Van Melsele naar de Main Stage: Sons

Zaterdag, Belgendag: negen van de 25 acts kleurden gisteren zwart, geel en rood. Mochten de vaderlandse spits afbijten: de rammelrockers van Sons, laureaten van De Nieuwe Lichting 2018.
...

Zaterdag, Belgendag: negen van de 25 acts kleurden gisteren zwart, geel en rood. Mochten de vaderlandse spits afbijten: de rammelrockers van Sons, laureaten van De Nieuwe Lichting 2018. Vorig jaar vond u hen nog bijna uitsluitend in het café- en jeugdhuiscircuit in en rond hun hometown Melsele, zaterdag stonden ze jandorie op de Main Stage van Werchter. En daar schrokken ze zelf óók van op, aan hun gezichten te zien. Met jumpstyle-gedreun op de achtergrond - dát hadden we niet zien aankomen - en een Jupke in de hand beklommen ze het grote boze hoofdpodium. 'Werchter, zijde gelle fucking wakker?' polste zanger Robin Borghgraef, met die hem kenmerkende, geraspte stem. Van podiumvrees was bij Sons alleszins niks te merken. Het kwartet raasde als een roedel bloeddorstige jonge wolven door haar set, nét niet met het schuim op de lippen. Wanted Dead klonk nog schreeuweriger dan op plaat, Lonely Boy van The Black Keys werd met modder ingesmeerd en StuBru-hit Ricochet was punk met een grote P. En of we fucking wakker waren.Gelijktijdig met Sons bedwong Millionaire The Barn. Een groot festival trotseren moet je Tim Vanhamel en co. natuurlijk niet meer leren. Ze stonden al twee keer op Rock Werchter, in 2002 met hun funky debuut Outside the Simian Flock en drie jaar later met het door Josh Homme tot een loodzwaar stonerrockgeheel geknede Paradisiac. Intussen is er veel gebeurd: Vanhamel heeft de gitaar een hele tijd aan de wilgen gehangen, om vorig jaar glorieus terug te keren met de spirituele psychrocktrip Sciencing. En wat waren we in Werchter andermaal blij dat Millionaire anno 2018 terug is. Geen band die op deze Rock Werchter-editie zo veel profijt wist te halen uit een schabouwelijke klankmix. Chaos troef was het, en Millionaire aardde er nog in ook. Putting the 'rock' back in Rock Werchter, íémand moest het doen. De tweelingzussen Kim en Kelley Deal zien eruit alsof ze net van hun breiwerkje zijn opgestaan. Maar vergis je niet: er stroomt meer authentiek rock-'n-rollbloed door hun aderen dan bij veel van hun stoer ogende mannelijke collega's. De grote fout van Black Francis was destijds dat hij Kim bij de Pixies niet wat meer armslag gunde, want met haar erbij had hij gewoon een betere band. Vrouwen zijn zoveel slimmer: bij The Breeders, weer samen in de bezetting van hun classic Last Splash uit 1993, is van egotripperij geen sprake. Want ook al blijft Kim 'the biggest Deal', leadgitariste Kelley en bassiste Josephine Wiggs kregen allebei zonder morren een plekje in de schijnwerpers.The Breeders spelen rammelende, bitterzoete punkpop zonder pretenties en zonder ballast: tijdens het uur dat ze kregen toegemeten, kwamen niet minder dan zeventien nummers voorbij en die wisten één voor één te charmeren. De groep combineerde in Werchter songs uit haar prima comeback-cd All Nerve met oude bekenden: Wait in the Car en Divine Hammer klonken pittig en puntig, Spacewoman was versierd met sierlijk opkrullende gitaartjes, Off You -Pixies zonder testosteron - steunde op niet één maar twee bassen en het onweerstaanbare No Aloha had iets van een getoonzet briesje uit Hawaii.Humor hadden The Breeders ook: in het countryrockliedje Driving On 9 moest Kelley bijvoorbeeld de vioolpartij nazingen ('Sounds just like the record!, schertste ze)en Cannonball, de grootste hit van het kwartet, werd, na wat geklungel met haperende apparatuur, aangekondigd als 'just a mess anyway'. Oké, maar dan wel a glorious mess. En toen Gigantic werd ingevlogen, verkeerden de fans helemààl in alle staten. Voor wie zich afvroeg wat er dan wel zo gigantisch was: het nummer ging over het lid van een zwarte medemens op wie Kim ooit een oogje had. Zwaar geschapen garandeert in haar wereld nu eenmaal 'a big big love'. Een alleraardigst concert met gloedvolle indiepopliedjes en dito samenzang: wie erbij was, genoot met volle teugen. 