In 2015 was de huidige Britse premier Boris Johnson de beste vriend van de muziekindustrie. Als burgemeester van Londen riep hij de Music Venue Taskforce in het leven, een fonds om de concertzalen in de hoofdstad te beschermen tegen de felle druk van de vastgoedsector. 'De krioelende baarmoeders van Londens talent', noemde hij het clubcircuit toen.

Woorden waar Johnson eind juli aan herinnerd werd in een speech van Michael Dugher, CEO van UK Music, een koepelorganisatie die lobbyt in naam van uitgevers, muzikanten, componisten en producenten. Dugher waarschuwt voor de kwalijke gevolgen van een no-deal brexit op de muziekindustrie. 'You may be happy to leap off the edge of a cliff, but please, please don't throw the British music industry over there with you', klonk het aan het adres van Johnson.

Begin deze maand nam Dugher de Britse regering nog eens in het vizier, met 'groeiende bezorgdheid' zelfs, over de gevolgen die een 'no deal' met zich meebrengt: de bewegingsvrijheid van muzikanten die in de EU willen touren zal kleiner zijn, de kosten zullen oplopen door visa en vergunningen, de inkomsten zullen dalen door hogere belastingen en importtaksen. Het mogelijke totaalverlies wordt momenteel op 40 procent geschat. Volgens UK Music haalt meer dan een derde van alle Britse muzikanten minstens de helft van zijn inkomsten uit werken in de EU. Als de baten de kosten niet dekken, dan heeft touren in de Europese Unie voor Britse muzikanten geen enkele zin.

Als de Britse muziekindustrie door de brexit krimpt, krimpt de wereldwijde markt ook.

Maar ook binnen de grenzen van het Verenigd Koninkrijk zelf zullen gevolgen van de brexit voelbaar zijn in de muzieksector. Met het lidmaatschap van de EU verdwijnen ook de centen uit Europese portefeuilles zoals het Creative Europe-programma en het European Regional Development Fund. Die laatsten pompten de voorbije drie jaar 3,6 miljard euro in de creatieve sector van het Verenigd Koninkrijk. Vooral kleinere, landelijke cultuurhuizen en promotors, die buiten de radar van Londen vallen, zijn afhankelijk van die subsidies. Ter vergelijking: in 2018 was de totale Britse platenindustrie 5,8 miljard euro waard. Dat is meer dan een derde van de 16,4 miljard euro die wereldwijd omgaat in de verkoop van muziek, zoals de International Federation of the Phonographic Industry (IFPI) vorig jaar becijferde. Het Verenigd Koninkrijk is dan ook de derde grootste muziekmacht ter wereld, na Amerika en Japan.

Het muzikale domino-effect van een brexit zonder goede afspraken en zonder Europese subsidies is dan ook niet te onderschatten. Beggars Group, het labelcollectief waartoe onder meer XL Recordings (Radiohead, Adele, Jack White) en 4AD (The National, Bon Iver, St. Vincent) behoren, zag vorige zomer de bui al hangen. 'Inkomsten uit de EU zijn een belangrijk element van de business', stond in een mededeling te lezen. 'Daarom is het alarmerend vast te stellen dat de brexit mogelijke groei zal belemmeren'.

Adele en Ed Sheeran zullen geen boterham minder eten door de brexit, maar ook zij zijn klein begonnen.

En als de Britse muziekmarkt - nogmaals, een derde van de wereldwijde platensector - slinkt, krimpt logischerwijs de hele muziekmarkt. In de hele wereld, en dus ook in België. Hogere kosten voor Britse artiesten betekent minder Britse artiesten in onze zalen en minder inkomsten voor promotors. Kleinere winstmarges voor Britse platenlabels en concertpromotors betekent ook minder investeringen en dus minder optredens voor Belgische groepen over het kanaal. Een Europees-Britse perstrip om een nieuw album te promoten? Ja, maar brengt het wat op? Zie de hele muziekmarkt als een tafel. Zaag de Britse poot korter en je brengt het hele ding uit evenwicht.

Los van alle euro's of ponden is vooral het culturele deficit op lange termijn niet te becijferen. Samen met mensen en goederen zullen ook inspiratie en invloeden moeilijker heen en weer bewegen. Een economische muur rond het Verenigd Koninkrijk is niet alleen een obstakel voor mensen en middelen, maar ook een hindernis voor ideeën en mogelijke kruisbestuivingen.

Om dat concreet te maken: er traden veertig Britse artiesten aan op de voorbije editie van Pukkelpop, van Stormzy en Johnny Marr tot Idles en Jorja Smith. Mocht de helft daarvan het sop de kool niet waard geacht hebben om af te zakken naar Kiewit of te duur geweest zijn voor de organisatie, hoeveel mooie, inspirerende belevenissen armer zou het festival dan niet geweest zijn? De nieuwe vriendschap die je sloot in de moshpit bij Slowthai? De knappe griet met wie je oogcontact maakte tijdens Kate Tempest? Dat moment waarop Ezra Collective u overtuigde om saxofoonlessen te nemen? Het was misschien allemaal niet gebeurd mocht de brexit al een feit zijn geweest.

En wie de deur onderaan sluit - voor de onafhankelijke artiesten, de kleine labels, de ploeterende managers - die opent het dakvenster voor de eenheidsworst van de mega-corporaties. Adele en Ed Sheeran zullen geen boterham minder eten door de brexit, maar ook zij zijn klein begonnen.

Take Back Control. Eerst Onze Mensen. Italianen Eerst. Make America Great Again. Voor ons, Hongarije eerst. Altijd dezelfde mantra. Slogans als lapdoekjes tegen isolationisme. De EU is niet onfeilbaar, maar de prijs die we op de lange termijn zullen betalen voor het gedachtengoed van de ultranationalisten in Europa, en de daaropvolgende cultuurverarming zullen we niet alleen in onze portemonnee, maar uiteindelijk ook in ons hart en onze ziel voelen.

To sleep, to dream, to keep the dream in reach

To each a dream, don't weep, don't scream

Just keep it in, keep sleeping in

What am I gonna do to wake up?

- Kate Tempest, Europe Is Lost

Elke vrijdag koppelt Jonas Boel de politieke actualiteit aan de muzikale geschiedenis.

Lees ook: Slowthai, nieuwe grote man van de Britse rap: 'Fuck je ouders, fuck je leraars, fuck je bazen'