De tweede dag van Gent Jazz viel op een zondag, en dan mag het allemaal iets gemoedelijker. Hoewel: met de jongens van Steiger rolden de eerste 'echte' jazznoten over de Gentse Bijloke, om half twee 's middags. Voor een kleine honderd toeschouwers, die de lommerte van de tent boven een terras met brunch verkozen, toonden Gilles Vandecaveye-Pinot (piano), Kobe Boon (bas) en Simon Raman (drums) waarom ze vorig met de prijs van Jong Jazztalent Gent gingen lopen.
...

De tweede dag van Gent Jazz viel op een zondag, en dan mag het allemaal iets gemoedelijker. Hoewel: met de jongens van Steiger rolden de eerste 'echte' jazznoten over de Gentse Bijloke, om half twee 's middags. Voor een kleine honderd toeschouwers, die de lommerte van de tent boven een terras met brunch verkozen, toonden Gilles Vandecaveye-Pinot (piano), Kobe Boon (bas) en Simon Raman (drums) waarom ze vorig met de prijs van Jong Jazztalent Gent gingen lopen. Zoals wel vaker bij jong jazztalent voel je sterk de invloeden vanuit andere, muzikale hemisferen in de muziek van Steiger. De drone-achtige repetitiviteit wijst op affiniteit met elektronische muziek, de potige ritmes zijn verwant aan rock, sommige melodieën lijken uit het pantheon van de pop geplukt. Met de piano van Vandecaveye-Pinot vaak als drijvende kracht scheppen de heren jazz die soms dissonant, vaak dwingend van aard is, maar evengoed hypnotisch. Dat het podium soms te groot leek voor het drietal was voornamelijk aan de vele, nog lege zitjes te wijten. Maar dit voorproefje doet ons in elk geval uitkijken naar de nieuwe plaat die aanstonds moet verschijnen via Sdban Records, de Gentse stal waar ook ze in het goede gezelschap van Stuff. en Black Flower vertoeven. Met Joep Beving en Wim Mertens verenigt Gent Jazz een jonge en een oude held van de minimale muziek op de affiche. Beving is wat men ooit een 'internetsensatie' is gaan noemen. Quasi vanuit het niets werd de pianospelende Nederlander immens populair op Spotify. Dankzij playlists als Peaceful Piano vergaarde hij met zijn twee albums, Solipsism (2015) en Prehension (2017), meer dan 105 miljoen plays, maandelijks wordt hij via de streamingdienst door meer dan een miljoen mensen beluisterd. 'Dag, ik ben Joep', klinkt het, nadat Beving een eerste keer de toetsen van zijn buffetpiano heeft beroerd. 'Het is best tof om hier te mogen staan. Ik ga piano spelen'. Zijn muziek, zo legt hij uit, kwam er ooit omdat hij op zoek was naar 'rust in mijn hoofd'. Beving is een erfgenaam van Eric Satie, en componeert vaak korte, lieflijke pianostukken. Daarom verzoekt hij het publiek of ze zo aardig willen zijn om niet tijdens elke tussenpauze te applaudisseren, enkel wanneer hij zich naar hen toedraait. En met die curieuze opdracht legt Joep het pijnpunt van minimale, 'vredige' pianomuziek in een livesetting bloot. Want met een glas rode wijn erbij en een snorrende poes onder de fleece mogen Bevings miniatuurtjes dan wel heel erg zen klinken, op Spotify hoor je geen krakende plankenvloer, geen rinkelende glazen, geen dicht klappende frigo's. In een bewoonde buitenwereld verstuiven de eenvoudige, minimale deuntjes al snel tot muzak. De sfeer werd er één van een familiaal theekransje waar die gezellige, aangetrouwde neef uit Holland z'n pianokunstjes mag opvoeren. 'En hij kan er zo leuk bij vertellen, Rita'. En zo werd de grens tussen gemoedelijk en gezapig wel heel erg dun tijdens Joep Bevings openluchtmatinee. Op het eind kreeg hij echter toch een hard en lang applaus. Was iedereen meteen opnieuw wakker.De Vlaming Wim Mertens groeide in drie decennia uit tot een internationaal icoon van de minimalistische muziek. Meer dan 60 albums heeft de man op zijn conto, en vooral zijn soundtracks en theatermuziek vinden massaal veel bijval. Mertens, aan een Steinway-piano, liet zich op Gent Jazz bijstaan door cello en klarinet. Een kraaknette sound, een sober lichtplan en stemmige muziek die zweeft tussen licht klassiek, easy listening en frivole barok. 