Plaats van afspraak de wandelgangen van Studio Brussel, waar The Lighthouse net zijn cover van TLC's No Scrubs heeft ingeblikt en het even ontspannen laat hangen als drie dagen eerder, backstage in de AB tijdens de finale van De Nieuwe Lichting. Bram Knockaert (zang, gitaar), Willem Schellekens (toetsen, zang), Yannick H'Madoun (bas, zang), Nick Socquet (gitaar) en Bastiaan Jonniaux (drums) - gemiddelde leeftijd: 23 - zijn dan ook geen onervaren groentjes meer.
...

Plaats van afspraak de wandelgangen van Studio Brussel, waar The Lighthouse net zijn cover van TLC's No Scrubs heeft ingeblikt en het even ontspannen laat hangen als drie dagen eerder, backstage in de AB tijdens de finale van De Nieuwe Lichting. Bram Knockaert (zang, gitaar), Willem Schellekens (toetsen, zang), Yannick H'Madoun (bas, zang), Nick Socquet (gitaar) en Bastiaan Jonniaux (drums) - gemiddelde leeftijd: 23 - zijn dan ook geen onervaren groentjes meer.NICK SOCQUET: Dat zal wel zo geleken hebben, op basis van de buzz op sociale media, maar ik had de indruk dat Tamino bij de meeste mensen nog méér favoriet was.WILLEM SCHELLEKENS: En voor alle duidelijkheid: we hadden geen supportersbus vanuit Leuven ingelegd. (lacht)SCHELLEKENS: We hebben ons beste beentje wel voorgezet in de stemmencampagne. Maar aangezien je op drie favorieten moet stemmen, wordt dat numerieke voordeel wel wat uitgevlakt.BASTIAAN JONNIAUX: Nee. Het is wel ons recentste nummer. We speelden al een tijd met het idee om een meer elektronisch getinte weg in te slaan. Vooral de drumklanken verschillen van onze traditionelere rocksound van vroeger. Hollywood is zeker niet speciaal met airplay in het achterhoofd geschreven, maar we hebben wel uitgebreid nagedacht over hoe onze sound het best kan evolueren.JONNIAUX: Inderdaad. Twee jaar geleden raakten we zelfs niet bij de eerste zestig geselecteerden. Waarom het toen niet en nu wel heeft gewerkt? Misschien lag het aan het nummer, maar volgens mij vooral omdat onze sound nu een pak hedendaagser klinkt.YANNICK H'MADOUN: We hebben de voorbije twee jaar meegedaan aan allerlei muziekwedstrijden, en ook al enkele keren gewonnen. Dat staat niet alleen mooi op je palmares, je naam komt ook in de picture, en met wat geluk blijft hij daar zo lang dat de mensen hem onthouden. Anders maak je weinig kans om door te breken, tenzij je Tamino heet en een dijk van een stem hebt. (snel) Niet dat jij geen goede stem hebt, Bram. Jij bent óók een dijk! (lacht)SCHELLEKENS: Geen probleem mee. Met vijf leden is het niet zo simpel om goede foto's te nemen, hebben we al gemerkt. Plus: zet ons samen en er ontstaat blijkbaar nogal snel een boybandeffect. En dat kunnen we écht wel missen. (lacht)SOCQUET: Best sterk. Mij heeft vooral Ludoviq overtuigd.KNOCKAERT: Ik vond Tundra ook heel goed. En Tamino.JONNIAUX: De sterkte van deze editie zat zeker en vast in de verscheidenheid van de artiesten.JONNIAUX: Dat is een van de voordelen van aan veel muziekwedstrijden deelnemen: nóóit zenuwen! (lacht) Serieus, we zijn met vijf om op elkaar terug te vallen, dat zorgt automatisch voor minder stress. En mocht er iets fout lopen, dan weten we door onze ervaring haast instinctief wat gedaan. Dat, én we kickeren gewoon graag. (lacht)SOCQUET: We hebben in 2015 al op een zeer groot festival gespeeld: Sziget, in Boedapest. Geweldige ervaring.SCHELLEKENS: Wel, we hadden ons voor een wedstrijd ingeschreven ... (hilariteit)KNOCKAERT: We hebben die Sziget Talent Rally, georganiseerd door poppodium 014 in Turnhout, ook gewonnen, hè. We hadden totaal onverwacht de jury overtuigd én de publieksprijs gewonnen.KNOCKAERT: Neen, echt niet. Meer zelfs: morgen vertrekt de helft van de groep op skivakantie. Oorspronkelijk zouden we op de dag van de finale afreizen. We hebben onze tickets nog kunnen