DA GIG: Rhye in AB, Brussel op 25/3.
...

Rhye is dezer dagen vooral de muzikale uitlaatklep van zanger en multi-instrumentalist Mike Milosh, een naar Californië verkaste Canadees die een jaar of vijf geleden zijn creatieve krachten bundelde met de Deense producer Robin Hannibal. Hun zwaar gepolijste debuut-cd Woman kreeg in de pers diverse etiketten opgeplakt, van 'chamber pop' tot 'bedroom r&b', en werd aanvankelijk omgeven door mysterie. Voor velen was onduidelijk of de hoge, androgyne stem, die her en der werd vergeleken met die van Sade Adu, nu aan een man of een vrouw toebehoorde. Dat raadsel is inmiddels opgelost en op het onlangs verschenen Blood trekt Milosh het laken nu volledig naar zich toe. De nieuwe songs klinken nog altijd ijl, etherisch en ingetogen, maar de instrumentatie is er wél rijker en organischer op geworden.De tweede langspeler van Rhye valt in meer dan één opzicht als een break-up-plaat te beschouwen. Hannibal, die de jongste jaren werd ingehuurd door artiesten als Jessie Ware en Little Dragon, ging zijn eigen weg, Michael Milosh beëindigde zijn huwelijk met de actrice Alexa Nikolas (zijn nieuwe vlam, Geneviève Medow Jenkins, prijkt in haar natuurlijke staat op de hoes van Blood) en Rhye werd gedumpt door platenmaatschappij Polydor. Er zat voor Milosh dus niets anders op dan de opnamen van zijn nieuwe songs zelf te bekostigen en dat deed hij door veel en intensief te toeren. De jongste vijf jaar stond hij zo'n vijfhonderd keer op het podium, waarvan drie keer in Brussel. In de AB presenteerde Rhye zich weliswaar als een zevenkoppige band, maar dat nam niet weg dat die vaak op fluisterniveau musiceerde. Het gezelschap slenterde traag en behoedzaam door de songs en bracht daarbij regelmatig een viool, cello of trombone in stelling. Zacht, sensueel en verleidelijk waren de sleutelwoorden. Daarbij moesten we zowel denken aan de kabbelende soul van George McCrae (herinner u Rock Your Baby) en Marvin Gaye (ten tijde van Sexual Healing) als aan de ruimtelijke, met leegte spelende postrock van Talk Talk. De groep putte ongeveer gelijkmatig uit haar beide platen en liet ook twee nog onuitgebrachte nummers los. Die gingen steevast gehuld in smaakvolle, maar ook ietwat berekende arrangementen, zodat je vaak het gevoel kreeg dat het Rhye meer te doen was om de eenheid van sfeer en sound dan om de individuele songs.De set begon met het op kousenvoeten voorbijschuifelende 3 Days. De piano-intro van The Fall oogstte meteen herkenningsapplaus en koppelde een gedempte funkgitaar aan barokke strijkers. Vanaf Major Minor Love, opgeleukt met een krols orgeltje, en het vaag naar disco wijzende Last Dance, werd de bas ongeduriger en drong de ritmesectie zich meer en meer naar voren in het klankbeeld, wat de op zich zweverige liedjes weer wat dichter bij de aarde bracht. Milosh mepte tussen de bedrijven door regelmatig op een stel trommels, zodat de groove tijdens het concert veel meer werd benadrukt dan op de platen van Rhye. Eén en ander veroorzaakte onderhuidse tintelingen die de heupen van de toeschouwers zeker niet onberoerd lieten.Milosh' zintuiglijke teksten werden duidelijk meer bepaald door klank dan inhoud, waardoor ze soms een beetje uniform en oppervlakkig aandeden. Toch zaten de gesofisticeerde toonschilderingen van Rhye, met de broze contratenor van de zanger als overheersende kleur, goed in elkaar. Het elegische Waste en verstilde nummers als Taste of Open waren één en al ingehouden emotie, maar toen de gitarist in Count to Five even de grove borstel boven haalde en de bas ongeremd aan het wiebelen sloeg, kregen we in de AB voor het eerst zicht op de dansvloer. In Please ontwaarden we echo's van The Stylistics, terwijl de ingetogen piano en majestueuze viool in Slowly herinneringen opriepen aan Antony & The Johnsons. Vaak stond de muziek van Rhye op een waakvlammetje. Toch viel er occasioneel een opflakkering te noteren, zoals in publieksfavoriet Stay Safe of het geile Phoenix. Voor alle duidelijkheid: bij 'my phoenix rising crazy' had Michael Milosh het níet over een mythische vogel en 'I'm coming fast, oh my god, oh my god' was al evenmin zijn antwoord op de mededeling dat het eten op tafel stond. Tijdens de finale liet Rhye zijn voorzichtigheid even varen ten voordele van het haast feestelijke Hunger, en met Song For You -bossanova met een klassiekerig randje- trok het septet een elegante streep onder het concert. De songs van Rhye deden ons soms denken aan foto's uit interieurbladen, waarop kamers te zien zijn die van zoveel goede smaak getuigen dat je ze haast niet durft te betreden. Toch zat er live gelukkig hier en daar een vlek op het behang of een scheurtje in de gordijnen. Aan perfectie heeft niemand een boodschap, maar van een kort verblijf in een aangename luchtbel is nog nooit iemand doodgegaan. Rhye deed ons in de AB anderhalf uur lang de wereld vergeten. En zeg nu zelf: daar koop je toch met plezier een kaartje voor?