DA GIG: Julie Byrne in de ABClub, Brussel op 1/6.
...

Julie Byrne is een oude ziel in een jong lichaam. Haar muziek klinkt sober, minimalistisch, kwetsbaar en ingetogen en getuigt van een bedrieglijke eenvoud. Ook in Brussel had de bedeesde chanteuse genoeg aan haar stem, haar akoestische gitaar en de occasionele synthaccenten van Eric Littmann om de toeschouwers haar wereld binnen te loodsen. Byrne bracht tot dusver twee mooie langspelers uit: Rooms With Walls and Windows, dat in 2014 hoog eindigde in het jaarlijstje van het Britse muziekmagazine Mojo, en het begin dit jaar verschenen Not Even Happiness. Haar liedjes klinken dromerig en bucolisch en steunen vaak op natuurmetaforen. 'I was made for the green / Made to be alone', geeft ze aan in Follow My Voice: in een wereld met een overvloed aan impulsen, maakt Julie Byrne bewust onthaastingsmuziek die beter gedijt op het platteland dan in de stad.Haar soepele fingerpickingstijl, waarbij ze vaak gebruik maakt van een open tuning, leerde ze van haar vader, die tegenwoordig aan multiple sclerose lijdt en daardoor niet langer in staat is zijn instrument te bespelen. Dus besliste Byrne de familietraditie voort te zeten met een pure, transparante stijl die het midden houdt tussen folk, droompop en new age. Op haar achttiende liet ze haar geboortestad Buffalo achter zich en sindsdien leidt ze een rusteloos zwerversbestaan. 'I crossed the country and I carried no key', zingt ze ergens. 'I traveled only in service of my dreams.'Door haar hang naar romantiek wordt Julie Byrne wel eens met de jonge Joni Mitchell vergeleken, maar haar gesofisticeerde gitaarspel herinnert zeker ook aan dat van Nick Drake. Haar diepe stem leunt dan weer aan bij die van befaamde voorgangsters zoals Sandy Denny of Judee Sill: ze levert balsem genoeg voor alle wonden die je in de loop van je leven zoal kunt oplopen. Byrne vaart consequent op haar innerlijke kompas en heeft in haar teksten vooral aandacht voor de schijnbaar banale dingen die, onder dwang van de omstandigheden, plots een bijzondere betekenis kunnen krijgen. Centraal in de songs staat een onblusbaar verlangen naar autonomie: 'I've been called a heartbreaker / For doing justice to my own.' Wie aan zichzelf trouw wil blijven, mag niet bang zijn af en toe brokken te maken.Sleepwalker, het openingsnummer van haar set in een goed gevulde ABClub, was meteen één van haar meest gracieuze liedjes: eentje waarin Julie Byrne haar gitaar als een heel orkest deed klinken en waarin de droom de werkelijkheid nadrukkelijk overwoekerde. Het was het begin van een even meditatieve als intimistische set, die voornamelijk in het teken stond van Not Even Happiness, met nummers als Morning Dove, het ietwat statische Sea As It Glides, het met schoorvoetende keyboards versierde Melting Grid en Natural Blue, een ode aan de weidse landschappen in het Zuid-Westen van de VS.Tussendoor putte Byrne occasioneel ook enkele nummers uit haar debuut-cd (Prism Song, Marmalade), waarbij ze haar gitaarspel lichtjes vervormde met effectapparatuur. De set werd na acht nummers al afgerond met I Live Now As A Singer, waarbij Julie Byrne zich enkel liet begeleiden door synthetisch opgewekte harmoniumklanken. Best mooi allemaal, maar soms klonk de muziek nog iets te eenvormig, ook qua tempo, om je helemaal bij de lurven te vatten. Niettemin wist het publiek nog twee toegiften af te dwingen, zodat het optreden alsnog op vijftig minuten afklokte.Een aangename kennismaking met een artieste die nog iets te veel in haar eigen bubbel zat en te vaak ijle hoogten opzocht om je van begin tot einde bij de les te houden. Maar dat Julie Byrne over een bijzonder talent beschikt en voor de nabije toekomst nog heel wat moois in petto heeft, mag u, vanaf heden, als een vaststaand feit beschouwen. (D.J.M.)