Australië, Nieuw-Zeeland, Japan, Zuid-Korea en het Verenigd Koninkrijk. Met groepsleden van over de hele wereld is Superorganism letterlijk én figuurlijk een groep met internationale allure. De kosmische pop van het achtkoppige collectief klinkt alsof er tachtig mensen mee aan de knopjes hebben gedraaid.
...

Australië, Nieuw-Zeeland, Japan, Zuid-Korea en het Verenigd Koninkrijk. Met groepsleden van over de hele wereld is Superorganism letterlijk én figuurlijk een groep met internationale allure. De kosmische pop van het achtkoppige collectief klinkt alsof er tachtig mensen mee aan de knopjes hebben gedraaid. Dat vond u al straf? Dan weet u nog niet tegen wat voor een snelheid Superorganism is geraakt waar de band nu staat. Om te beginnen kwam debuutsingle Something For Your M.I.N.D. begin 2017 vanuit het niets aan de oppervlakte. Errond was er enkel mysterie, geen gezicht of identiteit, enkel steengoede, collage-achtige pop die uitblinkt in het betere samplewerk à la Gorillaz en The Avalanches. Frank Ocean en Vampire Weekendfrontman Ezra Koenig pikten het geheimzinnige fenomeen gretig op, met een buzz van heb-ik-jou-daar tot gevolg. Live windt Superorganism er heel wat minder doekjes om. Elke zaal waar de band het podium opstapt, wordt zonder pardon naar de jaren negentig gethrowbackt: felgekleurde regenjassen als dresscode, geschilderde synthesizers en visuals die niet -we herhalen: niet- geschikt zijn voor mensen die een epileptische aanval willen vermijden.De band loste tot nu toe slechts een handvol kleurrijke, frivole singles, maar ook live kwam de complexe sound van Superorganism goed uit de verf. Met hoekige ritmes, pompeuze baslijnen, meerstemmige zang en een arsenaal aan samples trok de zevenkoppige liveband een geluidsmuur op die verrassend coherent klonk. Everybody Wants To Be Famous liet de intensiteit van de studioversie ver achter zich, Nobody Cares werd op de -ietwat geforceerde- dansvloer al stampvoetend onthaald en It's All Good was bombastische bleekscheten-funk. Nu en dan knotsgek, maar vooral sterke songs. Een aanstekelijk feelgoodsfeertje, en daar zijn Mark David Turner (bas en synthesizers) en Timothy Shann (drums) grotendeels verantwoordelijk voor. Hun strakke grooves vormen de De hoeksteen van Superorganisms geluid en geven de rest van de band ruimte om zijn ding te doen. Het beste voorbeeld daarvan is het gekke trio backing vocals, die immer lachten en chaotische danspasjes voor de dag haalden, maar waarvan de microfoons niet altijd leken aan te staan.En toch: het wérkt wel. We're a sexy band!', zei frontvrouw Orono Noguchi meermaals. En helemaal ongelijk had ze niet. Sexy en tof, maar toch vooral tof.Op het podium toont Noguchi meerdere gezichten. Ze heeft het uiterlijk van een 14-jarige, is op papier nét volwassen en haar stemgeluid en presence schieten alle kanten uit. De som leverde een perfecte performance op tijdens hitsingle Something For Your M.I.N.D., maar oogde een tikkeltje geforceerd bij het nieuwere werk, dat overeind bleef, maar enigszins inwisselbaar klonk. Noguchi wist wél zieltjes te winnen met nu en dan een grapje en wat moves erbij. Toch stond het publiek in de uitverkochte Rotonde er eerder statisch bij. Lag het aan de vreemde combinatie van individuen, de gekke outfits of de temperatuur? Misschien was het gewoon tof. De grens tussen gimmick en kunstzinnige pop is vaak dun, al neigt Superorganism meer naar de serieuze kant van de zaak. Een concert met een visie, een lach en zeer weinig complexen. Dat willen we wel vaker zien.