'Act in spite of fear', stond er op het shirt van Jan Maarschalk Lemmens, in hiphopkringen beter bekend als Glints. Hij voegde de daad bij het woord: de rapper met Britse tongval stond moederziel alleen in Klub C, Vince Staples achterna. Weg met de funky begeleidingsband die hij tot vorig jaar mee op sleeptouw nam, dus, maar Glints toonde over genoeg branie en présence te beschikken - zélfs die roze jogging ging hem af - om het in zijn eentje te rooien. Zijn oude songs (het autotune-moment Divalent Diction, het broeierige Dread, het met een flard Paper Planes van M.I.A gepimpte Sirens en het van VRWRK geleende New Flow) waren ten opzichte van vorig jaar op Pukkelpop danig geremixt, met een beduidend potiger geluid tot gevolg. Minder r&b, meer gangstashit. Nieuwtjes Gold Veins - Glints op verkenning in de prairie - en Sweaty Palm, een summer jam die van Calvin Harris had kunnen zijn, lieten dan weer een glimp horen van wat Lemmens allemaal nog in zijn mars heeft. Poppy radiovoer was het, ook geschikt voor al uw nachtclubavonden. 'Ik weet het, 't is fucking vroeg, maar ik wil jullie allemaal los zien gaan', maande Lemmens aan. En u gehoorzaamde: tijdens het tot twee keer toe gespeelde Bugatti, opgetrokken uit gelijke doses grime en trap, sprong iedereen op de kar en wisten we: de grote doorbraak van Glints zal niet lang meer uitblijven. Heeft die doorbraak al langer te pakken: Angèle, candy pop-prinses pur sang, all the way from Linkebeek. Drie vlot in het oor liggende popsingles, meer heeft ze nog niet op haar actief, maar het bleek genoeg om een Barn van 20.000 man mee te vullen. De jongste uit het muzikale nest Van Laeken - u kent haar pa als Marka en als bassist van Allez Allez, en haar broer Roméo Elvis als Brussels meest edgy rapper - dartelde over het podium met een Rode Duivels-shirt rond haar middel geknoopt. 'We gaan de Fransen inmaken', paaide ze. Franse muziek is nochtans haar speeltuin, want de jonge Françoise Hardy is nooit veraf - zie onder meer Les matins, een song die met technische problemen kampte, alsof la loi de Murphy even écht om de hoek kwam loeren. En ook de French touch is haar niet vreemd, te oordelen naar het house-y Flou. Verder deed Angèle mooie dingen van achter haar piano. Maar op haar best was ze in de rol van urban queen. Die tonnen swagger moet ze van haar broer hebben geërfd. En in Je veux tes yeux liet ze zien dat ze ook Instagramvriendelijke choreografieën à la Stromae onder de knie heeft - wat wil je, als je lief een beruchte danser als Léo Walk is. Angèle is één en al aaibaarheid, maar durfde in Werchter toch ook af en toe te bijten. In Victime des réseaux had ze het over de donkere kanten van onze socialemediacultuur - als íémand ze kan kennen, is zij het wel, met haar 332.000 Instagramvolgers - en met Balance ton toi maakte ze toespelingen op #MeToo. Een popsnoepje met inhoud dus, die Angèle. Daar gaan we de komende tijd nog veel plezier aan beleven. Maar eerst Frankrijk verslaan.Met de kleurrijke psychedelische popdeunen uit Oracular Spectacular wonnen Ben Goldwasser en Andrew VanWyngarden, samen het directiecomité van MGMT, een jaar of