Plaats van het gebeuren was The Wave House, de West-Australische studio op zo'n vier uur rijden van Perth, waar Innerspeaker in 2009 werd ingeblikt. Dankzij het succes van zijn jongste twee langspelers, die hem recht naar de internationale mainstream katapulteerden, werd spilfiguur Parker dermate vermogend dat hij de plek tegenwoordig de zijne kan noemen. Voor het wereldwijd gestreamde Innerspeaker Anniversary Concert hoefde hij dus niet eens meer het huis uit.
...

Plaats van het gebeuren was The Wave House, de West-Australische studio op zo'n vier uur rijden van Perth, waar Innerspeaker in 2009 werd ingeblikt. Dankzij het succes van zijn jongste twee langspelers, die hem recht naar de internationale mainstream katapulteerden, werd spilfiguur Parker dermate vermogend dat hij de plek tegenwoordig de zijne kan noemen. Voor het wereldwijd gestreamde Innerspeaker Anniversary Concert hoefde hij dus niet eens meer het huis uit. De vraag die menigeen zich stelde, was natuurlijk hoe de neopsychedelische retrorock uit die eerste plaat vandaag zou klinken. Sinds Currents uit 2015 heeft de sound van Tame Impala immers een ingrijpende evolutie doorgemaakt. De nadruk ligt nu veeleer op synthesizers dan op gitaren, de songs lonken meer dan ooit naar de dansvloer en Kevin Parker heeft intussen samengewerkt met populaire artiesten als Mark Ronson en Lady Gaga. En dat terwijl Tame Impala een decennium geleden nog vooral heimwee leek te hebben naar de geestverruimende muziek uit de sixties, zoals ons die toen werd voorgeschoteld door Syd Barrett en de jonge Pink Floyd of door The Beatles ten tijde van Sgt. Pepper's. Innerspeaker, waarvan enkele maanden geleden een vier lp's tellende jubileumversie verscheen, aangevuld met demo's en repetitieopnamen, bevatte voornamelijk lang uitgesponnen, trance-verwekkende nummers met een hoog jamgehalte. Kevin Parker had in de beginjaren van Tame Impala duidelijk een boon voor de heavy rock van Cream en The Jimi Hendrix Experience. Bovendien beschikte hij over een ruim arsenaal van effectpedaaltjes en andere vervormingsapparatuur, zodat hij zijn songs liet overwoekeren door fuzz, reverb en feedback. Ondergetekende maakte het gezelschap verscheidene keren live mee, kort na de oorspronkelijke release van Innerspeaker (in de clubtent op Pukkelpop en in de kelders van de Botanique). Daarbij viel vooral op hoezeer het zich op het podium verloor in oeverloos gefreak. Zou het aangekondigde live-in-de-studio-optreden van de Australiërs een oefening in nostalgie worden? Of zouden Parker en zijn medeplichtigen hun oude nummers voor de gelegenheid drastisch herinterpreteren en aanpassen aan het moderne popgeluid van platen als Currents of het vorig jaar verschenen The Slow Rush? Op zijn langspelers doet studiogenie Kevin Parker zo goed als alles zelf, maar in The Wave House omringde hij zich met oude vrienden, zoals bassist Dominic Simper en twee leden van Pond: drummer Jay Watson en gitarist Nick Allbrook. Door de grote ramen van de opnameruimte zag je geleidelijk de zon ondergaan boven de Indische oceaan, terwijl de muzikanten zich vakkundig vastbeten in het materiaal van Innerspeaker. De gitaren liepen nog steeds nadrukkelijk door het klankbeeld, maar er werd veel gedisciplineerder gemusiceerd dan destijds op het podium. De bandleden verloren de contouren van de songs nooit uit het oog en af en toe werden bescheiden synth-accentjes toegevoegd. Tijdens zijn set, die precies 61 minuten duurde, speelde Tame Impala de nummers helemaal in dezelfde volgorde als op zijn debuut. Echte verrassingen vielen er dus niet te noteren. Als toeschouwer mocht je in The Wave House even een vlieg op de muur zijn en dat was zeker niet onaangenaam, maar je miste toch de energie en de opwinding van een echt concert. Ook al omdat de muzikanten niet eens leken te beseffen dat er iemand toekeek. Het computerscherm stond nu eenmaal de interactie in de weg die een livegebeuren vaak tot een onvergetelijke ervaring maakt. Daardoor werd de show-die-er-geen-was na een poosje een vrij saaie bedoening. Maar als je je ogen sloot, hoorde je gelukkig wél melodieuze, meerstemmig gezongen psychpopnummers zoals It Isn't Meant To Be, het door John Lennon bestoven Desire Be, Desire Go, het door een speels synthmotiefje ingeleide Alter Ego en het op de groove van de Spencer Davis-classic Gimme Some Lovin' dansende Lucidy. Occasioneel lichtte in de zangpartijen van Kevin Parker een opvallende oneliner op, zoals 'I know where you went, but I don't know how you got there' of 'Am I wasting my time living in my head?' Het bescheiden radiohitje Solitude is Bliss herinnerde aan de Madchester-sound van The Stone Roses en elders kwamen vage echo's uit shoegaze en dreampop voorbijdrijven. Parker toonde zich een even beslagen als veelzijdige gitarist en hield regelmatig de blik op de achteruitkijkspiegel gericht. Dat was bijvoorbeeld het geval in het instrumentale Jeremy's Storm, dat herinnerde aan de spacerockexploraties van Hawkwind, en het stuwende, in een vat acidrock ondergedompelde The Bold Arrow of Time. 'I know some things have to change', zong de frontman naar het einde toe in Runway, Houses, City, Clouds. Het was een vaststelling die Tame Impala, zo weten we nu, kort na zijn debuut ook echt ter harte zou nemen. Het huidige succes van de groep geeft vooral aan dat het lonender is vooruit te kijken in plaats van achterom. Hopelijk duurt het dus niet al te lang meer voor we de Aussies weer op een écht podium aan het werk kunnen zien. Want er gaat niets boven the real thing.