In de eighties was de elektropop van Arbeid Adelt! even hip, dankzij tegendraadse, licht absurde radiohits als De dag dat het zonlicht niet meer scheen of Lekker Westers. Maar rond 1990 gingen de bandleden elk hun eigen weg: zanger Marcel Vanthilt concentreerde zich op zijn tv-werk, sax- en synthman Jan Vanroelen werd grafisch ontwerper en gitarist Luc Van Acker (zie ook Revolting Cocks) ging in allerlei studio's aan de slag.
...

In de eighties was de elektropop van Arbeid Adelt! even hip, dankzij tegendraadse, licht absurde radiohits als De dag dat het zonlicht niet meer scheen of Lekker Westers. Maar rond 1990 gingen de bandleden elk hun eigen weg: zanger Marcel Vanthilt concentreerde zich op zijn tv-werk, sax- en synthman Jan Vanroelen werd grafisch ontwerper en gitarist Luc Van Acker (zie ook Revolting Cocks) ging in allerlei studio's aan de slag. MARCEL VANTHILT: Klopt. Na ons reünieconcert op het Hasseltse Sinner's Day-festival en onze Rewind-show in de AB herontdekten we plots het Vlaamse clubcircuit. Arbeid Adelt! bleek zowaar zelfs bij jonge snaken in de smaak te vallen. Dat was een enorme stimulans, het nam onze schroom en onzekerheid weg. Toen Mauro met Gruppo di Pawlowski een cover van Jonge helden opnam, beseften we: onze reputatie is nog altijd oké. Dus keerden we terug naar onze roots: iets weinig doordeweeks, mét elektronica. Nooit hebben we ons afgevraagd: 'Maakt dit kans op de radio? Zal het wel verkopen?'LUC VAN ACKER: Ik zie ons veeleer als een gentlemen's club. Jan bakt kaastaart met een speculaasbodem, we drinken een kopje koffie en vervolgens wordt de champagne ontkurkt.VANTHILT: We hebben lang gebrainstormd: wat willen we eigenlijk zélf? De oude synth- en drumklanken van ons eightieswerk zijn, zo merkte ik op Tomorrowland, weer helemaal in. Dus vroegen we ons af: welke van onze bouwstenen zijn in een nieuwe context nog bruikbaar? We wilden ook terug naar het formaat van onze oude vinylplaten: maximaal vier à vijf tracks per kant en een speelduur van zo'n half uur. Hadden we indertijd op Des duivels oorkussen enkele nummers geschrapt, was het een veel betere plaat geweest. Dit keer waren we veel strenger voor onszelf.VANTHILT: De wereld van de elektronica is intussen grondig geëvolueerd, hé? Toen wij begonnen, had je Kraftwerk, DAF, The Normal en Depeche Mode. Nu bestaan er, naast dance, nog massa's andere vormen van synthetische muziek. Samplers, loop stations, ProTools: al die snufjes bestonden vroeger niet. Het enige wat je vandaag nog nodig hebt om een plaat goed te doen klinken, is een stel oren aan je kop. Wij willen niet teren op het verleden. Arbeid Adelt! mag geen museumstuk worden. Tijd dus om een statement te maken en met iets nieuws op de proppen te komen. Slik is een imperatief, ja. Eat this! Zélfs voor ons was het een kwestie van slikken of stikken.JAN VANROELEN: Niets was afgesproken, we déden het gewoon. We hadden enkel een sax, een Casio en een Korg-synth en daar moesten we het mee doen. Méér spullen konden we ons echt niet veroorloven.VANTHILT: We zagen onszelf niet als muzikanten, maar met die Korg kon je wel van alles doen. En wat de taal betreft: de meeste Belgische bands klonken me nogal artificieel in de oren. Ik pretendeerde alvast niet dat ik Engelstalige teksten kon schrijven van het niveau van Bowie of Roxy Music.VANTHILT: Geen idee waar dat vandaan kwam. Volgens mij lag het aan de app die met het apparaat was meegekomen. (lacht)VANROELEN: We waren allemaal snobs. Love songs waren taboe. Alles hoorde koel en afstandelijk te zijn. VANTHILT: In dat opzicht ben ik niets veranderd. Wat naar het persoonlijke neigt, schrap ik meteen. De liefde vind ik niet interessant. Mijn voorbeelden op taalgebied? Drs P, al ging de wiskundige precisie waarmee hij met rijm en metrum goochelde mijn petje te boven. Jules Deelder, misschien? Ik voelde ook affiniteit met de futuristen en dadaïsten uit het interbellum, al kende ik die eerder van hun beeldende kunst dan van hun poëzie. Toen ik later het werk van Paul van Ostaijen ontdekte, had ik wel een gevoel van herkenning: rock-'n-roll avant la lettre.VANTHILT: We beschikken over meer metier, meer technische bagage, maar dat kan ook een ballast zijn. Eenvoud komt het reliëf in de muziek altijd ten goede. Haal het overtollige weg en wat overblijft, wint aan kracht.VANROELEN: De tijdgeest van 1985... New wave was doodgebloed, Luc vertrok naar Shriekback en viel niet te vervangen. Als je dan in zee gaat met een pure rockgitarist en een zangeres, verandert je muziek natuurlijk mee. Het was geen elegante zet, maar we stonden onder zware druk om een hit te scoren en dat tastte ons repertoire aan. Dat neemt niet weg dat we toen, op Seaside, het concert van ons leven hebben gespeeld.VAN ACKER: Met Thé Lau in het Sportpaleis, dat vond ik wel chic.VANROELEN: En met Vaya Con Dios in Vorst. Al zijn dat geen plekken waar onze muziek per se het best gedijt.VANTHILT: In een donker gat in, pakweg, Leopoldsburg, waar driehonderd toeschouwers op elkaar gepakt zitten en waar het zweet van de muren druipt, heb ik me al vaak in CBGB's gewaand. Al die momenten waarop we de tent op zijn kop weten te zetten - daar doen we het voor.