tien geleden de harten van het dansgrage volkje. De liefde raakte daarna bekoeld, toen de heren hun catchy melodieën lieten overwoekeren door experimentele gewassen, maar dit jaar groef MGMT zijn poproots weer op en maakte de lichtvoetigheid zijn comeback.In Werchter trapte de groep geruststellend af met Time To Pretend, een ironische song waarin de 'managers' de excessen van verwaande popsterren op de korrel namen, en ook Electric Feel was, tot jolijt van velen, weer nadrukkelijk van de partij.Dolle pret dus? Jazeker. MGMT had het podium vol planten laten zetten, zodat het als een vakantie-eiland oogde, en introduceerde een reusachtige opblaaspop die als twee druppels water op het personage uit het schilderij De schreeuw van Edvard Munch geleek. Eng? Ach, slechts een beetje, want voor een band die dit jaar de plaat Little Dark Ageuitbracht, mocht er best wat gelacen worden. Zo trapte Vanwyngarden tijdens She Works Out Too Much al zingend rondjes op een hometrainer, terwijl Goldwasser de huppelende popsongs van MGMT, ietwat ondeugend, onder barokke synthmotiefjes bedolf. Tijdens The Youth en het in onschuld gedrenkte Me and Michael vielen vooral de knap uitgewerkte harmonieën op. Toch reageerde het publiek vooral op de oude hits. Toen de hallucinogene discoknallerKids boven water kwam, werd zo luid en massaal meegezongen dat MGMT er ter plekke een 'extended remix' bij verzon. 'Control yourself', beval de zanger streng. Het was vergeefse moeite: euforie laat zich niet zomaar beteugelen. Klassieke soul is deze dagen weer helemaal in de mode. Een dag na Curtis Harding kwam Durand Jones & The Indications in Werchter aankloppen en ook dit septet uit Louisiana werd door het publiek met open armen ontvangen. Smile gaf een verrukkelijk voorsmaakje van wat we nog méér voor de kiezen zouden krijgen: een groep met de wendbaarheid van Booker T & the MG's, een genoeglijk spinnend orgeltje, een gitarist die goed naar Steve Cropper heeft geluisterd en twee blazers met een bovengemiddelde longinhoud. Zanger Jones, begiftigd met een soepele, doorvoelde stem, viel soms op zijn knieën alsof hij zich in een gospelkerk bevond. Maar zoals het een echte soulman betaamt, beperkte hij zich niet tot de bluesy emo van Walk Away. In Make A Change wierp hij zich op als maatschappelijk commentator en in If There's A Hell Below, We All Gotta Go beriep hij zich op het rijke oeuvre van Curtis Mayfield. Schreeuwen als James Brown kon Durand Jones, getuige de hitsige funk van Groovy Baby, al net zo goed.Dat de man een natuurtalent is, hoort u ons niet ontkennen. Maar ironisch genoeg gleden de beste nummers uit de set, sensueel voorbij schuifelende soulballads als Is It Any Wonder? en How Can I Be Sure?, van de stembanden van drummer Aaron Frazer, een meneer wiens falset herinnerde aan Smokey Robinson. Niet dat u dat per se als een probleem hoeft te zien: met zoveel talent gaan Durand Jones & The Indications ongetwijfeld een mooie toekomst tegemoet. En u was er nú al bij. Dat verdient een schouderklopje. Eerste keer, goeie keer voor Jorja Smith in België Van kassierster bij Starbucks tot chouchou van Drake, Kendrick Lamar en Bruno Mars in minder drie jaar tijd: Jorja Smith, 21 jaar en afkomstig van het Britse industriestadje Walsall, gaat hárd. Ook Klub C was helemaal volgelopen voor de door de gehele Britse muziekindustrie tot next best thing uitgeroepen zangeres. 