HET CONCERT: Mark Knopfler in het Sportpaleis, Antwerpen, op 22/6.
...

We zouden kunnen zeggen dat Mark Knopfler oud is voor zijn leeftijd (69) en dat je dat hoort. Maar dat doen we niet. We zouden kunnen zeggen dat de show van deze Down the Road Wherever-tournee zo doorgerepeteerd is dat hij spontaneïteit mist. Maar dat doen we niet. Want we hoorden en zagen gisteren ook iets ánders. In het Sportpaleis stond met de gewezen frontman van Dire Straits een van de grootste gitaristen van de pop die niet gewoon zijn recentste album kwam voorstellen, maar afscheid kwam nemen van zijn publiek. Zoals we al in Knack schreven toen we hem in zijn Londense studio gingen opzoeken: 'Knopfler beweegt traag, zijn gedachten waaien al eens weg, hij wordt snel emotioneel en - het is wel erg confronterend - lijkt chronisch te beven.' Waarop hij: 'Het touren zal het eerste slachtoffer worden.' Vandaar ook de titel van de plaat: ik zie je nog weleens, ergens onderweg.Een deel van het publiek in het bomvolle Sportpaleis was zich daar terdege van bewust. Veel diehard fans, die ook 's mans onderschatte soloplaten door en door kennen. Opvallend veel ouders met tienerkinderen ook, die hun kroost nog eens wilden tonen what the fuss nu echt all about was. Het zorgde voor een respectvolle sfeer, van twee kanten, met een publiek dat bij momenten muisstil zat te luisteren (wég was het gehos van de laatste DS-tournee) en Knopfler die Straits-songs bovenhaalde die hij in geen tijden had gespeeld. AdemloosHet begint allemaal wat moeizaam. Knopfler schuifelt het podium op voor opener Why Aye Man, een schipperslied uit zijn geliefde Noordoosten over Britse economische migranten in Duitsland ('Tonight we'll drink the old town dry'). Twee manco's, die de rest van de set zullen terugkeren, worden al snel duidelijk. Eén: Knopfler die bij momenten onzeker fraseert. Twee: percussionisten in popbands lopen altijd in de weg. Een voorzichtig boppend Corned Beef City (uit 'Privateering') en het ingetogen Sailing to Philadelphia zetten de trend door: de band klinkt wat mak en log. De intro van Once upon a Time in the West (uit 'Communiqué'), stuurt echter een zindering door de zaal - een mens wordt op slag teruggeflitst naar de monumentale live-plaat Alchemy. Een lange, epische gitaarsolo zit er niet in, wel een rondje langs de andere muzikanten - best handig, een band van tien man.Cue naar wat een van de hoogtepunten van het concert zou worden: een uitmuntende versie van Romeo and Juliet. Ademloos luistert het Sportpaleis tot de laatste noot, en dan: de uitbarsting. Een indrukwekkend moment. De motor lijkt aan te slaan. My Bacon Roll (een intrigerend portret van een starre kantoorslaaf) valt live wat mager uit, maar Matchstick Man, Done with Bonaparte en Heart Full of Holes trekken je helemaal mee naar Knopflers geliefde Tyneside met de Keltische sound die als een rode draad door zijn solo-oeuvre loopt. Toegegeven: het is een acquired taste, maar wij hebben ook van Guinness leren houden. Op mensenmaatZijn de (grappige) anekdotes van Knopfler ingestudeerd en elke avond dezelfde? Ja. Werd een en ander wat gezapiger gespeeld? Ook al. Feit is dat Knopfler als songschrijver een verhalenverteller hors catégorie is, en dat het een feest is om in deze context Schotse en Ierse folk te horen (Die long whistles! Die Uilleann pipes!). Weg was de zwaarte die over de band hing. Plots werd gespeeld met dynamiek, zonder groot gebaar. Dat gold zelfs voor Your Latest Trick, met zijn beroemde saxintro. Thumbs up voor Graeme Blevins op tenorsaxofoon en Tom Walsh op trompet, wier arrangementen oefeningen in dosering waren, en de bombast van sommige Dire Straits-klassiekers weer op mensenmaat sneden. De reggaeton-kitsch van Postcards from Paraguay bedekken we hier even met de mantel der liefde, want de eindspurt mocht er zijn. On Every Street (uit het gelijknamige afscheidsalbum van Dire Straits) blijft even onbehaaglijk als verlossend. En jazeker: Money for Nothing en Brothers in Arms waren, in het zicht van de eindstreep, ronduit emotioneel. Het slotnummer Going Home (uit de soundtrack Local Hero) klonk dan ook bitterzoet. Tijdens de Britse concerten koos Knopfler voor een andere afscheidssong: het Keltische Piper to the End. Daarin zingt hij: 'When I leave this world behind me/ to another I will go. And if there are no pipes in heaven/ I'll be going down below.'Het is hem gegund. Sail on, Captain Knopf, sail on.