DA GIG: Low in AB, Brussel op 31/10.

IN EEN ZIN: Het ene moment melancholisch, het ander dreigend, maar altijd pakkend en intens: het publiek werd in Brussel helemaal high van Low.

HOOGTEPUNTEN: 'The Innocence', 'On My Own', 'Lies', 'Pissing', 'Landslide'... Het is lastig kiezen, want eigenlijk was het hele optreden schitterend.

DIEPTEPUNTEN: geen.

QUOTE: Alan Sparhawk deed er, tussen de nummers door, voornamelijk het zwijgen toe, maar bedankte de toeschouwers wél voor hun jarenlange steun.

Een fan van Low ben je voor het leven. Zodra de groep uit Duluth, Minnesota eenmaal je ziel heeft geraakt, is er geen weg meer terug. Sinds het echtpaar Alan Sparhawk en Mimi Parker, toen nog met een andere bassist, 21 jaar geleden debuteerde met 'I Could Live In Hope' heeft hun muzikale alchemie niets dan juweeltjes opgeleverd. Onlangs verscheen met 'Ones and Sixes' hun elfde cd en hoewel de sound van Low altijd meteen herkenbaar blijft, draagt het driespan er zorg voor nooit in één kunstje vast te roesten. Op iedere plaat wordt je aandacht getrokken door nieuwe, verrassende details en hoor je hoe de groep telkens nieuwe classics toevoegt aan haar stilaan imposante canon.

'Ones and Sixes' werd ingeblikt in de Eau Claire-studio's van Bon Iver en zoals verwacht vormde het materiaal uit dat werkstuk in Brussel de ruggengraat van de set. Op die nieuwe langspeler is Low, net als ten tijde van 'Drums and Guns' uit 2007, weer wat nadrukkelijker met elektronica in de weer. Dat bleek al tijdens 'Gentle', het openingsnummer van het concert, waarin Parker haar reguliere drumwerk combineerde met voorgeprogrammeerde industriële beats, terwijl bassist Steve Garrington regelmatig het klavier van een synth bepotelde.

Knagende bever

Het resultaat klonk elegant maar omineus en ook nog een beetje onwennig, alsof Low op dit glaciale terrein zijn evenwicht nog moest vinden. Maar zodra het op een repetitieve baslijn geplante 'No Comprende' was ingezet, vond het trio zijn trefzekerheid terug en wist het met minimale bouwstenen imposante bouwwerken op te trekken. De gitaar van Alan Sparhawk had de viscerale kracht van een bever die langzaam maar doelbewust een boomstam doorknaagt en in 'Spanish Translation' deed het strompelende ritme denken aan de lichaamstaal van iemand die enkele glaasjes teveel op had.

Eén van de grote troeven van Low is de even heldere als organische samenzang van Sparhawk en Mimi Parker, waaruit in nummers as 'The Innocents' of 'Lies' een derde stem leek te ontstaan: intiem, harmonieus en, vooral, onweerstaanbaar magisch. Het door Parker gezongen, traag voortschrijdende 'Into You' was puur in zijn eenvoud, maar miste zijn effect niet. Zelf voelden we, ter hoogte van onze hartspier, alvast iets vervaarlijk kraken.

Slechts af en toe werden de nieuwe songs onderbroken door ouder werk, zoals het nerveuze 'Monkey' of het blokje nummers uit het door Jeff Tweedy geproducete 'The Invisible Way'. Met 'Paper Cup', over hoe je toekomstige archeologen op een dwaalspoor kunt zetten, bewees Sparhawk dat hij over een malicieus gevoel voor humor beschikt. 'Holy Ghost' was een superieure songschets die middels slechts enkele contourlijnen recht naar de essentie ging en 'On My Own' werd overwoekerd door grofkorrelige gitaarnoise. Mimi Parker mepte nog steeds op het rudimentairste drumstel sinds Maureen Tucker van The Velvet Underground, maar zorgde er wel voor dat in de songs van Low altijd een warm hart klopte.

Geniaal primitivisme

Mochten radioprogramma's gemaakt worden door lieden die niet op hun oren zitten, dan zou een opgewekt, catchy liedje als 'What Part of Me', over de duurzaamheid van relaties, minstens vier maal per dag door de ether worden gejaagd. Met die song bewezen de dame en heren van Low in de AB ten overvloede dat ze over een goed ontwikkelde popsensibiliteit beschikken. Verrassend was ook dat de band naar het einde van de show toe even teruggreep op het door Steve Albini opgenomen 'Secret Name' uit 1999, met 'Will The Night', een miniatuurtje dat in de vroege jaren zestig zowaar kon zijn ontsproten aan de verloskamer van The Brill Building.

En dan hadden we het nog niet over de momenten waarop Low de epische toer op ging en de set bijna bezweek onder de ondraaglijke intensiteit van 'Pissing' (uit 'The Great Destroyer'), waarin Alan Sparhawk, tegen een achtergrond van elektronisch geschraap, met zijn abstract expressionistische snarenspel de ene spanningsboog na de andere in stelling bracht. Net als Neil Young is Sparhawk een geniale primitivist die altijd zijn instincten volgt. Wie de man zijn gitaar met zijn tanden zag bewerken, zal in de toekomst nooit meer beweren dat de leden van Low muurbloempjes zijn. Al net zo dreigend en agressief klonk het uitgesponnen 'Landslide', waarin de stiltes minstens zo belangrijk waren als de gespeelde noten.

Door de avondklok in de AB -concerten moeten er tegen half elf afgelopen zijn- zag Low zich genoodzaakt twee oudere songs van de setlist te schrappen, zodat er als toegift enkel nog ruimte overbleef voor publieksfavoriet 'Murderer'. Maar niet getreurd: het trio gaf andermaal een bloedmooi concert waar devoot van werd genoten. Neem het dus maar van ons aan: The Church of Low is weer enkele nieuwe volgelingen rijker.

