DA GIG: STUFF. in ABBox, Brussel op 27/4.
...

Het titelloze debuut van het Gents-Antwerpse gezelschap kreeg overal lovende kritieken, werd getipt door top-dj en labelbaas Gilles Peterson, kreeg airplay bij de BBC en verkocht tot dusver ruim 12.000 exemplaren. De heren van STUFF. zijn muzikale veelvraten met een eclectische smaak. Hun instrumentale nummers ontstaan uit improvisatie en dat leidt doorgaans tot een waanzinnige mix van avant-jazz, hiphop, future funk, mathrock en elektronica. Het materiaal uit hun eerste cd werd in de voorbije jaren op zo'n honderdvijftig podia binnenste buiten gekeerd en dus was het kwintet stilaan aan een nieuwe uitdaging toe.Op 'Old Dreams, New Planets' ontwikkelt het geluid van STUFF. zich van zwart-wit tot polychroom, een evolutie die ook door de hoezen van beide platen wordt geïllustreerd. De extremen in de muziek zijn dit keer nog scherper gesteld, waardoor de nummers nu eens toegankelijker, dan weer grilliger dan ooit voor de dag komen. Enkele tracks zijn adaptaties van materiaal uit 'Hybrid Love', een concertvoorstelling die de groep vorig jaar maakte voor deSingel. Maar eigenlijk is het werk van STUFF. veranderlijk als het weer en permanent 'in progress'. De heren beschouwen hun platen als 'snapshots' of momentopnamen, wat verklaart waarom hun composities in een live-setting vaak onvermoede richtingen inslaan.STUFF., net terug van een tournee door Groot-Brittannië, speelde in Brussel alles uit de nieuwe langspeler, aangevuld met enkele ons onbekende stukken, en deed dat in het halfduister, onder een afwisselend blauwe of groene gloed die fotografen ongetwijfeld aan het mopperen zal hebben gekregen. De set begon vrij rustig en abstract met 'Delta', maar met 'Colibri' werd al meteen de spacefunkkaart getrokken. DJ-scratcher Mixmonster Menno smokkelde verknipte stemmen binnen en het debiet van het nummer veranderde met de minuut. Chirurgische precisieVaak leek het op het podium alsof de muzikanten elk een andere taal spraken. Dat leidde soms tot hortende conversaties met een geheel eigen logica, waarbij sommige leden al eens over hun eigen tong leken te struikelen. STUFF. leek als een lichaam waarvan alle ledematen door een ander stel hersens werden aangestuurd. Tegelijk getuigden de nummers van een zekere speelsheid. Wie speelt, voelt zich vrij en kent geen grenzen. Die 'anything goes'-attitude liet de groepsleden toe vrolijk alle kanten uit te buitelen, maar ondanks het schurende karakter van de muziek klonk het samenspel verbazend strak en eensgezind. De haast chirurgische precisie waarmee springerige en meeslepende nummers als 'Strata' (zie de afwisselend repetitieve en melodieuze synthbijdragen van Joris Caluwaerts) of 'Slug' (knetterende elektronica, dik aangezette bas) in elkaar waren gezet, was gewoonweg verbluffend. De muziek had iets van een driedimensionale puzzel en toch slaagden de groepsleden er wonderwel in de meest vreemdsoortige stukjes in elkaar te passen.Stuff is een Engels passe-partoutwoord dat zoiets betekent als 'spullen' of 'rommeltje'. Die bandnaam is dus niet toevallig verkozen, want in de AB werd gegoocheld met loops, samples en grooves waar regelmatig dwarse lijnen door werden getrokken. Ritme was de motor van het kwintet. Maar zelfs wanneer de nummers een zekere dansbaarheid leken te suggereren, veranderen de hyperkinetische tempo's van drummer Lander Gyselinck en bassist Dries Laheye zo snel dat de toeschouwers voortdurend op het verkeerde been werden gezet. Hadden we voor STUFF. een reclamespot moeten bedenken, dan luidde de slogan zondee twijfel "altijd verrassend, altijd ontregelend".Digitale toeterDe vijf muzikanten waren aan elkaar gewaagd en brachten elk hun deel van de laagjes aan die samen een veelkleurig geheel vormden, al was zeker niet altijd duidelijk wie welk geluid produceerde of waar een compositie eindigde en een andere begon. Natuurlijk hoorde je af en te vertrouwde echo's opkringelen: de jazzrockfusion van Weather Report, Herbie Hancock anno 'Rockit' of Marc Moulin's Placebo, de mathrockexperimenten van Battles, de elektronica van Amon Tobin of Flying Lotus. Muziek met het hoofd in de wolken en de voeten in de groove, kortom. Voor het cerebrale én melodieuze aspect zorgde doorgaans Andrew Claes met zijn EWI ('electronic wind instrument'). Dat was een digitale toeter die het midden hield tussen een sopraansax of klarinet en een synth, maar eigenlijk de raarste klanken voortbracht. Slechts twee keer gebruikte Claes een échte sax, en we blijven het jammer vinden dat hij dat niet vaker doet.Met 'Cowboys' gaf STUFF. aan hoe een soundtrack van Ennio Morricone had kunnen klinken, mocht de an voor science-fictionfilms hebben geschreven, en ook tijdens het sfeerrijke 'Fulina' en het dromerige 'Vault' waanden we ons even in de bioscoop. Afsluiter 'Galapagos' was dan weer op een housebeat geplant, zodat stilstaan voor de aanwezigen in geen geval een optie was. Tijdens de bissen greep de groep nog even terug op ouder werk, zoals 'Sifa', maar de buit was op dat moment al lang binnen.Dat het vijftal met muziek die in geen enkel hokje past en slechts op een bochtige, moeilijk bevaarbare zijarm van de mainstream dobbert, desondanks een groot publiek weet aan te spreken, is een hele prestatie. Na zijn triomf in de AB twijfelt dus geen mens er nog aan: de toekomst van STUFF. is er één met een gouden randje.STUFF. speelt vanavond nog in Gent (Handelsbeurs), op 29/4 in Luik (Reflektor) en op 12/5 in Antwerpen (deSingel).