Met Less Is Endless levert de Gentse jazzband De Beren Gieren zijn diepste, meest ontroerende album af. Pianist Fulco Ottervanger, bassist Lieven Van Pée en drummer Simon Segers laten de vroege geinigheid goeddeels los: het is tijd voor introspectie. Met Knack Focus maakt Ottervanger (37) de balans op. 'Wat is er gebeurd? Het leven. Kinderen. Verbouwingen. Maar de oude naïviteit cultiveer ik.'
...

Met Less Is Endless levert de Gentse jazzband De Beren Gieren zijn diepste, meest ontroerende album af. Pianist Fulco Ottervanger, bassist Lieven Van Pée en drummer Simon Segers laten de vroege geinigheid goeddeels los: het is tijd voor introspectie. Met Knack Focus maakt Ottervanger (37) de balans op. 'Wat is er gebeurd? Het leven. Kinderen. Verbouwingen. Maar de oude naïviteit cultiveer ik.' Laten we het eerst even over de titel hebben. Waarvan mag er in het leven wel wat minder zijn? Fulco Ottervanger:(piekert) Piekeren. Bebouwing. Overaanbod. Lawaai. Dat klinkt als: ik ben halfweg de dertig, het is tijd om buiten de stad te gaan wonen.Ottervanger: Interessant dat je dat opmerkt. Ik ga net weer in het centrum van Gent wonen, maar ik heb wel steeds meer de behoefte om in de natuur te zijn, om me rechtstreeks verbonden te voelen met het weer en de seizoenen die veranderen. Wellicht door ouder te worden, ja. Ik wil meer stilte. Minder invloeden, minder schreeuwerigheid. Daar gaat de plaat voor een deel over, over innerlijke stilte. En wat is daar zo eindeloos aan? Ottervanger: De zoektocht is eindeloos. The quest for less is endless. Ook in de muziek. Dit album is een poging om onze muziek uit te puren, om op basis van een paar kleine elementen een compositie uit te bouwen. Daar zijn we ons extra van bewust geworden tijdens het maken van onze vorige ep, Broensgebuzze.De verzameling van die heerlijke korte stukjes die op al jullie platen staan. Behálve op Less Is Endless. Kun je voor een achteloze lezer even uitleggen wat een Broensgebuzze tot een Broensgebuzze maakt? Ottervanger: Het is een filmisch, melancholisch stukje, een impromptu zoals dat heet. Er zit altijd wat melancholie in. Denk aan een processie in een vergeten dorpje in het achterland van Roemenië. Maar op een lekkere manier. Dat hebben we nu achterwege gelaten. Als zoiets niet spontaan komt, moet je het ook niet forceren. Misschien is het wel mooi dat ze met de ep, na tien jaar, werden afgesloten. Maar goed, in die kleine stukjes vonden we de schoonheid van de beperking. Door de beperking krijg je een heel andere inspiratie. Simon (drummer Simon Segers, nvdr) vergeleek het met een schuifpuzzel: een kleine verschuiving kan al een heel nieuw beeld opleveren. En dat terwijl een van jullie vroege composities Alles tegelijk heette. Dat hoeft dus niet meer? Ottervanger: Inderdaad. Tenzij we nu bewust zouden kíézen om alles tegelijk te spelen. Dan is het ook een soort beperking. (grijnst)Voor alle duidelijkheid: deze plaat biedt geen minimalistische pianomuziek à la Ludovico Einaudi en consorten. Ottervanger: Ja, daar moeten we toch even voor waarschuwen. (lacht) Ik ken die wereld niet zo goed, maar vaak heeft het de pretentie klassieke muziek te zijn terwijl het weinig inhoudt. Einaudi vind ik nogal plat. Jullie vorm van minimalisme levert een open geluid op, dat tegelijk heel rijk is. Ottervanger:(snel) Heel rijk en heel levendig. Misschien zelfs iets vrolijker dan het vorige album, Dug Out Skyscrapers.Vrolijk? In Guggenheim House voel ik een spooky monkellachje, maar ik denk toch vooral: rijk, donker, ernstig, emotioneel.Ottervanger: Wauw, dat