HET CONCERT: De Beren Gieren en Steiger in AB, Brussel op 25/9.
...

De twee bands die samen in Brussel mochten aantreden hebben elk hun eigen persoonlijkheid, maar vertonen ook wel wat raakpunten: het zijn allebei trio's uit Gent die zich bedienen van toetsen, bas en drums, allebei hebben ze onderdak gevonden bij het toonaangevende sdban-label, allebei hebben ze een nieuwe langspeler uit en gebruiken ze jazz als vertrekpunt voor exploraties van diverse onontgonnen muzikale akkers. De Beren Gieren en Steiger schrijven avontuur en onvoorspelbaarheid hoog in het vaandel, combineren akoestische instrumenten regelmatig met een vleug elektronica en tonen op het podium zowel hun cerebrale als speelse kant. De derde lp van Steiger, The New Lady Llama, kwam al uit in mei, maar door de pandemie kon de groep haar nieuwe materiaal nog niet eerder live spelen. Het concert in de AB voelde dus aan als een bevrijding en met Mazurka de la Muerte gaven de heren meteen een fijn voorsmaakje van al het moois dat nog zou volgen. Gilles Vandecaveye-Pinoy toverde, afwisselend op piano en ijl klinkende synths, minimalistische maar fijne motiefjes te voorschijn, die op soundtracks van Franse nouvelle vague-films zeker niet hadden misstaan. Drummer Simon Raman kwam aanhoudend vindingrijk en subtiel uit de hoek, terwijl contrabassist Kobe Boon plichtsbewust de groove bewaakte. Steiger speelde graag met contrasterende sferen. Nu eens klonk de groep nerveus, de andere keer kwamen haar humor en haar voorliefde voor geraffineerde melodieën naar boven. Met Malinka putte het drietal even uit zijn vorig jaar verschenen ep Brick Smoke Basement, maar ook hier begaf het zich rücksichtlos naar het grensgebied waar pop, jazz en elektronica met elkaar versmelten. Slotnummer Absolution of A French Fry, een ode aan het surrealisme, knipoogde zelfs naar het repetitieve werk van componisten als Steve Reich en Philip Glass. Steiger wist in Brussel meer dan eens te verrassen. Tegelijk vertoonde zijn muziek echter een natuurlijke flow waar je als luisteraar met plezier je rubberbootje op liet ronddobberen. De Beren Gieren al ruim twaalf jaar en zijn dus een generatie ouder dan hun stadsgenoten van Steiger, maar ook zij blijven zich nog gestadig ontwikkelen en slagen er moeiteloos in met weinig middelen een heel universum op te roepen. In de AB, waar ze hun pas verschenen vijfde lp Less is Endless boven de doopvont hielden, klonken ze tegelijk energiek en dynamisch. De muziek van de Beren had nog nooit zo uitgepuurd geklonken: de bandleden gaan dezer dagen meer dan ooit op zoek naar de essentie en zijn geneigd alle overtollige elementen uit hun muziek te schrappen. Méér met minder, luidt hun devies, en daarbij maken ze op een slimme manier gebruik van de macht der suggestie. Zoals de titel van de nieuwe plaat al aangeeft, goochelen de heren graag met paradoxen. Door in te zoemen op iets schijnbaar onbeduidends, slagen ze erin een rijk geschakeerde, nieuwe wereld bloot te leggen. Hun nieuwe nummers klinken dus gevarieerder, experimenteler en levendiger dan vroeger. Het maakt van Less is Endless alvast een frivoler werkstuk dan voorganger Dug Out Skyscrapers. De Beren Gieren houden niet van gratuite moeilijkdoenerij: de nummers balanceren tussen ingehouden en uitbundig en zijn het resultaat van stilistische kruisbestuivingen. Jazz is voor de Beren geen genre, maar een 'state of mind' of een pad naar de vrijheid.Je hoort in hun werk dus zowel echo's uit rock als uit hedendaags klassiek. Zoals gewoonlijk waren de composities die in de AB op de setlist prijkten van de hand van toetsenspeler Fulco Ottervanger, die tot de veelzijdigste en muzikanten en olijkste speelvogels van dit tijdsgewricht behoort. Hij speelt Krautrock met Stadt, ongrijpbare elektronica met BeraadGeslagen en prikkelende Nederlandstalige pop als Fulco. Toch zijn de twee overige leden van De Beren Gieren voor de uitwerking van zijn hersenspinsels onontbeerlijk. Drummer Simon Segers is voorts actief bij Black Flower, MDC III, Stadt en Little Dots en bassist Lieven Van Pée draagt zijn steentje bij tot de muziek van John Ghost en Moker. Op de rijkdom van hun muzikale vocabulaire valt alvast weinig af te dingen. Van Pée eiste met zijn repetitieve patronen in A Funny Disovery en zijn aangestreken contrabas in het door een reis naar Japan geïnspireerde Guggenheim House regelmatig de aandacht op. Ook opvallend: het zichtbare speelplezier bij De Beren Gieren. Naar zijn mimiek te oordelen voelt Simon Segers, die de hartslag van de nummers bepaalt, zich dolgelukkig, telkens wanneer hij achter zijn drums plaats mag nemen. Ottervanger lokt dan weer adjectieven uit als zwierig, ontregelend en romantisch. Animalcules was wuft en swingend; het uit de vorige plaat gelichte Voorlopige dagen klonk, door het spel met reverb en elektronica, een beetje dubby, maar neigde soms ook naar abstractie. Tuin riep dan weer rustgevende beelden op van groene stadsparken. De Beren Gieren hielden de toeschouwers op het puntje van hun stoel, maar mochten, door de avondklonk in de AB, geen bisnummer meer spelen. Dus hield het trio het bij een korte, overrompelende improvisatie. Gelukkig had iedereen de boodschap van de avond inmiddels begrepen: Less is Endless.