Een groene, bijna onzichtbare lijn deelt het videoscherm van de Ancienne Belgiue doormidden. Het lijnstuk wordt dikker, begint te trillen en uiteindelijk wild te bewegen. Net wanneer we denken dat we het patroon doorhebben, schokt de lijn weer een andere richting uit, tot we er alleen maar naar kunnen kijken als een kalkoen naar een kerstfeest. De openingsvisual is met andere woorden een uitstekende metafoor voor het fenomeen-Jon Hopkins.

Wie de muziek van de Britse producer, die in Brussel zijn laatste plaat Singularity kwam voorstellen, wil vatten, komt altijd uit bij woorden als excentriek, weerbarstig, organisch en gesofisticeerd, maar ook bij pulserend, groovy, extatisch en emotioneel. Hij maakt ambient die niet te zweverig is en techno waarin hij geen tel te lang doorbeukt. Bij hem gaat het om spanning, opbouw en beheersing, zelfs als zijn opdrachtgever Coldplay heet - hij co-producete Viva la Vida.

Wie op basis van die laatste referentie naar de AB kwam voor een muzikale sky full of stars, kreeg die ook, maar niet zonder dat er af en toe een flukse supernova door het beeld vloog. Tracks als Emerald Rush of Neon Pattern Drum kwamen nog veel hoekiger uit Hopkins' set-up dan ze in eerste instantie op plaat waren gestanst. De Brit tweakte zijn grooves helemaal aan flarden om ze dan weer secuur op te bouwen, rekte zijn build-ups richting de climax telkens weer op tot onze dansbenen bijna uit onze broek barstten en gooide de bassen erin en eruit wanneer hém dat uitkwam.

Lees hier ons interview met Jon Hopkins: 'Coldplay heeft mij nergens toe gedwongen'

Voor een minuutje of acht was alles goed en fijn, was de wereld nog van de ondergang te redden en moest niemand onze vingerafdrukken hebben.

Jon Hopkins heeft vandaag de status bereikt waarin hij dat allemaal kan maken, en er alleen maar fans mee wint. Hij draait de gangbare praktijk in de elektronische muziek om: waar de meeste dj's vooral proberen aan te voelen wat het publiek wil, lijkt hij te zeggen: zie maar dat jullie míj kunnen volgen. Dat konden we, gelukkig, want zelfs hoekige intellectuelentechno blijft vooral techno, of die nu aardedonker is (Collider) of kraakhelder (Luminous Beings). Dansen geblazen dus, maar altijd met een half oor gericht op wat er komen zou.

Op de schaarse momenten dat het wat rustiger was in onze oren, draaiden onze ogen dubbele uren. Af en toe projecteerde Hopkins gewoon zijn videoclips, gaande van anime tot een skatende jongen in het Amerikaanse hartland, maar vaker liet hij zijn visual artist loosgaan met kleuren, vormen en structuren die ons nog het meest deden denken aan die pijpleidingen in alle mogelijke tinten die ons computerscherm vroeger doorkruisten bij wijze van screensaver. Af en toe kwamen twee dansers met lichtgevende staven het spektakel ondersteunen. Hightech vendelzwaaiers bij Jon Hopkins, dat we dat nog mogen meemaken.

Maar zelf streek de Brit op geen enkel moment de vlag. Altijd hing er iets in de lucht, een spanning die van een avondje Hopkins zoveel meer maakt dan rechttoe rechtaan boîten. Als geen ander speelt de producer op de dunne lijn tussen vervreemding en gemak door maatsoorten, ritmes en sferen over elkaar te draperen.

In de bisronde, met oldie Light Through The Veins, volgde dan de grote catharsis waar de hele avond op gewacht werd. Voor een minuutje of acht was alles goed en fijn, was de wereld nog van de ondergang te redden en moest niemand onze vingerafdrukken hebben. We werden een ster in Hopkins' heelal, een stip in zijn hemelsbrede universum, een staatsburger in de stad die hij voor ons had opgetrokken, met sluipwegen die op het eerste gezicht nergens naartoe lijken te leiden, maar waar je toch steeds goed terechtkomt.