DA GIG: Paul Weller in AB, Brussel op 5/6.
...

Toegegeven, we zijn het niet helemaal eens met de lieden die zijn pas verschenen dertiende soloplaat A Kind Revolution als een nieuw hoogtepunt in het omvangrijke oeuvre van Paul Weller beschouwen. Maar je kunt er niet omheen dat The Modfather conservatieve impulsen uit de weg gaat, gretig aansluiting zoekt bij de huidige tijdgeest en met uiteenlopende stijlen en werkmethoden blijft experimenteren. In de songs zijn dit keer niet alleen gastrollen weggelegd voor legendarische soulzangeressen als PP Arnold en Madeline Bell, maar ook voor Boy George, twee leden van The Strypes en 'linkse rakker'Robert Wyatt. Met de titel van zijn nieuwe cd geeft Weller aan dat de wereld in deze turbulente tijden dringend toe is aan wat meer menselijkheid en empathie, terwijl onze politieke leiders zich meer dan ooit aan demagogie en extremisme bezondigen. Toch is A Kind Revolution volgens de zanger vooral een plaat waarop het persoonlijke centraal staat.Paul Weller mag dan tot de boegbeelden van de zogenaamde classic rock behoren, zijn muziek -een amalgaam van r&b, funk, gospel, blues, folk, jazz, garagerock psychedelia en powerpop die verwijst naar de periode van de Britse Invasie- blijft na al die jaren opvallend gevarieerd en eclectisch. Zelf omschrijft de 59-jarige Dadrocker hij zijn organische sound bij voorkeur als Heavy Soul. Ook in Brussel, waar hij in de rug werd gedekt door een uitstekende vijfkoppige band, kwam hij opvallend groovy uit de hoek, al had hij ook enkele elegante popliedjes en gevoelige ballads in petto.Bij Weller geen visuals of spectaculaire decors. Op het podium stond alles in het teken van de muziek, die op een energieke en bevlogen manier de zaal in werd geschoten. De set klokte af op twee uur en een kwartier en steunde zowel op publieksfavorieten als op minder vanzelfsprekende keuzes. Opvallend was wél dat slechts vier van de 29 gespeelde nummers afkomstig waren uit 'A Kind Revolution', alsof de zanger zelf nog niet helemaal overtuigd was van de kwaliteit van het materiaal. Die twijfels waren echter nergens voor nodig. Het stuwende Nova, een sci-fi glamrocker die herinnerde aan David Bowie; het tussen funk en hoekige jazz balancerende She Moves With The Fayre of het naar Dr John en afrobeat knipogende Woo Sé Mama swingden een eind weg, terwijl The Impossible Idea het midden hield tussen een akoestisch walsje en een brok retro van The Beach Boys.Het vaakst greep de zanger terug op zijn vorige cd, het twee jaar geleden verschenen Saturns Pattern, en oudere langspelers zoals Stanley Road en Heavy Soul. Weller is de jongste jaren dermate productief geweest dat hij nooit om een goeie song verlegen zit en zich dus de luxe kan permitteren te spelen waar hij zin in heeft. De hoogtepunten volgden elkaar dan ook snel op: Long Time toonde zich schatplichtig aan de raw power van The Stooges; de psychedelische acid rock van White Sky steunde op een kolossale Led Zeppelin-riff; Porcelain Gods hield het midden tussen spannend en broeierig en Peacock Suit was klassiek van snit, maar sloeg zoveel gensters dat we ons even in een metaalgieterij waanden.Meestal ging Weller te keer op een gitaar, maar occasioneel verschanste hij zich ook wel eens achter de keyboards. Dat deed hij bijvoorbeeld met het oog op Going My Way, dat als een ballad begon maar gaandeweg aan veerkracht won. Tijdens You Do Something To Me zag je bij stellen van middelbare leeftijd de romantische vonk plots weer overslaan en bij de bedachtzame softfunk van Up in Suze's Room konden de aanwezigen naar hartenlust hun eigen verhaal fantaseren.Nu en dan maakte Paul Weller een serieuze sprong in de tijd. De veerkrachtige maar gesofisticeerde soulpop van My Ever Changing Moods en het wiegende, in latinsferen gehulde Have You Ever Had It Blue? kwamen bijvoorbeeld uit het repertoire van The Style Council en het wiebelende Start!, waarmee het concert officieel eindigde, werd geplukt uit de catalogus van The Jam, waarmee Weller precies veertig jaar geleden zijn eerste plaat uitbracht.Tijdens het eerste biskwartier koos de zanger voor de 'unplugged'-formule, met het folky Wild Wood, het met fraaie harmonieën versierde Monday (ook al van The Jam) en het gloednieuwe What Should We Say. De tweede bisbeurt werd ingeleid door de epische West Coast ballad These City Streets (Crosby, Stills & Nash waren niet veraf) en ook tijdens The Changingman sneden de gitaren zo vervaarlijk dat er bijna een pleister aan te pas kwam. Eigenlijk hadden Paul Weller en zijn band al definitief afscheid genomen, maar toen het publiek méér bleef eisen, kwam de onvermoeibare Modfather alsnog met het puntige, in southern soul gedrenkte Broken Stones op de proppen. De man had het dan wel lang geleden tot rockster geschopt, de werkmansethiek waarmee hij was opgegroeid zat er nog steeds een beetje in. Niemand zou het Weller kwalijk nemen, mocht hij vanaf nu op zijn lauweren gaan rusten, maar een muzikant leeft nu eenmaal enkel wanneer hij speelt. In de AB bewees de man alvast dat waardig ouder worden minder moeilijk is dan het lijkt. (D.J.M.)