'Dit is mijn eerste keer in België', zei ze. En het was meteen eerste keer, goeie keer. Op de meest jazzy momenten (On Your Own) deed Smith aan Lianne La Havas denken, dan weer ging ze het neosoulpad op (Lifeboats) of pakte ze uit met frivole r&b (Where Did I Go?). En rappen kan ze ook nog! Een veelzijdige dame, dus, al waren de aan Adele en Emeli Sandé schatplichtige ballads soms wat op het stroperige af, met op kop Let Me Down, haar poging tot een James Bond-themasong. En toch hield Smith een uur lang moeiteloos uw en onze aandacht vast, met dank ook aan haar groovende vierkoppige liveband, haar onderhoudende covers van TLC en Frank Ocean, en de streepjes Dizzee Rascal en Kendrick Lamar die op de achtergrond weerklonken tijdens Blue Lights en de Black Panther-song I Am. Jorja Smith moet overigens de eerste op deze Werchter-editie zijn die in de vroege avond al een bisronde mocht geven in Klub C, omdat het publiek erom gesméékt had. Ja, het was al Jorja on our mind, zaterdagavond op Rock Werchter. De prefabsoul van Khalid Generatie Z heeft Een Stem: Khalid Donnel Robinson. Hij is 20, komt uit Georgia en zingt over naar wiet meurende wagens, over communiceren via geolocaties en over jong, dom en blut zijn. En dat is blijkbaar wat de jeugd wil horen. In 2016 speelde Khalid zich in de kijker - en de Snapchat-story - van Kylie Jenner. En de rest is geschiedenis. Intussen heeft hij met American Teen (2017) een degelijk debuut uit, lopen zijn streams in de miljarden en wordt hij als gastvocalist gevraagd door Kendrick Lamar, Future en Marshmello - je weet wel, die EDM-producer met de emmer op zijn hoofd. Zaterdag mocht Khalid The Barn afsluiten, en die was gevuld met bijna uitsluitend jong volk. De zanger kwam op met een even kamerbrede lach als Anderson .Paak een dag eerder, maar haalde muzikaal lang niet hetzelfde niveau. Goeie stem, dat wel. Prima performance ook. Maar Hopeless, Cold Blooded of Angels: het was allemaal prefabsoul. Goed gemaakte prefabsoul, maar wel prefabsoul. Live werd die dan ook nog eens gebracht door een makke band die elk nummer met hetzelfde drum- en gitaarsalvo beëindigde. En die cheerleaders aan Khalids zijde hadden nu ook niet gehoeven. Maar de populairste soulzanger van het moment bracht de tent wél in feeststemming. Young, Dumb & Broke, de Marshmello-hit Silence en het door Kylie Jenner de hemel in geprezen Location werden allemaal luidkeels en woord voor woord meegezongen door de fans, die hun smartphones permanent in de aanslag hielden. Ze riepen dat ze van Khalid hielden, en Khalid riep terug dat hij ook van hen hield. Iedereen blij!Bij Fleet Foxes was houtbewerking een edel ambacht Rustieke folkrock met stemmenwerk dat, qua raffinement, gelijkenissen vertoont met dat van Crosby, Stills, Nash & Young op hun beste momenten: bij Fleet Foxes ligt het al jaren in de etalage. Als er zoiets als heavy metal bestaat, pleiten wij ervoor de muziek van Robin Pecknold en zijn Vossen furnished wood te noemen: ze klinkt ambachelijk, warm, organisch en hoort eerder thuis op het platteland dan in de stad. Op Crack-Up, hun vorig jaar verschenen derde langspeler, maakten de eenvoudige kampvuurliedjes uit de beginperiode van Fleet Foxes plaats voor ingewikkelde suites en tryptieken. Niet dat zulks het publiek in The Barn ook maar één moment afschrikte. Het zong uit volle borst mee met Mykonos, bewonderde de gesofisticeerde songstructuren van Third of May / Odaigahara, ging op in de powerfolk van In the Morningen liet zich zelfs niet afschrikken toen de groep inThe Shrine / An Argument een free-jazzsax in stelling bracht. Even hadden we een visioen van John Coltrane die ruggensteun kreeg van Fairport Convention. Onwaarschijnlijk? Wel, Fleet Foxes spraken gewoon tot de verbeelding en de toeschouwers spraken terug. Zo eenvoudig kan het leven zijn.