had ik niet verwacht. Misschien trekt het ernstige ons nu wel aan, iets wat enig gewicht heeft. Wat zegt dat over dit moment in jullie leven? Ottervanger: Daar zeg je zoiets. We zijn halfweg de dertig, dus: huizen, verbouwingen, in één geval een scheiding. Ik probeer tegenwoordig wat meer van een afstand naar mezelf te kijken: in welke patronen zit je vast? Zou je kunnen zeggen dat de Beren wat van hun naïviteit hebben verloren? Ottervanger: Ja. Maar tegelijk proberen we ze toch te cultiveren. Je verliest dat wel, met het ouder worden. (met pretoogjes) Maar ik héb ze nog altijd een beetje. Elf jaar geleden stond jullie eerste recensie in Knack Focus, over jullie naamloze debuut-ep. Hoe kijk je terug op de band van toen?Ottervanger: Hah! Jonge honden. Een beetje tegendraads willen zijn, vooral binnen het jazzkader. Dat voelde wel een beetje stoer. En zoals dat ene nummer al aangaf: alles tegelijk. Als een van ons even hard en snel ging, sprong iedereen mee. Als ik opnames van toen terug hoor, vind ik het nog altijd heel gaaf.Het pièce de résistance op Less Is Endless is de slotcompositie, Random Walk. In achttien minuten ga van je van film noir via klassieke piano en houtblazers naar Kraftwerk en terug naar de jazz. Hoe komt zoiets samen? Ottervanger: Het begon met een stuk dat ik drie jaar geleden schreef voor De Beren en symfonieorkest: The Isle of Life. Het werd het uitgangspunt van een collage met andere kleine stukjes muziek. Dat gebeurt niet op één dag, moet ik zeggen. In die track klinkt ook het meest de invloed van producer Dijf Sanders door, die we behalve van zijn solowerk ook kennen van Matthias De Craenes MDC III en Compro Oro. Hoe groot was zijn rol in dit album?Ottervanger: We hielden van zijn album Java, van zijn visie op elektronica, en van zijn radicale keuzes: 'We gaan het zó doen', of 'Gasten, probeer dit eens.' Hoppa. Hij hielp ons om de muziek tot de kern te brengen. En ik hou van zijn kleurtjes, zijn orkestraties. Vroeger speelden we eindeloos veel takes van een nummer, telkens anders. Nu werkten we veel gerichter. Twee livetakes, met een thema en een duidelijk kader voor de improvisaties. Meer popmuziekgewijs, zeg maar. Daartussen en daaronder speelde kwamen er kleine geluidjes en synthesizerpartijen - zowel live als met overdubs. En niet te vergeten: we werken in de studio al elf jaar samen met Frederik Segers, hij is erg belangrijk voor ons. En ik beschouw Simon ook als producer van deze plaat. Hij heeft alles opgenomen, bijgehouden, en koos wat voor hem goed werkte. Alle Beren doen dat, maar hij zeker. Je hebt verschillende bands, van De Beren tot Beraadgeslagen met drummer Lander Gyselinck en je Nederlandstalige project. Vroeger herkende je de gekte - er viel altijd wel ergens een piano van de trap - in al die projecten. Zou het kunnen dat je de stroom in je hoofd tegenwoordig in drie richtingen gekanaliseerd hebt? Ottervanger: Hm, hoe zie je dat dan? Het zweet in Beraadgeslagen, de ongein in je Nederlandstalige liedjes, en de ernst in De Beren Gieren?Ottervanger: Ja, daar kan ik me in vinden. Grappig dat De Beren Gieren nu de ernst uitmaken, met zo'n kinderlijke en - zoals jij ons elf jaar geleden al waarschuwde - scatologische naam. Je zou weleens gelijk kunnen hebben: we zijn nu een zwaardere, ernstiger groep. Even tussen ons: is er nieuw werk van Beraadgeslagen in de maak? Ottervanger: In de maak, ja. Maar het is nog ver weg. We hebben al eens in de studio gezeten, dat wel. Goed bijhouden. Dat zou weleens een aardige collage kunnen opleveren. Ottervanger:(lacht) Altijd.