Eric Legnini 'Tribute To Les McCann': vintage souljazz zonder franjes

Dat pianist Eric Legnini een zwak heeft voor souljazz is ondertussen genoegzaam bekend. Zijn trilogie Miss Soul, Big Boogaloo en Trippin' was een ode aan het genre met vooral de focus op Phineas Newborn. Tussen alle covers en eigen nummers prijkte ook een versie van Les McCanns The Preacher. En het is precies rond die laatste dat zijn set in Middelheim opgebouwd werd.
...

Dat pianist Eric Legnini een zwak heeft voor souljazz is ondertussen genoegzaam bekend. Zijn trilogie Miss Soul, Big Boogaloo en Trippin' was een ode aan het genre met vooral de focus op Phineas Newborn. Tussen alle covers en eigen nummers prijkte ook een versie van Les McCanns The Preacher. En het is precies rond die laatste dat zijn set in Middelheim opgebouwd werd. Deze keer gelukkig geen zangeressen op het podium, wat vaak de zwakke schakel is bij de concerten van Legnini. Evenmin synthesizers, clavinet of elektrische piano maar enkel een vleugelpiano en bovenal een kwartet dat zich volledig inleefde in de rol. Ze zorgden voor een nostalgische trip naar de jaren zestig, toen een label als Pacific Records een ronkende referentie was en waarbij McCann een aantal van zijn beste platen uitbracht. Contrabassist Thomas Bramerie en drummer Antoine Pierre leken al jaren samen te spelen, trompettist Malo Mazurié had goed geluisterd naar Clifford Brown en Freddie Hubbard, en ook tenorsaxofonist Jon Boutellier hanteerde een aangepaste retrostijl. Legnini voelde zich kiplekker met deze entourage en overtrof zichzelf. Met natuurlijk McCanns grote hit Compared To What op de setlist naast onder meer Big City en de driftige uitsmijter Fish This Week. Nergens vergezochte verdieping of een hippe update, wel een trefzeker eerbetoon - goed voor een staande ovatie. In Vlaanderen zal hij wellicht eeuwig gebrandmerkt blijven als de jarenlange sidekick van Toots Thielemans, en als de man die het Brussels Jazz Orchestra vleugels gaf. Maar de activiteiten en merites van pianist Kenny Werner reiken veel verder dan dat. Momenteel is hij op tournee met Dave Liebman, Peter Erskine en Johannes Weidenmueller. Een supergroep van vier muzikanten met een rijk gevuld verleden, maar tegelijk ook vier jazztheoretici met elk hun eigen opvattingen en videocursussen. Als dat maar goedkomt, denk je dan. Church on Mars is de intrigerende titel van hun gloednieuwe vinylplaat. Werner wilde niets kwijt over de achterliggende betekenis hiervan. Wat we wel hoorden, waren vier heren die zonder schroom een geijkte benadering van de jazz verkozen boven recentere trends. De klassieke achtergrond van Werner blijft doorsijpelen in zijn gevleugelde uithalen. Liebman zat helemaal vooraan op zijn stoeltje en illustreerde hoofdzakelijk op sopraansaxofoon waar hij zijn reputatie aan verdiend heeft. Erskine zwaait nog altijd rustig zijn drumsticks in het rond en bassist Widenmueller was de rots in een zachte branding. Want stormachtig werd het nooit. Zeker toen vocaliste Vivienne Aerts een soort experimentele versie van Embraceable You kwam brengen, werd het helemaal windstil. Naar het einde toe kregen we toch een opflakkering. Een slimme zet om af te ronden met Monks Think Of One, waarbij iedereen nog eens solo aan beurt kwam. Kortom, academisch maatwerk van vier grootmeesters, maar nooit vlijmscherp. Op Werners website staat een citaat van Miles Davis: 'Do not fear mistakes, there are none'. Wat meer zin voor risico had deze band geen kwaad gedaan. In 1966 stond Charles Lloyd op het podium van het Monterey Jazz Festival. Dankzij dat concert en de opname ervan vestigde hij zijn naam - niet alleen in de jazz community maar ook bij de hippies. Niet toevallig was de titel van zijn grote hit toen Forest Flower: Sunset/Sunrise. Hij hield er een kater aan over, trok zich terug en verdiepte zich in een alternatieve levenswijze, zeg maar dichter bij de natuur. Lloyd was toen al een voorloper, ook muzikaal. En dat is hij gebleven. 