HET CONCERT: Ruben Block op 11/6 in De Roma, Antwerpen.
...

'God, hoe lang is dít niet geleden?', vroeg Block zich luidop af, verwijzend naar de live-sector die, na maanden van doodse coronastilte, deze week eindelijk weer open is gegaan. 'We zijn dan ook pokkenerveus. We voelen ons zowaar weer als tieners'. Na twee decennia met Triggerfinger (en voordien ook al met Sin Alley en AngeliCo) had de zanger-gitarist er blijkbaar nood aan even uit zijn oude keurslijf te stappen en, zonder zijn vertrouwde compagnons de route, de creatieve vrijheid te omarmen. Volgend jaar verschijnt zijn eerste soloplaat, waartoe hij samenwerkte met de Amerikaanse producer Mitchell Froom, een man die sinds kort deel uitmaakt van Crowded House en ook grote namen als Elvis Costello, Richard Thompson, Los Lobos en Suzanne Vega op zijn palmares heeft staan.Om zijn nieuwe songs live van de nodige spieren te voorzien floot Ruben Block alvast een nieuwe band bij elkaar, waarin we meestergitarist Geoffrey Burton (ex-Arno, Hong Kong Dong), drummer Teun Verbruggen (voordien onder meer bij Mauro Pawlowski, Jef Neve en Flat Earth Society) en Gilles Vandecaveye (Uma Chine, Steiger) op toetsen aantroffen. Naast nieuw werk beloofde de artiest enkele bekende nummers in een nieuw jasje, afgewisseld met liedjes geschreven door anderen. En jawel, zo was zijn set meteen accuraat omschreven. Plomp en potig Block trapte af met een verrassend sobere versie van There Isn't Time, dat we al kenden van zijn vorige groep, maar dat nu steunde op een repetitief gitaarmotiefje en enkele synthversieringen. Even later volgde het potige Big Hole, dat iets te nadrukkelijk in de schaduw van Triggerfinger bleef staan. Halverwege de set kregen we ook nog het op plompe riffs geplante That 'll Be the Day: niet te verwarren met de gelijknamige classic van Buddy Holly, wél een hap uit de vier jaar geleden verschenen en, wat bovengetekende betreft, nogal teleurstellende lp Colossus. Maar uiteraard was u vooral nieuwsgierig naar de voorproefjes uit Ruben Blocks eerste soloworp. Doing Love klonk intens en slepend: het was schurende, hoekige funk met een vervormde stem, die qua sfeer herinnerde aan de primal scream-plaat van John Lennon. Het traag voortstrompelende Your Call had een overschotje van Triggerfinger kunnen zijn en The Key was gelardeerd met loops en samples en voorzien van een ongedurig ritme van Teun Verbruggen, die zijn akoestische drums regelmatig combineerde met flarden elektronica. Naarmate de avond vorderde, kon je vaststellen dat de nieuwe composities van Ruben Block voorlopig op twee gedachten hinken. De man voelt zich duidelijk aangetrokken tot onbetreden paden, maar kan blijkbaar nog niet voldoende afstand nemen van de aan Queens of the Stone Age verwante powerrock die de voorbije jaren voor zijn inkomen heeft gezorgd. Zijn drang naar het experiment bleek bijvoorbeeld uit de knarsende, industriële, haast kubistische sound van Looking to Glide. Het had iets van T.C. Matic, zij het dan zonder de memorabele hooks, omdat Block blijkbaar vergeten was er een song bij te schrijven. De muziek miste coherentie en trefzekerheid en gleed, net daardoor, van je af als water van een eend. Weerhaakjes Een streng oordeel? Wel, er waren natuurlijk verzachtende omstandigheden. Het eerste optreden met een nieuwe band voelt sowieso een beetje onwennig en voor een zittend, gemondmaskerd publiek spelen is verre van ideaal. Je kunt er dus geredelijk van uitgaan dat een en ander in de komende weken en maanden zijn vorm nog zal vinden. Dat bleek onder meer uit Awake, een soort ballad waar, door toedoen van Burton, enkele venijnige weerhaakjes in verborgen zaten. Just the Way zweemde dan weer naar pop en leek ons, bij een eerste kennismaking, zeker een song met toekomstig radiopotentieel. Zoals bekend pakte Triggerfinger in het verleden al regelmatig uit met verrassende covers: van Neil Young en Bob Dylan tot CCR en van Lykke Li en Rihanna tot Sandra Kim. Ook in Antwerpen speelde Ruben Block weer leentjebuur en daarbij legde hij weer een opvallende voorliefde voor het werk van vrouwen aan de dag. Beautiful Feeling van PJ Harvey, bracht hij in zijn eentje en droeg hij op aan alle medewerkers van De Roma. Alleszins een interessante keuze, net als Niets is voor altijd van Madou dat dermate werd afgeschraapt dat enkel het skelet overbleef. Tijdens de eerste toegift, het bij Robert Wyatt betrokken Sea Song, bleek Ruben Block zijn hand echter jammerlijk te overspelen. De lange, uit louter bruitage bestaande intro en het richtingloze elektronische gefröbel droegen niets wezenlijks bij tot de inhoud van de song. Mocht Block hem in zijn eentje hebben gespeeld en gezongen, dan had het wellicht nog iets kunnen worden. Nu noteerden we in ons boekje 'no cigar, not even close'. De set werd gelukkig afgerond met de courante single Lights, die bij iedere draaibeurt op de radio weer wat catchier voor de dag komt. Ik heb veel respect en sympathie voor Ruben Block, maar na deze eerste kennismaking moet het toch allemaal nog een beetje wennen en groeien. Potentieel was er zeker, maar zeggen dat ik in De Roma omver werd geblazen? Neen, daarvoor zat er voorlopig net iets te weinig lijn in. I rest my case en ga over enkele maanden met plezier opnieuw kijken.