'Het geeft me het gevoel van terug op de academie te zitten', fluisterde een bevriend muzikant ons tijdens het concert in het oor, en we snappen waarom. De noten worden netjes van partituren gelezen, en naar de keel grijpen of tegen de haren instrijken doen ze niet. Het is muziek op maat van designervilla's waar moeder de vrouw in de open keuken een salade nicoise prepareert. Muziek waarmee bourgeoisie zich een kunstzinnig elan tracht aan te meten. Kan zo naast die glimmende fotobundel over Marokkaanse interieurs op de koffietafel. Dat Mertens alle handen in de tent op elkaar kreeg, zegt wat. Kies vooral zelf wat. Afsluiten deed ie met Struggle For Pleasure, de compositie waarmee hij in 1987 doorbrak, via de soundtrack van Peter Greenaways Belly Of An Architect (1987). U herkent het eveneens als het wacht- en reclamedeuntje van Proximus. Een wachtdeun, inderdaad. Case closed.'Kent gij ze, Melanie De Biasio?''Ik heb ze al gehoord, maar weet niet hoe ze eruitziet. En gij?''Ik ken ze, maar ik ken geen liedjes van haar'.'Ja, dees ken ik ook niet'.Een dialoogje dat we optekenden tijdens de eerste minuten van Melanie De Biasio, afsluiter van de dag. Aan vrijkaarten, sponsordeals en relatiegeschenken alweer geen tekort, dit jaar op Gent Jazz. De Luikse had net haar entree gemaakt met een dwarsfluit aan de lippen, een pianist, toetsenist/gitarist en een drummer aan haar zijde. Verdraagt de melancholische, atmosferische muziek van De Biasio wel het zonlicht, vroegen wij ons af. Muziek die geduld vergt, en een zekere bereidheid tot overgave; muziek waarin de stilte een hoofdrolspeler is. Na de opwarming ('to feel the music, to feel each other, to feel you') volgt Brother, uit haar recentste, eind vorig jaar verschenen plaat, Lilies. Antieke folk verbroedert met beklemmende ambient. De single Gold Junkies werd ritueel ontdaan van zijn nerveuze kadans, wat overblijft is een blues zonder zwarte tranen, maar met krasjes op de ziel. Het is gospel, gericht tot een heidense god. Het is muziek die beweegt in de vrije zone van de jazz, maar zonder de dictatuur van de toonladders. Zelfs haar versie van Afro Blue, origineel van Mongo Santamaria maar vooral bekend in de versie van John Coltrane, is een hybride zoals Nina Simone er ooit patent op had. De Biasio zingt het nonchalant, nauwelijks gearticuleerd, haar stem evenveel instrument als de houtblazer in haar handen. En ja, zelfs de overvloedige zon kon een gevoel van somberte niet overschaduwen. Her en der werd naar het puntje van de stoel geschuifeld, elders werd de adem ingehouden, hoorde je spelden vallen. De Luikse - zo uit een beatnikfilm gestapt, of een Jean Luc Godard-prent van begin jaren '60 - is een rasperformer die de toeschouwer verleidt met een seance, een ritualistisch plechtigheid die tijd en ruimte overstijgt - en met Freedom Is The End Of Me schreef ze bovendien een song zoals Alex Callier die in zijn natste dromen zou willen bedenken. Twee staande ovaties oogstte Melanie De Biasio, zichtbaar ontroerd door die uitgestrekte mantel der liefde. De tent bleef recht, maar eigenlijk stond ze er even niet. Anderhalf uur lang vertoefden we met zijn allen in Melanieland, een land zonder grenzen, en waar niks is wat het lijkt - tears are rivers across this valley of gold, zoals ze zingt in het toemaatje, No Deal. Vanavond bewees De Biasio nog maar eens met verve waarom ze internationale klasse is. Chapeau.