HET CONCERT: Metallica in het Koning Boudewijnstadion, Brussel op 16/6.
...

'Are you alive?' 'Do you feel it, Brussels?' 'Did you like this song?' 'Do you want us to play another one?' 'Are you still here?' 'Do you want your music heavy?' Over frontman James Hetfield valt veel te zeggen, maar niet dat hij niet begaan is met zijn fans. De aanhang van Metallica is dan ook erg loyaal. De band schakelt zich al 38 jaar in bij de zware beroepen en heeft in die tijd ruim 125 miljoen platen verkocht. Maar noem deze band geen nostalgie-act: de vier van Metallica zijn nog altijd gewiekste leveranciers van opwindend lawaai, maar gelukkig ook méér dan dat. Ze werkten samen met Marianne Faithfull, speelden een prominente rol bij de zwanenzang van Lou Reed en zijn net zo goed tot melodieuze, zelfs ingetogen songs in staat. Dat verklaart wellicht waarom ze zo populair zijn, ook bij een publiek dat niet noodzakelijk met heavy metal opstaat en gaat slapen. Zelfs drie jaar na hun jongste werkstuk, Hardwired... to Self-Destruct, brengt ze nog altijd heuse volksmassa's op de been. De groep mag dan wel een merk, een bedrijf, een multinational zijn geworden, ze beschouwt optreden nog steeds niet als een routineklus. Tijdens haar eerste Brusselse concert in dertig jaar waren energie, bevlogenheid, vakmanschap en speelplezier de ordewoorden. Honderdvijftig minuten lang lieten de muzikanten al hun duivels los en manifesteerden ze zich als een machine die nooit haperde. Spektakel gegarandeerd dus. De leuze van Metallica luidde: shoot to kill. Dat deden ze met schroeiende gitaren, beukende drums en visuele hoogstandjes.Lood en lavaHet podium stond voor de gelegenheid in de lengte van het stadion opgesteld. Voor wie op de tribunes zat, waren de bandleden niet meer dan onherkenbare stipjes in de verte. Goed, er was een honderd meter brede videowall, maar tijdens het eerste uur van de show, bij een oogverblindende ondergaande zon, viel er bitter weinig op te zien. Opener Hardwired zette de toon: luid en strak. Gitarist Kirk Hammett ('dressed to party', dixit Hetfield) vloog als een brokkenpiloot met de vingers over de snaren en speelde zijn noten sneller dan je oor ze kon opvangen. Op het menu: songs uit elk stadium van Metallica, van recent tot behoorlijk oud. Disposable Heroes, The Memory Ramains (waarbij het publiek telkens op precies het juiste moment inviel), Harvester of Sorrow, Sad But True, St. Anger: de riffs wogen zwaar als lood en kolkten als vers gespuwde lava.Tijdens een kort interludium verdwenen de twee metallo's van het eerste uur, James Hetfield en drummer Lars Ulrich, even in de coulissen en waagden de twee overblijvers zich, verrassend, aan Plastic Bertrands Ça plane pour moi. Robert Trujillo zong het in keurig Frans en Hammett speelde het alsof hij het net in de kelder van de Ramones had aangetroffen. Jammer dat Trujillo zich daarna geroepen voelde om een totaal overbodige bassolo weg te geven. Zeker, de man is een prima muzikant, maar zijn uitstapje haalde wél de vaart uit de set. Niet alle nummers waren overigens van het 'van hard hout zaagt men planken'-type. De powerballad The Unforgiven klonk relatief verfijnd en suggereerde zelfs zoiets als zuiderse exotiek. Fade to Black, met Hetfield op akoestische gitaar, begon ingetogen en werd vervolgens almaar opzwepender. Dat de frontman van Metallica méér is dan een brulboei bleek, tijdens de bissen, ook in het gevoelige Nothing Else Matters, waarbij we in het donker duizenden telefoons zagen oplichten. Op andere momenten klonk het gezelschap als een kolonne oprukkende Hunnen. Here comes revenge, dreigde Hetfield. Maar de man was beslist niet gespeend van zelfpot. Terwijl het podium steekvlammen spuwde, kondigde hij Moth into Flame aan als een song over verslaving. 'Big Surprise!', voegde hij er monkelend aan toe.TeddybeerVanaf het door blauw laserlicht begeleide, subtiel opgebouwde One (over een gemutileerde soldaat en de waanzin van de oorlog), waarin Hammett impliciet verwees naar zijn grote voorganger Ritchie Blackmore, werd een dodelijk salvo publieksfavorieten ingezet: Master of Puppets, For Whom the Bell Tolls (waartoe de groep, inclusief het drumstel met dubbele basdrum van Ulrich, de kleine uitloper van het podium rond de moshpit inpalmde) en het als semtex exploderende Seek and Destroy.'You make us feel so good', riep een dankbare James Hetfield, voor hij, als laatste toegift Enter Sandman inzette, goed voor vuurwerk op en boven het podium. Missie volbracht, al deelde de frontman daarna nog een kwartier Metallica-plectrums uit aan de fans. Hetfield mag er, met al zijn tatoeages, dan vrij vervaarlijk uitzien, in wezen is hij een teddybeer. En zijn band? Na bijna vier decennia in weer en wind kwam die nog altijd geheel roestvrij voor de dag. Iedereen tevreden.