Het siert de organisatoren dat ze ook een podium bieden aan jong talent. Alleen bleek Cesar Quinn (**), een band rond de negentienjarige multi-instrumentalist Frederik Daelemans, er duidelijk nog niet klaar voor. Het kwartet bracht onlangs met Opal een niet onaardig langspeeldebuut uit, maar stond live nog een beetje onvast op zijn benen. Cesar Quinn - drie van de vier leden zijn conservatoriumstudenten - zette zijn eerste stapjes tijdens de jongste Rock Rally en doet lovenswaardige pogingen om zijn mix van psychedelische postpunk en duistere jazz van prikkelende klankkleuren te voorzien. Vooral de oriëntaalse cello van Daelemans, de zanger die ook gitaar en piano speelde, deed soms de oren spitsen. Maar al bij al maakte de muziek een contourloze indruk.
...

Het siert de organisatoren dat ze ook een podium bieden aan jong talent. Alleen bleek Cesar Quinn (**), een band rond de negentienjarige multi-instrumentalist Frederik Daelemans, er duidelijk nog niet klaar voor. Het kwartet bracht onlangs met Opal een niet onaardig langspeeldebuut uit, maar stond live nog een beetje onvast op zijn benen. Cesar Quinn - drie van de vier leden zijn conservatoriumstudenten - zette zijn eerste stapjes tijdens de jongste Rock Rally en doet lovenswaardige pogingen om zijn mix van psychedelische postpunk en duistere jazz van prikkelende klankkleuren te voorzien. Vooral de oriëntaalse cello van Daelemans, de zanger die ook gitaar en piano speelde, deed soms de oren spitsen. Maar al bij al maakte de muziek een contourloze indruk. Van de nummers, één voor één genoemd naar mineralen zoals Ruby, Citrine of Sphalerite, bleef weinig hangen. Dé achilleshiel van Cesar Quinn is voorlopig de stem van de frontman: toonloos neuzelend in de lage registers en met een Thom Yorke-tic in de hogere. Andermaal bleek het podium van Gent Jazz veel te groot voor een gezelschap dat zich nog niet volledig in de kleine clubs heeft bewezen en nog aan een dwingend repertoire moet timmeren. 'Veel onvervuld potentieel', noteerden we in ons boekje. En ook: 'lichtjes over het paard getild'. Welke welmenende coach neemt Cesar Quinn onder zijn vleugels? Jongelieden die klassieke pianocomposities combineren met synths en gesamplede beats: ze lijken dezer dagen wel aan de bomen te groeien. De uit Hamburg overgewaaide Niklas Paschburg (***) maakt er dan ook geen geheim van dat Nils Frahm, Ólafur Arnalds en Hauschka tot zijn inspiratiebronnen behoren. Tegelijk heeft hij een sterke band met de natuur en is hij zeer begaan met de klimaatverandering. Zijn debuutplaat Oceanic (2018) schreef hij met zicht op de Baltische zee, voor opvolger Svalbard trok hij vorig naar het Noorse eiland Spitsbergen, waar hij een barre winter in totale duisternis doorbracht. Voorts werkte hij samen met de van Lamb bekende Brit Andy Barlow, die vooral in productioneel opzicht zijn stempel op het geheel drukte. Aangezien Paschburg in Gent in zijn eentje op het podium stond, bouwde hij zijn beknopte instrumentale nummers laag voor laag op met behulp van een loop station. Zo hopte hij van het ene keyboard naar het andere, mepte hij op een elektronische drumpad en voegde hij af en toe een streepje accordeon toe. Zo bracht hij weliswaar enige dynamiek in zijn lyrische, bespiegelende stukken, maar viel hij ook telkens terug op hetzelfde stereotiepe trucje. Vaak had je het gevoel dat de synthetische percussie en de elektronische uitstapjes geforceerde toevoegingen waren en dat zijn composities al die poespas eigenlijk niet nodig hadden. Maar het publiek lustte er duidelijk pap van en spoedde zich na afloop in dichte drommen naar de merch-stand om Paschburgs platen aan te schaffen. Sohnarr (****), het alter ego van de voormalige violiste en toetsenspeelster van Balthazar, is op het podium een vijfkoppige groep, die we eerder deze maand al aan het werk zagen op Werchter Parklife. In de tent van Gent Jazz kwamen de tussen altfolk, neoklassiek en elektronica bungelende nummers uit Coral Dust gelukkig veel beter uit de verf, ook al omdat Patricia Vanneste er nu de tijd kreeg om haar volledige verhaal te vertellen. Sohnarr speelde alle stukken in dezelfde volgorde als op haar lp, zodat je als toeschouwer werd meegenomen op een reis langs de betoverende landschappen van het Hoge Noorden. De melancholische stemmingen, die door de violen, cello, piano en synth werden opgeroepen, lieten alleszins krassen na op de ziel van de toeschouwer. De nerveus tikkende ritmen in Radar schroeiden gaatjes in je onderbewuste, in The Road zorgde de prachtige sopraanstem van Beatrijs De Clerck voor koude rillingen en in Melomania stuwde de afwisselend schrapende en riffende viool van Patricia Vanneste de set naar een onontkoombare climax. Met een stem die even indringend klonk als die van Lou Rhodes van Lamb, schoeide Sohnarr meer dan eens je keel dicht. Voor ons tekende ze zonder meer voor hét hoogtepunt van de festivaldag. Na een veel te lange pauze (anderhalf uur was echt wel van het goede te veel) mocht niemand minder dan Wim Mertens (****) aan zijn vleugelpiano Gent Jazz afsluiten. De 68-jarige Limburger is een componist van wereldformaat, die meer dan zestig langspelers op zijn naam heeft staan en van Japan tot Brazilië volle zalen trekt. Zijn adagium luidt al decennialang maximizing the audience en tijdens zijn huidige Inescapable Tour, waarbij hij diverse Europese hoofdsteden aandoet, luistert het publiek nog altijd even aandachtig en devoot als vanouds. In Gent putte Mertens uitgebreid uit zijn even lange als rijke carrière. Hier en daar hoorde je nog echo's uit de repetitieve muziek waar hij ooit een lans voor brak, maar de man verstaat vooral de kunst thema's en melodieën te bedenken die zich als weerhaken in je geheugen boren. Zijn composities zijn vrij beknopt en bevattelijk: ze leunen aan bij klassiek én pop, maar eigenlijk is Wim Mertens zijn eigen stijl. De koorknapenstem van de artiest is, door haar hoge Bronski Beat-gehalte, wellicht niet aan iedereen besteed en doordat Mertens in een zelfverzonnen taal zingt, zou je hem ook een weirde singer-songwriter kunnen noemen. Zijn 'teksten' zijn wel dragers van stemmingen en gevoelens, maar niet van betekenis, al geeft dat de luisteraar de vrijheid zijn eigen verbeelding de vrije loop te laten. Mertens liet in Gent zowel de noten als de stiltes spreken en bestreek met zijn composities - nu eens bespiegelend, dan weer zwierig en frivool - het hele emotionele spectrum. Toch waren het vooral de als bissen opgespaarde klassiekers Close Cover en Struggle for Pleasure uit de vroege eighties die bij het publiek voor de grootste euforie zorgden. Een waardige afsluiter van een festivaldag die best wel een opkikkertje kon gebruiken.