Vorige maand streek een delegatie jonge jazz-Britten neer in het Leuvense Depot. Naast zangeres Zara McFarlane stond daar ook saxofoniste Nubya Garcia (26), een van de motors achter de huidige revival. In haar band: onder meer tubaspeler Theon Cross (25) en pianist Joe Armon-Jones (25). Garcia is daarnaast actief in het spirituele jazzcombo Maisha en het zevenkoppige vrouwencollectief Nérija. Cross speelt onder meer in Sons of Kemet, die deze maand naar Brussel komen, en bij Moses Boyds Exodus. Armon-Jones zit, net als Cross, ook nog in Ezra Collective. Hoeft het te verbazen dat ze al een heel lange poos niet meer allemaal samen gespeeld hadden?
...

Vorige maand streek een delegatie jonge jazz-Britten neer in het Leuvense Depot. Naast zangeres Zara McFarlane stond daar ook saxofoniste Nubya Garcia (26), een van de motors achter de huidige revival. In haar band: onder meer tubaspeler Theon Cross (25) en pianist Joe Armon-Jones (25). Garcia is daarnaast actief in het spirituele jazzcombo Maisha en het zevenkoppige vrouwencollectief Nérija. Cross speelt onder meer in Sons of Kemet, die deze maand naar Brussel komen, en bij Moses Boyds Exodus. Armon-Jones zit, net als Cross, ook nog in Ezra Collective. Hoeft het te verbazen dat ze al een heel lange poos niet meer allemaal samen gespeeld hadden? 'Iedereen heeft het tegenwoordig zo druk, ' zegt Garcia, 'in andermans band of met eigen projecten. Dat maakte het des te specialer, onze vriendschap vieren met al die mensen erbij.' Hoe lang kennen jullie elkaar al? Nubya Garcia: Theon en ik kennen elkaar al van toen we dertien, veertien waren, de rest van de bende al een jaar of tien. We go way back. Met dank aan bassist Gary Crosby, de oprichter van Tomorrow's Warriors, een organisatie die jonge muzikanten die jazz willen leren begeleidt. Bijna iedereen die hier vanavond op het podium stond, heeft zijn programma doorlopen. Je start er als enthousiasteling en eindigt als professioneel muzikant. En een paar vrienden voor het leven rijker. Is dat het geheim achter de heropleving van de Britse jazz, vriendschap? Theon Cross: Geheim? Ik geloof dat vriendschap in de muziek simpelweg essentieel is. Vrienden halen bij elkaar het beste naar boven. Vaak is een 'scene' gewoon een naam die gegeven wordt aan een groep gelijkgestemde vrienden. Zoals de scene rond Kamasi Washington in LA. Ook dat zijn leeftijdsgenoten die samen zijn opgegroeid. Joe Armon-Jones: Je moet natuurlijk ook de kansen krijgen om samen te spélen. In die zin is Jazz Re:freshed erg belangrijk geweest. Zij organiseren club nights met dj's en muzikanten in Londen. Jazz Re:freshed was een van de eerste organisaties die ons soort muziek actief promootte. 'Ons soort muziek', zeg je. Mag ik het niet jazz noemen? Armon-Jones: Het is zeker beïnvloed door jazz. We hebben jazz gestudeerd hebben een groot respect voor jazz, maar gebruiken ook elementen uit andere soorten muziek. Cross: Sommige grote namen in de jazz hielden vroeger al niet van het woord. Miles Davis en John Coltrane, om er twee te noemen. Armon-Jones: Het zijn zelden muzikanten zelf die genres bedenken. Ik denk niet dat Erykah Badu en D'Angelo hun muziek neo-soul noemen. Anderen labelen het zo, zelf zullen ze dat niet doen. Dus call it what you want. Theon, met Sons of Kemet zitten jullie nu wel bij een van de belangrijkste jazzlabels, het legendarische Impulse! Records. Cross: Het is een gigantische eer om je naam toe te voegen aan een catalogus met namen als Coltrane, Charles Mingus en Pharoah Sanders. Impulse! heeft een indrukwekkende erfenis opgebouwd. Voor jullie bij Impulse! tekenden, was Sons of Kemet, net als de andere projecten van Shabaka Hutchings, onafhankelijk... Cross: En dat zijn we nog steeds. Voor een muzikant betekent 'onafhankelijk' vooral vrijheid, los van bemoeienissen muziek kunnen maken. En die vrijheid krijgen we bij Impulse! Armon-Jones: Mijn album verschijnt via Brownswood, het label van Gilles Peterson. Maar de hele plaat was wel al af toen ik ze voor het eerst liet horen. Die les heb ik geleerd van Shabaka: maak je plaat in alle vrijheid, hou er totale controle over tot ze klaar is. Hoe vaak gebeurt het niet dat een artiest een goede eerste plaat maakt, tekent bij een label en dat de tweede release vol staat met features en gastbijdragen van mensen die hij of zij niet eens persoonlijk kent? Als ik iemand vraag om mee te spelen, dan is het om de persoon te doen, niet om zijn of haar naam. Wie waren jullie voorbeelden toen jullie zelf nog in de leer waren? Garcia: Coltrane, Sonny Rollins. Armon-Jones: In het begin Oscar Peterson, later kerels als Chick Corea en Ahmad Jamal. Cross: Bob Stewart, Ray Draper, Howard Johnson. Excuseer, maar: wie? Cross: (lacht) Tja, de improviserende tubaspelers zijn niet zo bekend. Was het liefde op het eerste gezicht met jullie instrumenten? Armon-Jones: Bij mij was het simpel: mijn vader speelde piano, mijn moeder speelde piano, er stond een piano thuis, dus wilde ik pianist worden. En piloot, maar dat zag mijn moeder niet zitten. (lacht)Cross: Ik ben begonnen bij de hoorn, daarna de tenortuba en toen ik sterk en groot genoeg was de tuba. Garcia: Ik ben bij viool begonnen. En ik haatte dat hartstochtelijk. (lacht) Op mijn tiende mocht ik van mijn ouders overschakelen op altsaxofoon. Zes jaar geleden ging ik een nieuwe saxofoon kopen en kwam ik thuis met een tenor. Ik was toch altijd al meer het mellow vibe-type. Spelen jullie wel eens voor een zittend publiek? Garcia: Zelden, en daar ben ik blij om. Ik denk ook dat ons publiek geen zin heeft om passief te luisteren. Mensen willen bewegen, de muziek voelen. Armon-Jones: Net zoals mensen opnieuw liever een plaat of een boek vastnemen. Hoe heten die stomme leesdingen ook weer? Kindles, juist! Niemand koopt die toch nog? Mensen staan opnieuw open voor échte muziek, gespeeld door échte muzikanten. Organisch gegroeid, niet geprepareerd in één of ander kantoor.