26 april 2007 Magnolia Electric Co. speelt in de 4AD. Tijdens het voorprogramma loopt een ventje naar de bar. Vet haar, verschoten jeansjasje, nauwelijks een schop hoog. Een boerenzoon uit het Diksmuidse ommeland die een halfuur later ineens het podium bestijgt. Niemand grijpt in, ook niet de vijf muzikanten die in zijn rug hebben postgevat. Wanneer hij begint te zingen, wordt duidelijk waarom: het is Jason Molina. The little man with the big voice heeft op dat moment nog iets minder dan zes jaar te leven.
...

26 april 2007 Magnolia Electric Co. speelt in de 4AD. Tijdens het voorprogramma loopt een ventje naar de bar. Vet haar, verschoten jeansjasje, nauwelijks een schop hoog. Een boerenzoon uit het Diksmuidse ommeland die een halfuur later ineens het podium bestijgt. Niemand grijpt in, ook niet de vijf muzikanten die in zijn rug hebben postgevat. Wanneer hij begint te zingen, wordt duidelijk waarom: het is Jason Molina. The little man with the big voice heeft op dat moment nog iets minder dan zes jaar te leven. 28 september 2018 Magnolia Electric Co. speelt in de Roma. Vooraan op het podium staat een beer van een vent. Vet haar, tattoos en baard. Het is Timothy Showalter van Strand Of Oaks, die daar net als u staat om zijn held Jason Molina te eren. Straks komt The Tallest Man on Earth een paar nummers zingen, en tussendoor leest Erin Osmon voor uit Riding with the Ghost, haar liefdevolle biografie van Molina waarvan de afloop helaas bekend is: hij heeft zich op zijn 39ste doodgedronken. Timothy Showalter (1982) groeide op in Indiana, een doodlopende staat in wat de Amerikanen The Midwest noemen. Zijn herinneringen aan de internetloze dagen van zijn jeugd zullen leeftijdsgenoten uit Hamont-Achel of Diksmuide ongetwijfeld bekend voorkomen: 'Er was één jongen bij ons in het dorp die Roman Candle van Elliott Smith op cd had, en iedereen nam die over op cassette. Een platenwinkel hadden we niet, dus als iemands grote broer of zus naar Chicago geweest was, was onze eerste vraag: 'Zouden ze platen gekocht hebben?' Je had niet alle muziek ter wereld binnen handbereik zoals nu. Maar wat je wel had, werd gekoesterd als een schat.' Showalters grootste idool kwam uit buurstaat Ohio. Hij was grootgebracht in een trailerpark in Lorain, aan de oevers van Lake Erie. De thuisbasis van Jason Molina was minder dan achthonderd kilometer van New York verwijderd, maar het had net zo goed de maan kunnen zijn. Een culturele woestenij met een gesloten Ford-fabriek, een failliete scheepswerf en uitzichtloosheid zover als het oog reikte. In het trailerpark hadden de Molina's een oude buurman die Mean Joe werd genoemd en die de vijfjarige Jason een doosje gebruikte zwarte potloden gaf op de dag dat hij zelfmoord pleegde. 'Ik was de enige met wie hij contact had', zei Molina later in een interview. Isolement en verveling leveren niet alleen hoge zelfmoordcijfers op, maar ook eigenzinnige muziek. Dat is in Ohio, waar de punk smeriger en stuurser klinkt dan waar ook ter wereld, niet anders. 'Alles wat je in Dayton doet, is nieuw', zei Robert Pollard, en hij liet Guided by Voices indie spelen alsof er nooit zoiets als classic rock had bestaan. Greg Dulli van The Afghan Whigs huwelijkte in Cincinatti gillende gitaren uit aan Motown, en er was geen smaakpolitie in de buurt om hem te vertellen dat dat eigenlijk niet kon. En het titelloze debuut van Songs: Ohia, zoals Jason Molina zich in de eerste helft van zijn carrière liet noemen, stond vol akoestische eenmanssongs, gezongen gedichten die de Amerikaanse Burgeroorlog als onderwerp hadden en het vaak zonder refrein moesten stellen. Veel luisteraars dachten dat ze honderd jaar eerder in een hut waren gemaakt, maar in werkelijkheid nam Molina zijn songs in die tijd vaak op in badkamers. Hij studeerde in Oberlin aan een kleine