België heeft een undergroundscene die straffer smaakt dan Mexicaanse chilipepers. En ze zijn nog young and upcoming ook, de vier gitaarbands die gisteravond het podium van De Kreun in Kortrijk bestormden. Wat El Yunque, Shht, It It Anita en Whispering Sons nog méér bindt dan een voorliefde voor loeiharde gitaren? Hun kijk op de krankzinnigheid van het nieuwe millennium.

'Can anyone please take my picture?'

Als Paul Van Ostaijen een achterkleinkind had, zou het El Yunque (****) heten. Het Hasseltse noiserockcollectief rond Kasper De Sutter en Giel Cromphout staat bekend om haar experimentele stuiptrekkingen, haar bezwerende beats én haar obsessie met fallussen. Op de hoes van hun conceptplaat o hi Mark (2018) pronken niet voor niks drie dartpijlen met teelballen aan.

Met de bespottelijke hedendaagsheid als mikpunt, gooide El Yunque gisteren met vlijmscherpe kritiek. Googol diende als de perfecte opener, waarmee het viertal het publiek meezoog naar een absurdistisch universum van drony beats en koele, hypnotiserende vocals. Nu en dan kwam een synthmelodie voorbij, terwijl Cromphout zijn zegje deed over de leegte van het leven, de maatschappij en de vrouw. De rond vrouwen georiënteerde beeldcultuur moest er helemaal aan geloven toen een spottende De Sutter zijn kont in het gezicht van de mensen op de eerste rij duwde, uitdagend de lippen tuitte en zijn denkbeeldige boezem samendrukte. 'Can anyone please take my picture?'

Eindigen deed de band met Siri, Please (I, II & III), dat dankzij de gastbijdrage van zangeres Fenne Kuppens - later op de avond ook nog met haar eigen groep Whispering Sons op het podium - een aangrijpende uitvoering kreeg.

Tussen Raketkanon, Queen en Kanye

En De Sutter was niet eens de grootste excentriekeling die we op New Noise aan het werk zagen. Die eer viel Shht (****) te beurt, het Gentse allegaartje dat eind vorig jaar furore maakte met haar debuutplaat Love Love Love, en voordien al een aanzienlijke livereputatie opbouwde. Als een soort electro-mutatie van Raketkanon brengt Shht aanstekelijke deuntjes, vermomd door een batterij stemvervormers en geluidseffecten. Combineer dat met de theatraliteit van Queen en de kinderlijke mentaliteit van Kanye West, en je krijgt een groep die in geen enkel doosje te duwen valt.

Shht © GF

Voor de show trokken de muzikanten de aandacht al naar zich toe door zichzelf met plastic buizen op het hoofd te slaan, maar knallen deden ze pas écht toen ze op het podium stonden. Net zoals de teksten die ze uitkramen, valt de klank die deze jongens door hun versterkers jagen moeilijk te plaatsen. Het is net die krankzinnigheid die Shht typeert, en die ervoor zorgde dat het publiek even haar gezond verstand liet varen, om vol overgave mee te gaan in de klankenzee van songs als Soup en Masterpiece.

Trucjes uit de oude doos

Van een heel ander kaliber was It It Anita (***). Deze Luikse rotten brachten een oorverdovende set, maar dan wel een die, voor het eerst deze avond, minder hedendaags aandeed. Hun rauwe gitaren, ophitsende drums en dreigende vocalen toverden de zaal eerder om tot een undergroundkroeg uit de nineties.

Aanvankelijk stond het publiek erbij en keek ernaar, maar It It Anita verleidde haar prooi geleidelijk aan. Vooral Imposter en het recentere Denial beukten meedogenloos in op de toeschouwers, met heel wat rondspringende lichamen tot gevolg.

Hoewel de band ons op meerdere momenten tot een muzikaal orgasme bracht, verliep de set niet geheel vlekkeloos. Het drumstel dat tijdens het laatste nummer in het publiek werd geplaatst was een truc uit de oude doos, en zorgde er alleen maar voor dat de mannen uit het ritme speelden. En zo kreeg het concert van It It Anita niet het einde dat het verdiende.

Gitzwarte melancholie

Next up: Whispering Sons (***), misschien wel de meest beloftevolle Belgische rockband van het moment, en dus de logische afsluiter van deze New Noise-editie.

Het vijftal rond zangeres Fenne Kuppens brengt rusteloze postpunk die doet denken aan Joy Division, en voert die live ook vlekkeloos uit. De excentrieke kritiek, woede en relativering die we voelden bij de vorige bands, was bij Whispering Sons subtieler aanwezig. Kuppens drenkte haar scherpe maatschappijkritiek nu eenmaal liever in de gitzwarte melancholie van haar stem.

Die stem is - samen met de snerende gitaarriffs en zweverige synths - hét wapen van Whispering Sons. Songs als Alone, White Noise en Waste palmden iedereen moeiteloos in, en toch konden we ons niet van de indruk ontdoen dat de muziek van deze band soms te veel als één langgerekt geheel klinkt. Perfect gebracht allemaal, maar met te weinig variatie.

Ja, Whispering Sons is een groep die haar sound heeft gevonden, maar ze zal in de toekomst iets vaker uit haar comfortzone moeten durven te treden om de muziek echt interessant te houden.