Cat Power in vier kernwoorden? Grandioze stem, grillig parcours. Haar platen zijn haast altijd subliem, haar concerten niet zelden een meelijwekkend zootje ongeregeld, zij het vanwege verslavingen of depressies dan wel door panische plankenkoorts.
...

Cat Power in vier kernwoorden? Grandioze stem, grillig parcours. Haar platen zijn haast altijd subliem, haar concerten niet zelden een meelijwekkend zootje ongeregeld, zij het vanwege verslavingen of depressies dan wel door panische plankenkoorts.Geen fan die de adem dus níét inhoudt alvorens naar een optreden van Her Royal Catness te trekken. Zeker, soms is het magisch (AB 2013, iemand?), maar even vaak is het manisch (zie haar laatste, helemaal solo opgezette set in Het Depot vorig jaar). Iets daar tussenin bestaat niet in de wereld van Chan Marshall, nu al drieëntwintig jaar de vrouw achter het gemiauw. Maar dit keer kochten we met ons AB-ticket gelukkig géén kat in een zak. Ja, het ontbrak Cat Power hier en daar wat aan spankracht (op het elektronische splinterbommetje Manhattan na hield de driekoppige backingband de hele set lang nagenoeg hetzelfde trage tempo aan). En ja, af en toe kraamde Marshall uit het niks wartaal uit ('Geen idee waar die hoge frequentie plots vandaan komt, misschien is het de rubberen vloer', en: 'Wat was deze zaal voor het een concerttent was? Een bank? Een kerkhof? Een theehuis? A human killing assault machine?). Maar alles bij elkaar stonden de sterren goed, vrijdagavond in de AB.Dat had alles te maken met de songs uit Wanderer, de eerder deze maand geloste tiende plaat van Cat Power, waarop Chan Marshall na de slechts half geslaagde robotica-uitspatting genaamd Sun (2012) terugkeert naar de zwoele southern soul van The Greatest (2006). Wanderer vormde ook het geraamte van de set, en dat bleek een meesterzet. Ingeleid door een allerminst stroperige medley van covers - Nick Cave! James Carr! Sinéad O'Connor! - zette la Marshall al vroeg Horizon in, misschien wel het meest beklijvende stukje piano concerto van de avond. Over het naar jazz en zelfs flamenco overhellende In Your Face drapeerde ze een compleet andere tekst, maar deren deed het niemand. Robbin Hood, een ballad over onrecht op straat, en Me Voy, een scheutje Spaanse folklore, kwamen live dan weer veel beter tot hun recht dan op plaat. En Woman was ook zonder de zoetgevooisde backings van hartsvriendin Lana Del Rey maar mét auto-tune à la Kanye een oerkrachtig feministisch pamflet dat nooit prekerig werd. Kregen we behalve die staalkaart uit Wanderer nog geserveerd: songs uit het alternatieve archief van Cat Power (het twintig jaar oude Moon Pix werd gehuldigd met een verstild He Turns Down en een groovy Metal Heart, en ook Song to Bobby en The Moon bleven niet onaangeroerd), en covers. Veel covers. Verrassende covers zelfs. Oké, die van Lana Del Rey - zij weer - en Dirty Three hadden we nog wel zien aankomen, met Del Rey trok Cat Power vorig jaar immers op tour, en met gitarist Mick Turner en drummer Jim White van Dirty Three heeft ze in haar begindagen exhaustief samengewerkt. Maar had u verwacht dat Chan Marshall zich zou wagen aan songs van INXS en Dead Man's Bones, de band van - jaha! - it-acteur Ryan Gossling? Marshall deed er haar eigen, soulvolle ding mee en kwam er nog mee wég ook. Met dank aan die onstuitbare stem, zeemzoet als het mag, rauw als het moet. Cat Power in de AB in vier kernwoorden? Grandioze stem, groots concert. De adem inhouden bleek nergens voor nodig.