81 is hij ondertussen, maar hij is nog altijd een dreamer of sounds, zoals hij zelf zei. Vooral ook iemand die verdomd goed weet wie hij in zijn begeleidingsgroep wil. Pianist Gerald Clayton, bassist Reuben Rogers en drummer Eric Harland nam hij al langer onder zijn vleugels. Zijn nieuwste poulain is gitarist Marvin Sewell, voordien al ingehuurd door Cassandra Wilson en Jason Moran. Een duivels kwartet, zou blijken.Getooid met zijn onafscheidelijke pet en zonnebrilletje gaf hij met zijn typisch ellebooggebaar de start voor vijfenzeventig minuten onversneden, tijdloze jazz. Een concert dat uitgroeide tot het eerste échte hoogtepunt van deze vijftigste editie. Lloyd trok onvermoeibaar het leeuwendeel van het werk naar zich toe en bleef de meest inventieve kapriolen uit zijn instrument toveren. De inzet met Dream Weaver was meteen een signaal van wat zou volgen. Telkens als hij een stap terugzette, nam zijn kwartet het met graagte over - samen of solerend, maar nooit narcistisch. Het was gitarist Sewell die voor de meest verrassende invallen zorgde. Soms heel vinnig en venijnig, maar bovenal met een sterk gevoel voor melodie. Toen hij een pure John Lee Hookerbeat inzette, met bottleneck erbovenop, werd de deur geopend naar een flinke portie blues. En zo was de cirkel van jazz en blues weer rond. Charles Lloyd bewees dat hij de ware 'keeper of the jazz flame' is.Hoe volg je zo veel weelde? Door klein te spelen. De Italiaanse trompettist Enrico Rava is niet de man van het grote gebaar, en kwam in Park Den Brandt zijn 80e verjaardag vieren met een kwartet van gelijkgestemden. De godfather van de Europese jazz koos de hele set voor de bugel, het grotere, zachtere broertje van de trompet. Het temperde de eeuwige vergelijkingen met Miles Davis wat, en plaatste Rava in het spoor van de latere Chet Baker. Opener Interiors uit 2009 klonk als een autorit door de heuvels van Piemonte: glijdend, vlot schakelend, en stilaan steeds scherper de bochten aansnijdend. Snel volgde Infant: vinnige bebop in de lijn van Salt Peanuts die ruim de tijd kreeg - de lange solorondes voor alle muzikanten zouden gedurende het concert wat obligaat worden. Als gillende meeuwen scheerden bugel, gitaar en tenorsax langs elkaar heen. 'Sustained intensity', wist Wynton Marsalis al, 'equals ecstacy.' Once upon a Summertime, de standard van Michel Legrand die historisch werd vertolkt door Miles, Sarah Vaughan en Bill Evans, kon op herkenningsapplaus rekenen. Naarmate het concert vorderde, kreeg gitarist Francesco Diodati steeds meer beenruimte. Diodati is van de tegendraadse piep-kraak-tuut-school, met stevig invloeden van Mark Ribot. Tijdens Ocean View begon het publiek wat onrustig op zijn stoel te schuiven, maar Rava zalfde op tijd, met gulle versies van My Funny Valentine en zelfs Quizas Quizas. Het blijft verbazen hoe vinnig en soepel lui als Charles Lloyd (81) en Enrico Rava (80) zijn. Is het dankzij de mentale oefening die jazz ook is? Koken met olijfolie misschien? Lloyd had het mooist denkbare antwoord klaar toen Klara-collega Lies Steppe hem ernaar vroeg. 'I have the beginner's mind.'Laten we met die ogen naar het programma van zaterdag kijken, dat wordt gecureerd door Fulco Ottervanger en Lander Gyselinck.