DA GIG: Johnny Marr in Trix, Antwerpen op 7/12.
...

Laat je niets wijsmaken: het échte genie van The Smiths was niet Morrissey, maar de fijnbesnaarde Johnny Marr. Het was hij die, tijdens de eighties, met zijn rinkelende gitaarspel de unieke sound van de groep bepaalde en al haar onsterfelijke melodieën bedacht. Daarmee willen we uiteraard geen afbreuk doen aan de heerlijk excentrieke teksten van de zanger, die bij iedere gelegenheid die zich voordeed met een bos gladiolen stond te zwaaien. Alleen hebben de twee spilfiguren van The Smiths volstrekt niets meer met elkaar gemeen. Dezer dagen werpt Stephen Morrissey zich op als een sympathisant van Tommy Robinson, de oprichter van de extreemrechtse English Defence League en koketteert hij openlijk met For Britain, een al even rechtse splinterpartij van UKIP, de stoottroep van de Brexiteers. Onlangs nog deed The Mozzer racistische uitspraken over Sadiq Khan, de burgemeester van Londen, hij legde een link tussen halalvleesproducenten en de IS, noemde Adolf Hitler een 'linkse leider' en verdedigde mediafiguren als Harvey Weinstein en Kevin Spacey, die in opspraak waren gekomen wegens seksueel misbruik. Ook verklaarde hij, zonder te verpinken, dat veganisten superieur zijn aan andere mensen.Gelukkig is Johnny Marr uit heel ander hout gesneden. Met zijn muziek wil hij politieke turbulentie zoveel mogelijk buitensluiten en een tegengewicht bieden voor alles wat fout gaat in de wereld. Geïnspireerd door sf-auteurs als David Wallis en J.G. Ballard ging hij op Call the Comet op zoek naar een blauwdruk voor zijn hoogsteigen utopia. De aanleiding hiervoor vormden, naast de verkiezing van Donald Trump, ook de bloedige zelfmoordaanslagen in Nice en Manchester. Geconfronteerd met de ontreddering van de slachtoffers, legt Marr de nadruk op humanistische waarden zoals empathie en solidariteit. Eerder dan een scheldtirade is zijn jongste langspeler een manifest voor een warmere samenleving.In Antwerpen verscheen Johnny Marr op het podium met de puike band die hem eerder al in de studio had bijgestaan: gitarist en toetsenman James Doviak, bassist Iwan Gronow en drummer Jack Mitchell. De futuristische poprocksound van het kwartet verwees vaag naar T. Rex en New Order, maar herinnerde ook aan de postpunk van de jaren tachtig. Tegelijk schoot de groep regelmatig pijltjes af richting psychedelia, krautrock en electro-noir. Zoals verwacht prijkten in Trix heel wat nummers uit het recente Call the Comet op de setlist, maar bij wijze van herkenningspunten strooide Marr op gezette tijden ook met oude klassiekers van The Smiths (goed voor dertig procent van de gespeelde nummers) en Electronic, het duo dat hij tijdens de nineties vormde met Bernard Sumner van New Order.Uit het nieuwe materiaal bleek alvast dat Johnny Marr zijn vermogen tot het schrijven van energieke maar veerkrachtige, catchy liedjes (zie The Tracers, Rise, het over obsessies handelende Day in Day Out) nog niet is kwijtgeraakt. Hi Hello had zelfs in het oeuvre van The Smiths niet misstaan. Marr toonde zich van zijn veelzijdigste kant en illustreerde zo nog eens waarom hij tot de belangrijkste Britse snaarstilisten van de jongste decennia 35 jaar wordt gerekend. Soleren deed hij zelden. En àls het al eens gebeurde, gebruikte hij liever enkele noten te weinig dan te veel. New Dominions begon met staccato drums en een sinistere bas, Jeopardy was strak gespeelde postpunk, het knagende, meditatieve Walk Into the Sea hield het midden tussen Iggy Pop, ten tijde van The Idiot, en Joy Division. Spiral Cities verwees dan weer naar Simple Minds toen die nog echt goed waren (de periode van New Gold Dream dus), terwijl 'nasty song' Hey Angel met zijn snijdende gitaarwerk en dikke wall of sound uit dezelfde stal kwam als Crazy Horse. Slechts twee keer putte Johnny Marr uit zijn vorige plaat, Playland: eerst met het even pompende als springerige Easy Money ('awesome riff, isn't it?'), daarna met het jachtige en gebalde Boys Get Straight. Ook de disco van Electronic viel bij het publiek in goede aarde. Vooral bij het funky Getting Away With It zwaaiden de ledematen enthousiast alle richtingen uit. Maar het meest verguld toonden de toeschouwers zich toch met de kwistig afgevuurde knallers uit het oeuvre van The Smiths: een stormachtig Bigmouth Strikes Again, de onweerstaanbare garagerock van How Soon Is Now?, het door dramatische keyboards aangedreven Last Night I Dreamt That Somebody Loved Me en het onverslijtbare The Headmaster Ritual - half bruistablet, half uppercut. 'This song is dedicated to everybody in the room and no one fuckin' else', riep Marr, ter introductie van There's A Light That Never Goes Out, een hymne die massaal werd meegezongen: 'If a double-decker bus / Crashes into us / To die by your side / What a heavenly way to die'. Yep, toen The Mozzer nog geen klier was, zat hij niet om enkele onvergetelijke regels verlegen.Marr? Niets te maaren. U hebt het inmiddels wel in de gaten: dit was een bijzonder fijn concert van een topgitarist die intussen haast ongemerkt is getransformeerd in een geloofwaardige zanger en frontman. Dirk Steenhaut