universiteit die ook indielievelingen als Codeine en Trans Am voortbracht. Van alle studentenhuizen in Oberlin wist Molina perfect welke badkamers de beste akoestiek hadden. Voor de vocals trok hij naar de keuken, waar hij de microfoon in de oven plaatste voor de perfecte echo. Hoeft het gezegd dat hij geweldig naar Lou Barlow opkeek? Showalter: 'Indierock had in die dagen iets heel ontroerends. Ik heb Songs: Ohia eens gezien in een tent in Chicago die Schubas heette. In mijn herinnering waren daar duizenden fans, maar toen ik er jaren later zelf speelde, bleek er amper tweehonderd man binnen te kunnen. Het was echt iets kleins, maar voor ons was het huge.' Erin Osmon doet Molina's eerste jaren als artiest met veel zin voor romantiek herleven. Hier wordt Riding with the Ghost een hartverheffend jongensboek met personages als Eoin Russell, een muzikant die in Oberlin vooral beroemd was omdat hij eens 666 dagen na elkaar dezelfde lederen broek had gedragen. In de eindeloze stroom van huiskamerconcerten en geïmproviseerde opnamesessies valt echter vooral de geestdrift van Molina zelf op: hij zat als prille twintiger boordevol energie, sliep nauwelijks, schreef tientallen songs en had altijd een sterk verhaal klaarzitten. Tussen 1997 en 2003 bracht hij onder de naam Songs: Ohia zeven studioplaten, een tiental ep's en singles, een paar tour only-releases en een liveplaat uit. De small town boy was uit zijn kooi ontsnapt. Twee dingen die Jason Molina niet of zelden deed, waren repeteren en songs live spelen die al op plaat waren verschenen, hoezeer de fans er ook om smeekten. Op 16 april 2003 nam hij in de AB in Brussel een liveplaat op met bijna uitsluitend nieuwe nummers, die toepasselijk Trials & Errors werd gedoopt - want ook de band was nieuw. Vier dagen later was hij te gast in Duyster, voor een kort interview en een soloset die Ayco Duyster zich nog goed herinnert. 'Artiesten brachten bij ons altijd nummers die al beschikbaar waren, maar Jason niet. Ik herinner me dat hij een notitieboekje bij zich had met dingetjes die hij had geschreven en dat hij zei: 'Ik wil iets spelen, maar dit zal het zijn.' Als iemand met die attitude binnenkomt, houd je je hart vast. Maar hij heeft die dag vier prachtige songs gespeeld, allemaal eerste takes, over waar hij op dat moment mee bezig was. En wij bleven achter met een bijzonder tijdsdocument.' 2003 was in twee opzichten bepalend voor Molina. Muzikaal sloeg hij een nieuwe richting in - minder kaal en vreemd, meer Crazy Horse en country - en op persoonlijk vlak helde hij voorgoed naar de dark side over. Vreemd is dat hij zich net vanaf dat jaar liet omringen door een min of meer vaste groep muzikanten, die hij naar zijn jongste plaat noemde: Magnolia Electric Co. Alsof hij wist dat hij hun gezelschap nodig zou hebben. Vreemd is ook - of niet, als je bedenkt dat Molina al sinds zijn kindertijd met geesten praatte - dat hij een paar songs schreef die akelig precies de laatste tien jaar van zijn leven voorspelden. Een daarvan is North Star, te horen op Trials & Errors en in een uitgeklede versie bij Duyster. 'Darling I'm not giving inThat happened miles agoI heard the north star saying:Kid you're so lost even I can't bring you home.' Van een tijdsdocument gesproken. De North Star Session wordt aangehaald in Riding with the Ghost en is een druk gedeelde klassieker onder fans. Een maand na zijn doortocht in Brussel trouwde Molina met Darcie Schoenman, wier bijnaam hij had vereeuwigd in het meest funky nummer uit zijn catalogus: Captain Badass. Hij nam er ook een maîtresse bij: alcohol. Molina was de oudste zoon van een aan drank verslaafde moeder, en als tiener, student en beginnend artiest bleef hij koppig uit de buurt van de fles. The Spineriders, de metalgroep waar hij als scholier bas bij speelde, viel zelfs uit