omboeken. Bijna was die reis dus in het water gevallen.H'MADOUN: Zoiets mag je niet zeggen, Bram! Je zult zien: volgende week spelen we in het voorprogramma van Tout Va Bien, en staat hij hier terug met een gebroken been. Zo kan het evengoed voorbij zijn voor het goed en wel begonnen is.Plaats van afspraak de studio van fotograaf Guy Kokken in Aalst. Geen onbekend terrein voor de jonge Bruggeling. Kevin Kembo (20) - Kai Wén is de Chinese vertaling van zijn voornaam - heeft een tiental jaren in de ajuinenstad gewoond en heeft hier nog veel vrienden rondlopen. Het is ook hier dat zijn muzikale roeping begon.KAI WÉN: Aalst heeft een bloeiende hiphop- en r&b-scene, ja. Er wonen hier veel getalenteerde artiesten en producers. De scene is zelfs groter dan in Brugge.KAI WÉN: In het begin door over de schouder van mijn grote broer mee te kijken terwijl hij op de computer aan zijn muziek werkte. Ik kom uit een muzikale familie. Toen ik zeven, acht jaar was, ben ik begonnen in het kerkkoor.KAI WÉN: (lacht) Het was een zwarte gemeenschapskerk, dus we zongen gospel met het kinderkoor. Ik zag mijn vader ook veel gitaar spelen, mijn zus ging naar de muziekschool en oefende thuis piano. Zelf heb ik samen met mijn broer nog gitaarlessen gevolgd. Later is daar op en na school het rappen en zingen bij gekomen.KAI WÉN: Media en communicatiewetenschappen, het laatste jaar middelbaar. Vóór De Nieuwe Lichting stond ik voor de keuze: verder studeren of werken en geld verdienen. Nu komt daar een optie bij: verder mijn geluk beproeven in de muziek.KAI WÉN: Weet ik. Het zou ook kunnen dat ik naar Londen ga, om daar verder muziek te studeren - en te maken.KAI WÉN: Neen. Een vriend bleef er maar op hameren dat ik me moest inschrijven. Ik ben hem dankbaar, want ik zie dit nu als een erkenning voor al de jaren dat ik al met muziek bezig ben.KAI WÉN: Klopt. Ik was zo hard aan het applaudisseren voor de anderen! Een van de jongens van The Lighthouse heeft me op de schouder moeten tikken: 'Je bent er ook bij, hè.' (lacht) Ik had het niet verwacht.KAI WÉN: Sterk. Het liedje van The Lighthouse is een echt vlot radionummer. Tamino heeft een heel krachtige stem. Met hem zou ik in de toekomst graag eens samenwerken. Met Tundra trouwens ook, en Amazumi's nummer had een goeie, harde beat. Maar de grootste concurrentie kwam die avond, zoals altijd, van mezelf. Ik ben een perfectionist.KAI WÉN: Niet zozeer stress, maar wel voorbereiding, focus, concentratie.KAI WÉN: Het zingen en rappen kan altijd beter, maar het entertainment was wel on point, vond ik. Van nature ben ik een rustige, bescheiden jongen, maar als ik weet dat ik de show moet stelen dan doe ik dat ook. (lacht)KAI WÉN: Een van mijn voorbeelden. Hij speelt tenslotte op het hoogste niveau in the game: niemand telt meer streamsen hij heeft een kast boordevol prijzen. En net als Drake probeer ik in mijn teksten verhalen uit mijn eigen leven of dat van mijn vrienden te vertellen die mensen kunnen herkennen en raken. Mensen helpen met mijn muziek, dat zou ik graag bereiken.KAI WÉN: Ik probeer zo veel mogelijk mijn grenzen te verleggen - enkel in rap en r&b blijven hangen zou me niet vooruithelpen. Deep heb geschreven nadat ik een avondje was gaan stappen in Aalst, in clubs als The Factory en Cirque Mystic. Daar draaien ze voornamelijk deep house, en die invloed heb ik vermengd met r&b en trap. De beat heb ik gemaakt in een dik halfuur, de tekst stond op papier in een uur. De inspiratie stroomt eruit, maar voor ik naar de studio trek, studeer en werk ik wel heel hard, zodat het eindresultaat helemaal op punt staat. Hard werken loont, zo is me altijd ingepeperd, en dat blijkt nu ook te kloppen.KAI WÉN: Dan toch niet in mijn omgeving. Al mijn vrienden, of ze nu muziek maken, voetballen of basketten, zijn heel gemotiveerd