'Ken je Yungblud?' vroeg Eva De Roo aan de Humo-journalist die een goed jaar geleden van haar wilde weten wat het rockjaar 2018 zou brengen. 'Jong gastje, beetje arrogant, heel veel charisma. Hij straalt iets vuils uit, met zo'n Engelse kop om op te slaan, en tegelijk ook wat afgelikt gay.'
...

'Ken je Yungblud?' vroeg Eva De Roo aan de Humo-journalist die een goed jaar geleden van haar wilde weten wat het rockjaar 2018 zou brengen. 'Jong gastje, beetje arrogant, heel veel charisma. Hij straalt iets vuils uit, met zo'n Engelse kop om op te slaan, en tegelijk ook wat afgelikt gay.' En of we Yungblud toen al kenden. Een maand ervoor had Dominic Harrison, zoals de balorige Brit aan de ouderlijke eettafel wordt aangesproken, nog zijn eerste hitje op zak gestoken met I Love You, Will You Marry Me?, een in ska gedrenkte oorwurm die ons vijf seconden deed geloven dat Alex Turner een plaat van Madness had gekocht. Loze woorden, bleek achteraf, want zoals Harrison zich vrijdag aan een stampvolle AB aanbood, deed hij ons niet zozeer denken aan Turner en zijn polaire apen, maar aan de emo- en punkrockgolf van begin deze eeuw: het beste van Jimmy Eat World, Sum 41 en Simple Plan, maar dan aangelengd met rap à la Twenty One Pilots. Rappend begon hij ook aan zijn concert, met rhymes die niet zouden misstaan in een nummer van My Chemical Romance. 'In a place where they think I'm a stranger / I'm shaving my face with a coke covered razor', klonk het, al moest je goed luisteren om Harrison te horen door het gekrijs van zijn fans heen. Jonge meisjes, die zich ruim een uur lang naar een stembandknobbel schreeuwden, maakten de dienst uit, maar we zagen ook best wat veertigers in de zaal, die de zwarte T-shirts van hún jeugdidolen nog eens hadden aangetrokken om eens te kijken waar de rockende jeugd vandaag mee bezig is. Met knallen en niet omzien, zo blijkt, want Yungblud is een rocker met de energie van een rapper, die zich zonder zichtbaar geduld van de ene climax naar de andere stuitert. Will You Marry Me?, met herwerkte bridge, zat vroeg in de set en werd gevolgd door het ziedende King Charles, bedoeld 'for fucking Donald Trump'. Anarchist kreeg een dansbare outro mee, Kill Somebody een Pixiesvibe en nieuwe single Loner - één dag oud! - een volledige AB als achtergrondkoortje.California wordt meteen na de intro onderbroken. 'You're ok?' vraagt Yungblud aan iemand uit het publiek. Waarom hij dat vraagt, is vanuit ons plekje in de zaal niet te zien, maar het typeert hem wel als een betrokken artiest. Hij schrijft over mentale gezondheid, medicatie en de pijn van het jong zijn, maar haalt met evenveel branie de Britse regering door het slijk. 'While they used to attack the student loans [...], it's time to know / That at the moment, they're neglecting the young, it's really scary being under 21', zingt hij in King Charles, een nummer dat in Brussel als een collab tussen Guns N' Roses en Lady Gaga klonk.De songs, de meningen en de energie zitten allemaal ingekapseld in Yungbluds unieke esthetiek, die met zijn mix van emo en camp roze pleisters op de wonden van de wereld plakt. In Brussel ging zijn hand om de haverklap in metalmodus, met twee vingers in de lucht, maar even graag flirtte hij met zijn gitaar op een manier die Freddie Mercury trots zou maken en draaide hij een paar keer zijn (mannelijke) gitarist binnen.De looks, de fun en de hits heeft Yungblud dus, maar het songmateriaal is tegelijk zijn grootste werkpunt. De meebrullers schudt hij los uit zijn vingers - zie ook bisnummer Die For The Hype - maar dat is een gave waar hij geen drie platen op kan blijven teren zonder een gimmick te worden. Voor nu kunnen we alleen maar zeggen: we kennen Yungblud zeker, Eva, en daar kunnen we alleen maar blij om zijn.