elkaar omdat de andere muzikanten volgens hem te veel feestten. Als hij over halfweg in Riding with the Ghost nog altijd nauwelijks een druppel heeft aangeraakt, begin je te hopen dat zijn alcoholisme niets meer was dan een van de sterke verhalen die hij als jonge gast zo graag vertelde, zoals de bewering dat zijn oom drumde bij Crazy Horse of dat hij met Lou Barlow had gejamd op zijn studentenkamer. Er doemt een onwaarschijnlijk scenario op: Jason Molina leeft nog! Hij woont op een boerderij in Ohio met Captain Badass en zeven kinderen! Helaas. Toen de drank zijn intrede deed, eiste die meteen een hoofdrol op. Met feesten had het niets te maken, met verdoving des te meer, al wordt nooit duidelijk wie of wat Molina over de rand geduwd heeft. Hij werd dertig, trouwde en had met The Magnolia Electric Co. (2003) en voorganger Didn't It Rain (2002) eindelijk naam gemaakt buiten de eigen niche van studentenkamers en achterafzaaltjes. Was het de druk van buitenaf? Trok hij met de verkeerde geesten op? Timothy Showalter, die zichzelf op zijn doorbraakplaat Heal (2014) onbarmhartig binnenstebuiten keerde, heeft een vermoeden: 'Je kunt het donkerste in je ziel aanspreken om heel krachtige, emotionele muziek te maken, maar je moet goed opletten dat je niet in die donkerte blijft rondhangen. Jasons gave was een zegen en een vloek: wij hebben er al die duistere prachtsongs aan te danken, maar ze hebben hem misschien wel de diepte in getrokken.' Tussen 2004 en 2009 bracht Molina solo en met de Electric Co. nog eens zeven platen uit, waaronder Molina/ Johnson, een duoplaat met Will Johnson van South San Gabriel. Nadat hun gezamenlijke promotournee voor die laatste was afgelast, werd het heel stil. De sombere drankverhalen die de laatste vijftig pagina's van Riding with the Ghost vullen, krijgen hier geen plaats. Ze zijn een gesel voor de fan, al is het belangrijk om te weten dat Molina tot het bittere einde goed werd omringd. Eerst door zijn vrouw, daar-na door zijn label en zijn hondstrouwe groep. Ze gaven hem onderdak, werk, eten, op zijn donder en een lift naar de zoveelste ontwenningskliniek. Niets hielp. In 2011 en 2012 verschenen op de website van zijn label Secretly Canadian twee nieuwsberichten voor de fans, eerlijk over het recente verleden maar hoopvol voor de toekomst. In het derde bericht werd verteld dat de kleine man met de grote stem, trotse bezitter van een doorlopende wenkbrauw en de kloekste songcatalogus van zijn generatie, dood was. 'Mensen vertellen me vaak dat Jason een beetje als Neil Young klinkt, maar dat is onzin', zegt Timothy Showalter. 'Hij gebruikte misschien wel hetzelfde instrumentarium, maar voor mij heeft hij veel meer gemeen met iemand als Otis Redding.' De nagel op de kop. Molina was in de eerste plaats een zanger die zijn eigen songs zong. Neils flinterdunne stemmetje is geen partij voor zijn machtige tenor, die als rode draad fungeerde in zijn constant van kleur verschietende oeuvre. En Showalter zelf? 'De rockers kan ik aan, maar vooral de nummers van zijn eerste twee platen zijn een probleem. Ik snap niet hoe iemand ooit zo hoog heeft kunnen zingen.' Vorige week verscheen een video van Goshen Electric Co., ofte Magnolia Electric Co. met Tim aan het hoofd. The Gray Tower, de herneming van een single uit de periode van Didn't It Rain (2002), bewijst dat hij de rockers inderdaad aankan. Het is geen Molina, wel een waardig eerbetoon. Precies wat de bedoeling was. 'We willen zijn leven en werk vieren. Ik ben ervan overtuigd dat Jasons nalatenschap nog zal groeien, zoals bij een Nick Drake. Het is muziek die zal blijven bestaan. Over honderd jaar zullen de mensen samen Farewell Transmission zingen, omdat iedereen precies begrijpt waar hij het in dat nummer over heeft. Dat is geen trend, het is het leven. Het is voor altijd.'