vrienden zich niet uitgesproken jongen of meisje voelen. En voor jezelf uitmaken of je homo of hetero bent, hoeft ook niet zo nodig, vind je. McKenna: Ik merk dat er wat dat betreft een voorwaartse beweging is ontstaan. Mensen piekeren er niet meer over met welke geaardheid of met welk geslacht ze zich moeten identificeren, zoals van hen wordt verwacht. Je wilt je als individu toch niet laten inkapselen door die verwachtingen? Aangezien ik oud genoeg ben om je vader te kunnen zijn: spreek op, wat wrijf je mijn generatie zoal aan? McKenna: (lacht) Jullie hebben het niet zo slecht gedaan, hoor. Politici, oké, daar kun je altijd wat van zeggen, dat is van alle tijden. En jongelui zullen zich automatisch afzetten tegen hun ouders. 'Wij draaien op voor wat zij verwaarloosd of verknoeid hebben', dat idee leeft uiteraard wel. Zelf denk ik dat men zich al veel vroeger zorgen had moeten maken over de klimaatverandering. Maar volgens mij wenst de meerderheid van de wereldbevolking iedereen het beste toe. Het probleem is dat het selecte groepje dat de beslissingen neemt meestal andere motieven heeft. Is The Kids Don't Wanna Come Home geen steek naar zij die minderjarigen brainwashen tot het plegen van terroristische aanslagen? McKenna: Ja, tot op zekere hoogte. Het is vooral een song over gehoord willen worden, gewaardeerd worden om je mening. Kinderen groeien op in een destructieve wereld, alsof dat de norm is geworden. Dat vind ik een beangstigend vooruitzicht. Isombard, een song die politiegeweld aanklaagt en de manier waarop dat later door een rechtse commentator van Fox werd toegejuicht, heb je uitgeleend aan een FIFA-game. Vreemd. Óf de makers hebben niet goed naar de tekst geluisterd, óf ze hebben dat wel gedaan en dachten: het is maar een ongevaarlijk deuntje. In beide gevallen zou je dat neerbuigend kunnen noemen. McKenna: Ik heb er geen probleem mee als mensen mijn songs gewoon leuk vinden. Negentig procent van de tijd let ik zelf niet eens op de teksten als ik naar muziek luister. Alleen bij mijn favoriete artiesten doe ik dat. Dus je hecht er wel degelijk waarde aan? McKenna: Ja, maar als iemand fan is van mijn muziek, zal ik de laatste zijn om te vragen of de politieke boodschap wel aangekomen is. Niet alles hoeft altijd politiek te zijn. Het is natuurlijk grappig dat ze voor FIFA 17 een van mijn nummers uitkiezen, als je weet waarover Brazil gaat. Anderzijds zit Sepp Blatter, op wie ik in Brazil zoveel kritiek had, vast niet in het team dat over de videospelletjes gaat. (lacht) Tot slot een vaststelling waarin ik een statement durf te lezen: in jouw groep zitten alleen maar meisjes. McKenna:Goeie muzikanten in de eerste plaats. Sophia, de bassiste, is al heel lang een vriendin van me. De anderen hebben auditie gedaan en ik vond dat zij de besten waren. De vraag moet niet zijn: waarom spelen er meisjes in je groep, maar wel: waarom zien we niet veel méér meisjesgroepen? Dus een statement, neen. Maar dat neemt niet weg dat ik vind dat mensen zich gerust mogen afvragen of de muziekindustrie niet te veel door mannen wordt gedomineerd.