U kent het, voelt het, of u hebt het woord op z'n minst al ergens gelezen: knaldrang. De hunkerende noodzaak om opnieuw onbezonnen te dansen en te feesten. Te knallen, quoi. Vaak, maar niet altijd, gaat het gepaard met nog een ander symptoom: festivalhonger.
...

U kent het, voelt het, of u hebt het woord op z'n minst al ergens gelezen: knaldrang. De hunkerende noodzaak om opnieuw onbezonnen te dansen en te feesten. Te knallen, quoi. Vaak, maar niet altijd, gaat het gepaard met nog een ander symptoom: festivalhonger.Je zou knaldrang een nieuw virus kunnen noemen. Het hangt in de lucht, en is overdraagbaar van mens tot mens. Sommige dragers van het virus trachten de infectie uit te zweten op illegale lockdownfeestjes, de meerderheid zoekt soelaas in de media, turvend door artikels over allerlei vormen van vertier, van megaraves tot zomerfestivals. Kendrick Lamar komt naar Les Ardentes! Stormzy en Zwangere Guy op Dour! Vier nieuwe namen voor Couleur Café! StuBru-rave verhuist naar het Sportpaleis! Bij sommigen hakt de knaldrang er zo stevig in, dat enkel het vooruitzicht op grote, anonieme mensenmassa's hun koorts kan temperen. Met het coronavaccin als strohalm reiken ze naar het oude normaal. Snel, schenk ons hetzelfde, fletse bier, geef ons dezelfde headliners, de vertrouwde, opgewarmde kost! Ik gun iedereen zijn Dour, Rock Werchter, of Tomorrowland. De knaldrang is groot, en terecht, maar kunnen we klein (her)beginnen, aub? Anders zou de ontnuchterende douche wel eens ijs- en ijskoud kunnen zijn. Het gisteren binnengelopen bericht dat corona voor het tweede jaar op rij Glastonbury, het grootste festival van Engeland, dwarsboomt, is een teken aan de wand.En vooral: als we zo hard van stapel lopen, snellen we dan niet één en ander voorbij? Een kans om de resetknop in te drukken, bijvoorbeeld. Opnieuw voeling te krijgen met de ondergrond, en de onvergelijkbare opwinding die daar heerst. De kick van het nieuwe, de roes na de ontdekking. Als de grote party's en festivals de top van de Mount Everest zijn, dan zijn de vele kleine clubs, cafés, en danskelders de basis waar de hele berg op steunt. In die zin is het initiatief van Studio Brussel, om een megarave te organiseren 'zodra het kan', een gemiste kans. I want to dance again? Ja, hoor, graag. Maar moet dat meteen in die kille bunker die het Sportpaleis is? Want die vele, kleine clubs, cafés, en danskelders zullen een opsteker kunnen gebruiken, wanneer ze weer volk over de vloer mogen verwelkomen. Een nationale campagne die het hele land over honderden, verschillende dansvloeren heen, op één nacht, met één en dezelfde groove, met elkaar verbindt: was dat niet veel mooier geweest? De knaldrang is groot, maar de weg van anderhalve meter naar opeen geplakte en botsende lijven is een marathon, geen sprint. Laat ons die tijd tot aan de meet dus gebruiken om onderweg de ondergrondse initiatieven, de alternatieve ideeën, en de opkomende artiesten, bands, en dj's naar waarde te schatten - precies die dingen waar de Studio Brussels, de Dours, en de Pukkelpops groot mee werden.'Wie op een podium staat, dat is dit jaar minder van belang', zei eventmanager Peter Decuypere (Fuse, I Love Techno) vorige week in De Morgen, over de heropstart van concerten en zomerfestivals. Versta: we gaan zo blij zijn dat er opnieuw iets te beleven is, dat klinkende namen geen must zijn. Voor promotoren dus een uitgelezen kans om eens in de vijver met kleinere maar niet minder mooie vissen een hengel uit te werpen. Covid-19 heeft een groot deel van de maatschappij genoopt tot herbronnen. Het is het zilveren randje aan de hele crisis gebleken: opnieuw de kleine dingen appreciëren. Laat ons die kans ook op de feesten en de concerten grijpen. Ter herinnering: op de allereerste editie van I Love Techno (1995, in Vooruit) draaide Daft Punk voor 700 man. Wie het kleine niet eert, enzovoort. En wanneer alles aan het eind van de tunnel opnieuw op kruissnelheid komt, dan rest er nog genoeg tijd om in ruil voor een peperduur ticket opnieuw volle bak te knallen tussen de schreeuwende sponsorlogo's en reclameborden.