Dirk Steenhaut

DE SETLIST: Gentle / No Comprende / Monkey / The Innocents / Plastic Cup / On My Own / Holy Ghost / Spanish Translation / Lies / Into You / Pissing / DJ / What Part Of Me / Will The Night / Landslide // Murderer.

Een fan van Low ben je voor het leven. Zodra de groep uit Duluth, Minnesota eenmaal je ziel heeft geraakt, is er geen weg meer terug. Sinds het echtpaar Alan Sparhawk en Mimi Parker, toen nog met een andere bassist, 21 jaar geleden debuteerde met 'I Could Live In Hope' heeft hun muzikale alchemie niets dan juweeltjes opgeleverd. Onlangs verscheen met 'Ones and Sixes' hun elfde cd en hoewel de sound van Low altijd meteen herkenbaar blijft, draagt het driespan er zorg voor nooit in één kunstje vast te roesten. Op iedere plaat wordt je aandacht getrokken door nieuwe, verrassende details en hoor je hoe de groep telkens nieuwe classics toevoegt aan haar stilaan imposante canon.'Ones and Sixes' werd ingeblikt in de Eau Claire-studio's van Bon Iver en zoals verwacht vormde het materiaal uit dat werkstuk in Brussel de ruggengraat van de set. Op die nieuwe langspeler is Low, net als ten tijde van 'Drums and Guns' uit 2007, weer wat nadrukkelijker met elektronica in de weer. Dat bleek al tijdens 'Gentle', het openingsnummer van het concert, waarin Parker haar reguliere drumwerk combineerde met voorgeprogrammeerde industriële beats, terwijl bassist Steve Garrington regelmatig het klavier van een synth bepotelde. Knagende beverHet resultaat klonk elegant maar omineus en ook nog een beetje onwennig, alsof Low op dit glaciale terrein zijn evenwicht nog moest vinden. Maar zodra het op een repetitieve baslijn geplante 'No Comprende' was ingezet, vond het trio zijn trefzekerheid terug en wist het met minimale bouwstenen imposante bouwwerken op te trekken. De gitaar van Alan Sparhawk had de viscerale kracht van een bever die langzaam maar doelbewust een boomstam doorknaagt en in 'Spanish Translation' deed het strompelende ritme denken aan de lichaamstaal van iemand die enkele glaasjes teveel op had.Eén van de grote troeven van Low is de even heldere als organische samenzang van Sparhawk en Mimi Parker, waaruit in nummers as 'The Innocents' of 'Lies' een derde stem leek te ontstaan: intiem, harmonieus en, vooral, onweerstaanbaar magisch. Het door Parker gezongen, traag voortschrijdende 'Into You' was puur in zijn eenvoud, maar miste zijn effect niet. Zelf voelden we, ter hoogte van onze hartspier, alvast iets vervaarlijk kraken.Slechts af en toe werden de nieuwe songs onderbroken door ouder werk, zoals het nerveuze 'Monkey' of het blokje nummers uit het door Jeff Tweedy geproducete 'The Invisible Way'. Met 'Paper Cup', over hoe je toekomstige archeologen op een dwaalspoor kunt zetten, bewees Sparhawk dat hij over een malicieus gevoel voor humor beschikt. 'Holy Ghost' was een superieure songschets die middels slechts enkele contourlijnen recht naar de essentie ging en 'On My Own' werd overwoekerd door grofkorrelige gitaarnoise. Mimi Parker mepte nog steeds op het rudimentairste drumstel sinds Maureen Tucker van The Velvet Underground, maar zorgde er wel voor dat in de songs van Low altijd een warm hart klopte.Geniaal primitivismeMochten radioprogramma's gemaakt worden door lieden die niet op hun oren zitten, dan zou een opgewekt, catchy liedje als 'What Part of Me', over de duurzaamheid van relaties, minstens vier maal per dag door de ether worden gejaagd. Met die song bewezen de dame en heren van Low in de AB ten overvloede dat ze over een goed ontwikkelde popsensibiliteit beschikken. Verrassend was ook dat de band naar het einde van de show toe even teruggreep op het door Steve Albini opgenomen 'Secret Name' uit 1999, met 'Will The Night', een miniatuurtje dat in de vroege jaren zestig zowaar kon zijn ontsproten aan de verloskamer van The Brill Building.En dan hadden we het nog niet over de momenten waarop Low de epische toer op ging en de set bijna bezweek onder de ondraaglijke intensiteit van 'Pissing' (uit 'The Great Destroyer'), waarin Alan Sparhawk, tegen een achtergrond van elektronisch geschraap, met zijn abstract expressionistische snarenspel de ene spanningsboog na de andere in stelling bracht. Net als Neil Young is Sparhawk een geniale primitivist die altijd zijn instincten volgt. Wie de man zijn gitaar met zijn tanden zag bewerken, zal in de toekomst nooit meer beweren dat de leden van Low muurbloempjes zijn. Al net zo dreigend en agressief klonk het uitgesponnen 'Landslide', waarin de stiltes minstens zo belangrijk waren als de gespeelde noten.Door de avondklok in de AB -concerten moeten er tegen half elf afgelopen zijn- zag Low zich genoodzaakt twee oudere songs van de setlist te schrappen, zodat er als toegift enkel nog ruimte overbleef voor publieksfavoriet 'Murderer'. Maar niet getreurd: het trio gaf andermaal een bloedmooi concert waar devoot van werd genoten. Neem het dus maar van ons aan: The Church of Low is weer enkele nieuwe volgelingen rijker.Dirk Steenhaut