om iets te bereiken. Zomaar iets in de schoot geworpen krijgen is toch ook niet leuk? Natuurlijk zijn er jongeren die minder hard streven en hun tijd vooral aan sociale media besteden. Maar ik heb belangrijkere dingen te doen dan te instagrammen of snapchatten. Van je passie je werk maken, zoiets gaat niet vanzelf.Plaats van afspraak de keukentafel in huize mama in Mortsel, waar de twintigjarige Antwerpenaar met Egyptische roots - voluit Tamino-Amir Moharam Fouad - na twee en een half jaar Amsterdam sinds kort weer is ingetrokken. De studies aan het conservatorium staan even op pauze.TAMINO: Ik studeerde zang in Amsterdam, maar de voorbije maanden werd het steeds moeilijker om dat te combineren met mijn verplichtingen hier. Op de duur had ik het gevoel dat ik op te veel plekken tegelijk moest zijn en al die mogelijkheden maar half kon benutten. Op het conservatorium hebben ze er alle begrip voor dat ik even een break inlas.TAMINO: Via Tom Pintens, met wie ik vorige zomer een ep heb opgenomen. Voor een van onze gezamenlijke optredens nodigde hij het hele Zesde Metaal uit. Daaruit is die invitatie voor de Radio 1-sessie gekomen. Ik schrok wel van de impact van zo'n sessie, van hoeveel reacties je daarop krijgt. Het was ook de eerste keer dat ik voor zo veel volk had gespeeld.TAMINO: Net voor die sessie. De ep met Tom (die binnenkort verschijnt, nvdr.) was al opgenomen. Ik dacht: we schuiven één liedje naar voren en we zien wel. Dat is dus heel goed uitgedraaid. (lacht)TAMINO: Dat denk ik wel. Ik stond al in contact met Tim Beuckels vóór die Radio 1-sessie en ik had er meteen een goed gevoel bij. En een Trixie Whitley is voor mij echt iemand om naar op te kijken. De songs die ze schrijft, hoe ze zingt en op het podium staat, haar kunnen op gitaar en piano: allemaal bijzonder straf.TAMINO: Je kunt het vertalen als schatje, maar het is evengoed iets dat je tegen je kinderen zegt. Zoals mijn vader doet. (lacht)TAMINO: (knipoogt) Wie weet?TAMINO: Mijn moeder speelt viool en piano en ze heeft me genoemd naar een personage uit Mozarts Toverfluit. Mijn grootvader langs vaderskant was een heel bekende zanger en acteur in Egypte en de rest van de Arabische wereld: Moharam Fouad. Van eind jaren vijftig tot zelfs de jaren tachtig was hij heel populair.Vooral zijn liveperformances met orkest - Sinatra was een van zijn voorbeelden - grepen me vroeger erg gaan. Mijn moeder legde zijn muziek vaak op. Dat en The Beatles zijn mijn vroegste muzikale herinneringen.TAMINO: In zekere zin. Hij was een soort Arabische crooner, van een generatie toen de Egyptische muziek beïnvloed werd door westerse klassiek, maar ook door onze popmuziek. Zo ontstond een speciale westers-Arabische hybride. Zangeres Oum Kalthoum is daar een van de bekendste voorbeelden van.TAMINO: (lacht) Het is een hele zware stempel om te dragen, hè. Toen ik nog in punkrockgroepjes zong - ik was toen veertien, vijftien - kreeg ik dat al te horen. Ik luisterde toen vooral naar stoeme groepjes als Sum 41. Buckley kende ik totaal niet. Toen ik die naam maar bleef horen, ben ik naar zijn muziek beginnen te luisteren en snapte ik de vergelijking wel. Maar toch: Jeff Buckley, jongens! Ik ben nog maar twintig, hè. (lacht)TAMINO: Toen ik begon, waren ze aan de andere kant van dat draaipodium bezig met het materiaal van The Lighthouse weg te nemen. Ik stond te wiebelen op mijn benen, terwijl ik net heel ingetogen moest zingen. Ik was zo geconcentreerd dat ik de sfeer niet goed opmerkte, maar toen het applaus losbarstte, dacht ik wel even: holy shit!TAMINO: Ik vraag het me al een tijd af. Ik weet het niet. (gemompel verderop in de keuken, waar jongere broer Ramy een boterham staat te smeren) Maar echt, Ramy, ik meen wat ik zeg!RAMY FOUAD: Het is simpel: ge zijt gewoon goe, Tamino.TAMINO: Tja.