DA GIG: The Sisters of Mercy en Therapy? in AB, Brussel op 4/9.
...

Laten we er maar geen doekjes om winden: het voorgerecht smaakte beter dan de hoofdschotel. De Noord-Ierse postpunk-/alt-metalformatie Therapy? (***) timmert al ruim een kwarteeuw aan de weg en dankt haar reputatie aan langspelers als Troublegum en Infernal Love, waarmee ze, in volle grungeperiode, een breed publiek aan zich wist te binden. De groep van zanger-gitarist Andy Cairns verstond de kunst messcherpe riffs en een ritmesectie als een stormram te combineren met catchy melodieën. Het resultaat: gebalde powerpopsongs die zelfs de grootste scepticus moeiteloos op de knieën kregen.De jongste jaren werd de muziek van het trio weer donkerder en agressiever, zodat radiomakers verschrikt afhaakten en alleen de die hards nog in haar therapeutische waarde bleven geloven. Maar qua bevlogenheid zit bij Therapy? nog altijd alles snor. Vorige maand bewees het gezelschap met de akoestische dubbelaar Communion: Live at the Union Chapel dat het niet uitsluitend op rinkelende decibels is aangewezen. In de AB werd de volumeknop echter weer helemaal opengedraaid en liet het publiek zich trakteren op een uurtje crowdpleasers dat er vooral op gericht leek de fans van The Sisters of Mercy te overtuigen. Dat lukte: Cairns en de zijnen hadden slechts twee nummers nodig (Knives en Sister) om de zaal op zak te steken.Prikkeldraad'Men vraagt ons wel eens waarom we geen opgewekte songs schrijven. Welnu, happy songs are shit!', meldde de zanger ter introductie van Stories. Toen drummer Neil Cooper jarig bleek te zijn, werd er dus geen Happy birthday gezongen, maar scandeerde het publiek op vraag van Cairns 'Neil! Neil! Drumworker! Motherfucker!' Het was eens wat anders.Met Still Hurts stond er slechts één recent nummer op het menu. Wél raasden de Ieren als bezetenen door een reeks klassiekers als Teethgrinder, Screamager, Nowhere, het aan Kurt Cobain opgedragen Die Laughing en het door de frontman grijnzend als een oude Ierse folksong aangekondigde Potato Junkie (iedereen in koor: 'James Joyce is fucking my sister'). Het bij Joy Division betrokken Isolation was als vanouds in roestige prikkeldraad gewikkeld. Het enige moment waarop Therapy? een steek liet vallen was in de huiveringwekkende Hüsker Dü-cover Diane, omdat het drietal hier een gesamplede cello gebruikte in plaats van met de song live iets creatiefs te doen. Minder geestdriftig werden we van The Sisters of Mercy (**), een gezelschap uit Leeds dat zijn naam ontleende aan een song van Leonard Cohen en halverwege de eighties de fundamenten uitgroef van de gothic rock. De donkere maar dansbare industriële postpunk van de groep werd destijds een beetje onderschat, zodat de heren het, na een handvol singles en drie lp's, voor bekeken hielden. Uiteindelijk bleven enkel spilfiguur Andrew Eldritch en de drummachine Doktor Avalanche over. Sindsdien omringt de zanger zich met huurlingen met wie hij jaarlijks een repertoire opwarmt dat voornamelijk dateert van vóór 1993, het jaar waarin de Sisters hun laatste plaat uitbrachten. De band bestaat vandaag dus enkel als live-fenomeen en moet het nog steeds van een handvol classics hebben. Zelfs de 'nieuwe' nummers uit de set -Crash and Burn, Summer, Arms- zijn inmiddels al vijftien jaar oud en uitsluitend bekend van piraatopnamen.MuseumWie vandaag naar The Sisters of Mercy gaat kijken, komt in een soort van teletijdmachine terecht, al doet dat blijkbaar geen afbreuk aan de devotie van de toeschouwers. Die bestonden enerzijds uit gewezen zwartjassen die in de AB op zoek waren naar hun verloren jeugd, anderzijds uit jongeren die nog niet geboren waren toen de Sisters hun hoogtepunt beleefden, en een kaartje hadden gekocht omdat ze wilden weten waar al die fuss nu precies over ging. Een concert als een museumbezoek dus, met dat verschil dat de songs vaker dan vroeger worden overwoekerd door synths en elektronica. Een geweldige zanger is Andrew Eldritch nooit geweest en in Brussel klonk zijn toonloze gedrein zelfs irritanter dan ooit. 's Mans grafstem verzoop volledig in een geluidsbrij waarin alles plat werd gestreken en van enig reliëf geen sprake was. De drumcomputer begon onderhand wel zeer gedateerd te klinken, en hoe luid het publiek ook meezong met de matige, soms amper herkenbare uitvoeringen van Body Electric, No Time To Cry, Body and Soul, Walk Away, Dominion of First and Last and Always, zelf knarsten we van ergernis het glazuur van onze tanden. Opvallend trouwens dat er na afloop niet om méér werd geschreeuwd. Wellicht gingen de aanwezigen ervan uit dat The Sisters of Mercy vanzelf wel zouden terugkeren. En dat deden ze, want de bissen prijkten nu eenmaal op setlist. Toen Temple of Love, Lucretia My Reflection en This Corrosion op automatische piloot voorbij vlogen, deed de macht der herkenning het publiek weer opleven. Maar zelf vroegen we ons vooral af waarom het niet wat vitaler en geïnspireerder kon.Tot overmaat van ramp vergrepen de Sisters zich ook enkele keren aan andermans werk. Hun versie van That's When I Reach For My Revolver van Mission of Burma was een regelrechte aanfluiting en tijdens het van Jimmy Webb geleende Wichita Lineman hoopte je stiekem op een wet die dergelijke vergrijpen strafbaar zou maken. The Sisters of Mercy hebben veel verleden, maar geen toekomst, zoveel was zeker. En mercy bleken ze al helemààl niet te hebben. Sold out of niet, ons zien ze nooit meer terug.