HET CONCERT: Dez Mona & B.O.X. op Feeërieën, Gare Maritime in Brussel op 25/8.
...

Het gratis muziekfestival van de AB, dat zich doorgaans ontvouwt in het Warandepark, zag zich deze zomer genoodzaakt uit te wijken naar de kanaalzone. Dat zorgde voor een totaal andere vibe: een deel van de intimiteit ging verloren, maar de prachtig gerestaureerde Gare Maritime zorgde hoe dan ook voor een bijzonder stedelijk kader en, vooral, voor een veel betere geluidsweergave. Dat laatste was belangrijk, zeker voor een optreden waar pop en klassiek, concert en performance elkaar op gracieuze wijze het hof maakten. Gregory Frateur, zanger en spilfiguur van Dez Mona, is een man die niet terugschrikt voor een fikse dosis intensiteit en pathos. Maar hij is evenmin bang om buiten de lijntjes te kleuren. Dat bleek al in 2011 met Sága, een 'concertante opera' die zich meer richtte op de Klara-luisteraar dan de StuBru-adept. Wellicht lag dat aan de aanwezigheid van B.O.X. (Baroque Orchestration X), een groep klassiek geschoolde, maar avontuurlijk aangelegde muzikanten die de klankkleur van hun barokinstrumenten zoals de harp, theorbe (een snaarinstrument uit de luitfamilie) of serpent (een blaasinstrument dat een beetje klinkt als een tuba) gebruiken om er een geheel nieuw soort muziek mee te maken. Inmiddels hebben ze succesrijke samenwerkingen achter de rug met My Brightest Diamond, Mugison en Efterklang en deelden ze het podium met Spinvis, Eefje de Visser en Richard Reed Parry van Arcade Fire. Sága oogstte triomfen op de meest prestigieuze Europese podia en na een passage op het Prototype festival in het Amerikaanse Williamsburg, werden Dez Mona & B.O.X. zelfs door een recensente van de New York Times recht de hemel in geprezen. Het stond dus in de sterren geschreven dat de alliantie vroeg of laat zou worden voortgezet. Eén en ander resulteert nu in LUCY, de nieuwe plaat die sinds begin deze week in de winkelrekken ligt. Het werk wordt omschreven als een 'werelds oratorium', want in dit geval put de muzikale vertelling eens níet uit mythologische of Bijbelse thema's. In de plaats daarvan kaart Gregory Frateur maatschappelijke onderwerpen aan, zoals identiteit en gemeenschap, het spanningsveld tussen individualisme en samenhorigheid of het contrast tussen activisme en zelfgenoegzaamheid. LUCY handelt in grote lijnen over thuiskomen: op een plek, in je hoofd of in je eigen lichaam. Naar zijn eigen zeggen ging Frateur op zoek naar 'de betekenis van verbondenheid in een versnipperde wereld'. Alle onderdelen van het werk, door lieden die daartoe hebben doorgeleerd 'recitatieven' genoemd, worden vertolkt door één enkel personage. Maar wie is LUCY? 'Een entiteit die mens noch god, man noch vrouw, goed nog kwaad is', lezen we in de perstekst. Beetje pretentieus, zegt u? Misschien, maar zoals bleek tijdens de Feeërieën, klinkt het allemaal veel toegankelijker en verteerbaarder dan u, op basis van het bovenstaande, zou kunnen vermoeden. Aangezien LUCY een songcyclus met een duidelijke verhaallijn is, werd hij in zijn geheel uitgevoerd en kregen we de twintig composities te horen in dezelfde volgorde als op de plaat. Veel volk op het podium, want Dez Mona & B.O.X. presenteerden zich dit keer als een negenkoppig gezelschap dat uitermate subtiel uit de hoek kwam. Alle muzikanten droegen ecologisch vervaardigde kostuums van de Vlaamse ontwerpster Oona Mampuys. Uit denim, omdat het een stof is die alle bevolkingslagen met elkaar verbindt. Of die symboliek door iedereen gesmaakt werd, is echter de vraag. 'Gregory heeft voor de gelegenheid zijn mooiste tafellaken aangetrokken', hoorden we iemand giechelen. Wist hij veel dat we getuige waren van een -even diep ademhalen- Gesammtkunstwerk. Maar we zouden het over de muziek hebben. Tijdens de proloog (en enkele latere instrumentale stukken) waande je je, dankzij de welsprekende theorbe van Pieter Theuns en de ragfijne harp van Jutta Troch, meteen op een elegant feest in een 17de eeuws kasteel. In Gregory Frateur bleken intussen niet één maar vele zangers schuil te gaan. De man heeft een veelzijdige, flexibele stem, waarmee hij zowel de hogere als de lagere registers aftast. In fraaie liederen als All Out of Lucid Sky kreeg hij bovendien vocale assistentie van beslagen sopraanzangeressen als Lore Binon -die eerder op de avond, samen met luitspeler Wim Maesele, al fragmenten uit haar intieme voorstelling Sluimer had vertolkt- en Ellen Wils. Momenten van haast onaardse schoonheid. Ook Wandering Scene, van een aanstekelijke groove voorzien door contrabassist Kristof Roseeuw, het door gitarist Sjoerd Bruil gezongen Love & Mercy, Tiny Paradox en de plechtstatige ballad Dance With Me gingen gehuld in transparante popmelodieën en geraffineerde arrangementen. Vooral het inventieve en altijd smaakvolle accordeonwerk van Roel Van Camp (zie ook DAAU) verdient een speciale vermelding. Naarmate de set vorderde, steeg ook het rock-'n-rollgehalte in de muziek. Dat was de verdienste van gitarist Sjoerd Bruil (u kent hem van Sukilove, Black Cassette en Gruppo di Pawlowski), die afwisselend Duane Eddy en Ennio Morricone tot leven wekte. Door het uptempo Now to the Future waaide dan weer een fikse portie soul en gospel. De enige misstap van de avond was Death Said, met een te lang uitgesponnen drone en de elektronisch vervormde stem van Gregory Frateur in de hoofdrollen. We snappen het belang van dit nummer in het geheel, maar het viel te zeer uit de toon om echt te beklijven. LUCY vergt van de toeschouwer enige concentratie, maar het is hoe dan ook een moedig én geslaagd project van muzikanten die op zoek zijn naar een nieuwe vorm waarin de grenzen tussen genres irrelevant worden. Want per slot van rekening is het allemaal muziek. Wie bereid is voor LUCY zijn hart en geest te openen, zal dus zeker niet worden teleurgesteld.